Van groot naar klein
Organen en orgaanstelsels kun je met het blote oog zien, maar waarvan ze gemaakt zijn niet. De bouwstenen van organen zijn heel klein en heten cellen. Ze zijn zo klein, dat je ze alleen met een microscoop kunt bekijken. Dan zie je de cellen vergroot.
Je hele lichaam is gemaakt van cellen. Het zijn de kleinste levende delen van je lichaam.
Er zijn verschillende soorten cellen. Je kunt cellen vergelijken met de bouwsteentjes van lego. Legosteentjes zijn allemaal van plastic met nopjes. Toch zijn er veel verschillende steentjes. Ze hebben een eigen vorm en kleur. Welke legosteentjes je gebruikt, is afhankelijk van wat je wilt bouwen. Zo is dat ook bij cellen.
Je botten hebben andere bouwsteentjes dan je spieren. Want botten moeten heel stevig en hard zijn en spieren moeten juist elastisch zijn. Cellen van verschillende organen zijn dus anders van vorm en kleur. De cellen van de binnenkant van je wang zien er anders uit dan de cellen in je spieren, vergelijk de cellen van spieren en die van wangslijmvlies maar eens met elkaar.

cellen van wangslijmvlies

spiercellen
Alle cellen hebben wel steeds dezelfde onderdelen, je ziet ze bij de cellen van wangslijmvlies.. Het ronde bolletje is de celkern. De celkern ligt in het cytoplasma. Om de cel zit een celmembraan, een soort vlies dat de inhoud van de cel bij elkaar houdt.
Je lichaam is dus opgebouwd uit cellen, die organen vormen. Alle samenwerkende organen vormen een orgaanstelsel en alle orgaanstelsels bij elkaar maken een lichaam.

In de afbeelding zie je een voorbeeld van alle delen van je lichaam op een rij, van groot naar klein.
Ga naar je werkblad en maak de opdrachten 6, 7 en 8