Bijvoegelijke naamwoorden zeggen altijd iets over een zelfstandig naamwoord.
Voorbeelden: de witte auto en de koude regen.
Bijvoegelijk naamwoorden maken teksten en verhalen levendiger en daardoor fijner om te lezen. Ze geven extra inhoud en bepalen de sfeer. Een sprookje over de kleine schattige wolf is heel anders dan het sprookje dat nu vaak wordt verteld.
Vaak voor, maar soms achter het zelfstandig naamwoord.
Zorg dat je weet dat een bijvoegelijk naamwoord niet altijd vóór het zelfstandig naamwoord staat. Het gebeurt ook regelmatig dat het bijvoegelijk naamwoord erachter staat.
Voorbeelden: de tekening is mooi en de tennisser is snel.
Als je de vorige alinea's goed hebt gelezen heb je misschien gezien dat er iets aan de hand is met de spelling van bijvoegelijk naamwoorden en hun plek in de zin. Als het bijvoegelijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staat, dan krijgt het een extra 'e'. Kijk maar naar die voorbeelden.
Let op! Bij sommige woorden kun je niet alleen een 'e' aan het woord te 'plakken', maar moet er een extra medeklinker worden geschreven: snel wordt snelle (niet snele) en er zijn woorden waar juist een letter verdwijnt: groot wordt grote (niet groote).