Opgaven 11 t/m 13 - driehoeken
Symmetrie - herhaling, opgaven 11 t/m 13 ...............................................................
| 11 |
|
Driehoek in een assenstelsel |
- Teken in een assenstelsel de punten A(-3, -2), B(3, -2) en C(0, 4).
- Teken ∆ABC.
- Wat voor soort driehoek is ∆ABC?
- Geef met tekentjes aan welke onderdelen van de driehoek gelijk zijn.
- Spiegel de driehoek in de x-as. Noem de beeldfiguur A’B’C’.
| 12 |
 |
Soorten driehoeken |
Bekijk de driehoek op je werkblad. Gebruik je geodriehoek gebruiken om bijvoorbeeld de zijden op te meten.
- Teken de symmetrieas(sen) in de driehoek.
- Zet tekentjes in zijden die even lang zijn.
- Zet tekentjes in hoeken die even groot zijn.
- Teken in je schrift een gelijkzijdige driehoek. Noem de driehoek KLM.
- Zet tekentjes in de zijden die even lang zijn.
- Teken met een groen kleurpotlood de symmetrieasse in je driehoek.
- Zet tekentjes in de hoeken die even groot zijn.