Content
Deze lessenserie is bedoeld voor examenkandidaten van het vmbo-tl. Het schrijven van een zakelijke brief is een vaardigheid die getoetst wordt op het Centraal Examen (CE). Het is een onderdeel dat goed de verbinding van ons vak met de praktijk demonstreert. In de syllabus (College voor Toetsen en Examen, 2019) staat dat de teksten van kandidaten moeten “voldoen aan eisen op het gebied van spelling, interpunctie, grammaticaliteit en uiterlijke verzorging”. Dit legt mijn keuze uit voor de gekozen leerdoelen. Leerlingen moeten spelling, interpunctie en conventies beheersen als onderdeel van de uiteindelijke zakelijke brief.
De lessenserie start met een welkom en de leerdoelen. Daarna starten leerlingen met een formatieve opdracht waarin ze terugblikken op alles wat ze weten. Ze moeten met de voorkennis die ze hebben een zakelijke brief schrijven en daarop reflecteren. Hierna volgen lessen over de verschillende deelvaardigheden (werkwoordspelling, leestekens en hoofdletters, conventies en uiteindelijk het schrijven van de brief). De opbouw bij de vaardigheden werkwoordspelling en leestekens en hoofdletters is volgens het IGDI-model. Differentiatie vindt hier plaats in de instructie, maar ook in het soort opdrachten. Er is ook sprake van verlengde instructie voor de groep (blauw) die meer instructieafhankelijk is. Uitleg vindt plaats door middel van korte en duidelijke instructiefilmpjes of bijvoorbeeld door het gebruik van een mindmap (om de regels van werkwoordspelling te visualiseren).
Bij ‘het schrijven van de zakelijke brief’ wordt de les rond gemaakt. Hier bekijken leerlingen de brief uit de startopdracht nogmaals en herschrijven ze hem met de kennis die ze in de lessenserie hebben opgedaan. Vervolgens geven ze feedback op elkaars brief. De lessenserie sluit af met de eindopdracht waarbij leerlingen een zakelijke brief schrijven, beoordelen en delen met de docent.
Pedagogisch
Ik heb de lessenserie betekenisvol gemaakt, zodat leerlingen intrinsiek gemotiveerd raken. Een zakelijke brief is relevant voor leerlingen, omdat ze dit in het dagelijks leven kunnen gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het schrijven van een sollicitatiebrief. Een aantal onderwerpen van opdrachten sluit bovendien aan bij de belevingswereld van leerlingen, bijvoorbeeld de startopdracht over de coronaregels. Ook dit maakt het voor leerlingen meer betekenisvol.
In deze lessenserie is sprake van convergente differentiatie. De te behalen lesdoelen zijn voor de hele groep gelijk en differentiatie vindt plaats bij de instructie of verwerking van de opdrachten. Ik heb de les voor alle leerlingen inhoudelijk en uitdagend gemaakt. Dat heb ik gedaan door bij de onderdelen werkwoordspelling en leestekens leerlingen te clusteren op basis van een objectief criterium, namelijk de formatieve starttoets. Naar aanleiding van de behaalde score, worden leerlingen ingedeeld in groep roze (voornamelijk instructieonafhankelijk) of groep blauw (instructieafhankelijk en instructiegevoelig). Beide groepen volgen een eigen groepsplan waarbij groep blauw meer instructie krijgt. Groep roze krijgt beknopte instructie en verwerkt de stof meer zelfstandig.
De groepen kunnen per vaardigheid verschillen. Leerlingen maken een formatieve toets bij werkwoordspelling en eentje bij leestekens en hoofdletters. Zo kan een leerling bij werkwoordspelling in groep blauw zitten en bij leestekens in groep roze. Dit houdt de les voor iedereen uitdagend. Het leerpad voor groep roze en groep blauw is meestal anders, maar soms heeft het overlap in opdrachten. Het einddoel is echter voor alle leerlingen hetzelfde (een zakelijke brief kunnen schrijven met juist gebruik van spelling, leestekens en hoofdletters). In twee kennisclips probeer ik leerlingen te instrueren door middel van modelling. Ik doe de opdracht hardop voor, zodat zij dit kunnen imiteren.
Het leerproces van de leerling is voor mij inzichtelijk via Google Forms. Ik kan de antwoorden van de oefentoetsen zien, maar ook de verschillende zakelijke brieven die geschreven zijn. Bovendien deelt de leerling de zelfbeoordeling en de feedback voor een klasgenoot met de docent. Zo heb ik zowel zicht op de prestaties van de klas als op de individuele leerprocessen.
Technisch
Het gebruik van ICT maakt het makkelijker om afwisseling in de lessenserie aan te brengen, zodat leerlingen geactiveerd en gemotiveerd blijven. Ook differentiëren is makkelijker met de beschikbare tools.Ik heb verschillende educatieve tools gebruikt om de vakinhoud over te brengen. Zo gebruik ik Google Forms om informatie te verzamelen en om te toetsen. In de zelfstandige leerroute heb ik Quizlet en LessonUp ingezet. Quizlet heb ik gebruikt, zodat leerlingen de regels met betrekking tot leestekens kunnen leren. In LessonUp laat ik video’s met vragen zien. Ook heb ik gebruik gemaakt van Popplet. Bij de zelfstandige leerroute maken leerlingen zelf een mindmap. De andere leerroute krijgt een mindmap van mij waarin alle stappen van werkwoordspelling visueel zijn gemaakt. Tenslotte heb ik gebruik gemaakt van de vragen en oefeningen binnen Wiki.
Visie
Bij elke les die ik geef, wil ik een krachtige leeromgeving. Volgens Geerts en Van Kralingen (2016) voelen leerlingen zich prettig als er aan drie basisbehoeften wordt voldaan: competentie, autonomie en relatie. Competentie betekent dat de leerling het gevoel moet hebben de taak aan te kunnen. Juist door te differentiëren, maak je taken overzichtelijker voor leerlingen waardoor ze zich meer competent voelen. Dat leidt ertoe dat er meer wordt geleerd en meer motivatie is (Geerts & Van Kralingen, 2016). Een digitale lessenserie geeft bovendien mogelijkheden voor leerlingen om succeservaringen te beleven. In mijn fysieke les kan ik niet bij elke leerling en opdracht positieve en opbouwende feedback geven. Digitaal is dat makkelijker in te richten.
Als een leerling zelf keuzes kan maken, gaat leren makkelijker. Deze autonomie is bij een digitaal leerarrangement wederom makkelijker te verwezenlijken. Je kan leerlingen laten kiezen uit verschillende opdrachten of verschillende routes. Het digitaal leerarrangement maakt leerlingen bovendien verantwoordelijk voor hun eigen leerproces: de einddoelen zijn duidelijk, nu mogen zij bepalen hoe ze die willen behalen.
Het onderdeel relatie leek me bij een digitale lessenserie moeilijk te realiseren. Maar, relatie is ook het vertrouwen geven dat iemand op de goede weg zit. Dat kan bijvoorbeeld door de positieve of opbouwende feedback die je bij digitale opdrachten geeft. Ik ga er bij deze lessenserie bovendien vanuit dat leerlingen dit zelf kunnen doorlopen. Door dit vertrouwen uit te stralen, zullen leerlingen zich ook gesterkt voelen om dit te doen. Ze zullen aan mijn verwachting willen voldoen en daardoor beter presteren.
Berben, M., & Teeseling, M. (2018). Differentiëren is te leren! (2e druk). Amersfoort, Nederland: CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
College voor Toetsen en Examens. (2019 juni). Nederlands vmbo - syllabus BB, KB en GT Centraal Examen 2021. Geraadpleegd op november 2020, van https://www.examenblad.nl/examenstof/syllabus-nederlands-vmbo-2021/2021/f=/syllabus_nederlands_vmbo_2021_versie_2.pdf
Geerts, W., & Kralingen, R. (2016). Handboek voor leraren (2e druk). Bussum, Nederland: Coutinho.
Veen, T., & Wal, J. (2016). Van leertheorie naar onderwijspraktijk (6e druk). Groningen, Nederland: Noordhoff.