Ontwikkelingspsychologie

Tijdens het onderdeel ontwikkelingspsychologie staan kinderen en jongeren met problemen in de ontwikkeling centraal. Je leert dat het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsproblemen bij een kind belangrijk is. Dan kan het kind namelijk de juiste ondersteuning krijgen en zich optimaal blijven ontwikkelen.

Daarnaast leer je over het verschil tussen een normale en niet-normale ontwikkeling. Je leert over ontwikkelingsstoornissen en andere stoornissen die kinderen en jongeren kunnen hebben, zoals een depressie of een eetstoornis. Aan de orde komen ook langdurige probleemsituaties die mensen op achterstand zetten, zoals armoede, werkeloosheid en huiselijk geweld. Wanneer een kind of jongere ontwikkelingsproblemen heeft, is het belangrijk daar rekening mee te houden bij de begeleiding en bij het doen van activiteiten. Bij hen werk je met een handelingsplan (ook wel: ontwikkelplan). Dat is de basis voor je handelen. Ook daarover leer je.

 

Leerdoelen

Tijdens het onderdeel ontwikkelingspsychologie ga je aan de slag met de volgende doelen:

Als de ontwikkeling anders gaat

Ontwikkelingsstoornissen en problemen

Sociale problematiek

Aandachtspunten bij spel en activiteiten

 

Planning 

De planning van OPS ziet er deze periode als volgt uit:

Lesweek  Onderwerp
1  
2  
3  
4  
5  
6  
7  
8  
9  
10  

 

Afronding

Tijdens je stage en/of werk kun je in aanraking komen met kinderen, jongeren of volwassenen welke een andere ontwikkeling hebben ondergaan dan de meeste andere leeftijdsgenoten.

Oorzaken hiervan kunnen erg verschillend zijn, maar belangrijk is om te weten hoe je hier het best wel en/of niet mee om zou kunnen en moeten gaan.

Deze opdracht gaat er voor zorgen dat je je gaat verdiepen in mogelijke stoornissen en problemen die kunnen ontstaan tijdens de ontwikkeling.

 

Wat moet je doen?

Tijdens de lessen worden een aantal beperkingen/stoornissen kort behandeld, uit dit aanbod kies je drie beperkingen/stoornissen die je in een informatie waaier gaat verwerken.

Het is aan jullie om informatie te verzamelen en in een logische volgorde in de waaier te plaatsen.

 

Opbouw van de informatieve waaier:

Zorg ervoor dat de waaier deze onderdelen bevat:

Je maakt een waaier over 3 verschillende ontwikkelingsstoornissen/beperkingen. De volgende onderdelen verwerk je hierin:

 

Hoe moet je het aanpakken?

Je zoekt informatie op in je boek: ontwikkeling en activiteiten. Verder kun je boeken halen uit de bibliotheek of kun je zoeken op internet (geen Wikipedia; dit is geen betrouwbare bron!). Denk er aan dat je alles in je eigen woorden beschrijft en verteld. Houd er ook rekening mee dat het begrijpelijke taal is zodat je het als naslag werk kunt gebruiken zonder dat je eerst moet googlen naar bijvoorbeeld ingewikkelde medische termen.

 

Hoe lang heb je de tijd?

Het eindproduct, de waaier, moet ingeleverd worden in lesweek 8. Tijdens de lessen is er tijd om aan de opdracht te werken en thuis zul je er ook wat tijd voor in moeten plannen.

 

Hoe wordt er beoordeeld?

Het eindproduct, de waaier, wordt beoordeeld met een cijfer tussen 1.0 en 10.0 volgens het bijgevoegde beoordelingsdocument. Daarnaast letten we ook op je werkhouding: laptop mee, werkhouding/actieve houding, boeken mee, voorbereidingen, aanwezigheid.