Alles wat je om je heen kunt zien is een zelfstandig naamwoord: jouw bureau, familie en de zon. Maar let op, ook dingen die je niet kunt zien zijn zelfstandige naamwoorden: lucht, energie en pret.
Vaak wordt als ezelsbruggetje de afkorting medipladina (of net zoiets in een andere volgorde): mensen, dingen, planten, dieren en (eigen)namen.
Eigenschappen van zelfstandige naamwoorden zijn:
1. Je kunt er een lidwoord voor zetten, bijvoorbeeld: de leraar. Denk eraan dat het niet gebruikelijk is om voor een naam een lidwoord te zetten.
2. Je kunt ze in het meervoud zetten, bijvoorbeeld: honden, auto's.
3. Je kunt er een verkleinwoord van maken, bijvoorbeeld: regenbuitje. Soms wordt het wel een beetje vreemd: weinig energie is een energietje?