Welke orgaanstelsels heb je?
In een ziekenhuis werken dokters, verpleegsters en schoonmakers samen in een team (groep). De dokter opereert, de verpleegster verzorgt de wond en de schoonmaker zorgt dat de operatiekamer schoon is. Het team zorgt er samen voor dat de patiƫnt beter wordt. Met organen is dat net zo. Meestal werken organen in je lichaam samen met andere organen aan een taak. Zo'n groep samenwerkende organen heet een orgaanstelsel.
Botten zijn organen. Veel botten kun je goed voelen, zoals de botjes in je handen of de onderkaak in je gezicht.

In de afbeelding zie je hoe de botten in je lichaam zitten. Alle botten samen noem je het beenderstelsel of skelet. De taak van het skelet is stevigheid geven aan je lichaam. Zonder botten zak je in elkaar.

iedereen weet dat je eten in je mond stopt, kauwt en doorslikt. Maar waar gaat het heen? Na het doorslikken komt het eten via de slokdarm in je maag. Daarna gaat het naar de darmen. Slokdarm, maag en darmen horen bij het verteringsstelsel. In de afbeelding zie je dat het verteringsstelsel bij de mond begint en bij de anus eindigt. In het verteringsstelsel wordt het voedsel klein gemaakt. Dat heet vertering. De taak van het verteringsstelsel is dus het kleiner maken van voedsel.

Je haalt ook steeds adem. Lucht gaat via je mond of je neus naar de luchtpijp, zie de afbeelding. Daarna komt de lucht in je longen terecht. De longen halen zuurstof uit de ingeademde lucht. Neus, mond, luchtpijp en de longen horen bij het ademhalingsstelsel. De taak van het ademhalingsstelsel is het binnenhalen van zuurstof in je lichaam.

Het hart en alle bloedvaten horen bij het bloedvatenstelsel (afbeelding). Je hart pompt bloed rond. In dat bloed zitten voedingsstoffen en zuurstof. De taak van het bloedvatenstelsel is het vervoeren van voedingsstoffen en zuurstof naar alle delen van je lichaam .
Maak opdracht 4 en 5 van het Werkblad