Eierstokken: Hier rijpen de eicellen, dit gebeurt van de puberteit tot de overgang.
Eileiders: Vervoeren de eicellen.
Baarmoeder: Hier groeit een baby tijdens de zwangerschap.
Vagina:
Ontvangt sperma bij geslachtsgemeenschap.
Bij menstruatie wordt bloed en slijmvlies via de vagina uitgescheiden.
Bij de geboorte komt het kind via de vagina ter wereld.
Schaamlippen: Binnenste schaamlippen maken slijm om de vagina glad te houden. Buitenste schaamlippen beschermen de binnenste.
Clitoris: Voelt prikkels die kunnen leiden tot een orgasme.
Maagdenvlies: Een dun randje weefsel aan het begin van de vagina.
Meisjesbesnijdenis: Het verwijderen van de schaamlippen en/of clitoris. Dit is een vorm van verminking en is verboden.
Ovulatie, bevruchting en innesteling:
Ovulatie: De eisprong, waarbij een eicel vrijkomt uit de eierstok. De eicel leeft 12 tot 24 uur.
Bevruchting: De zaadcel versmelt met de eicel in de eileider. Dit kan alleen gebeuren tijdens de vruchtbare periode.
Innesteling: Het bevruchte eitje (klompje cellen) nestelt zich in de baarmoederwand.

