H2.2 Vlakke figuren

Inleiding

 

Leerdoelen

 

 

Kennisbank

Weet je het nog?

 

H2.2 opdracht 1

  1. Teken op je ruitjespapier een vierkant waarvan de zijde 5 cm zijn.
    Zorg er voor dat alle hoeken netjes recht zijn.
  2. Zet de letters P Q R S bij de hoekpunten. (je vierkant heet nu vierkant PQRS).
  3. Welke zijde ligt tegenover zijde PQ, noteer de letters van die zijde op je ruitjespapier.
  4. Welk hoekpunt is het overliggende hoekpunt van R?
  5. Zet even lang tekentjes in zijden die even lang zijn.
  6. Zet evenwijdig tekentjes in zijden die evenwijdig zijn.
  7. Teken de diagonalen in je vierkant.

 

H2.2 opdracht 2

Bekijk de rechthoek hiernaast, beantwoord dan de vragen. Schrijf de antwoorden op je ruitjespapier op.

  1. Welke zijde is gekleurd?
  2. Welke zijden zijn evenwijdig, noteer 2 paren.
  3. Er is een foutje gemaakt bij deze rechthoek. Schrijf op wat er fout is gegaan.
  4. Welke zijde is even lang als zijde RU, hoe kun je dit in één oogopslag zien?
  5. Welke letter staat er bij het snijpunt van de diagonalen?

 

H2.2 opdracht 3

Bekijk de afbeelding op je werkblad.

Schrijf bij iedere figuur de juiste wiskundige naam.

 

 

H2.2 opdracht 4

  1. Teken in je schrift een lijnstuk AB. Het lijnstuk moet 6 cm lang zijn.
  2. Teken  A = 100o en B = 80o
  3. Maak er nu een parallellogram van.
  4. Zet bij de hoekpunten van je parallellogram de hoofdletters ABCD.

 

H2.2 opdracht 5

Teken nu de punten A(-4 , -2), B(-1 , -1) en D(-5 , 3) in je schrift.

  1. AB en AD zijn de zijden van parallellogram ABCD. Teken AB en AD.

  2. Teken het parallellogram.

  3. Teken met rood kleurpotlood de diagonalen in de ruit.

 

H2.2 opdracht 6

Teken het vierkant op je werkblad af.

Zorg er voor dat alle zijden even lang zijn en de hoeken netjes recht.

 

 

Kennisbank

Driehoeken en cirkel.

Twee andere vlakke figuren waar je al veel over geleerd hebt zijn de driehoek en de cirkel.

.

De driehoek met de hoekpunten A, B en C wordt genoteerd als {\displaystyle \triangle ABC}.
Als je letters bij een driehoek zet, begin dan altijd links onder.

Driehoek ABC kleurplaat | Gratis Kleurplaten printen

 

Een cirkel heeft een diameter en een straal. Bekijk het plaatje hieronder maar eens.

Om de omtrek of oppervlakte van een cirkel te kunnen berekenen moet je iets weten van (pi). Zoek dit knopje maar eens op je rekenmachine op.

 

Een cirkel teken je met een passer

 

 

H2.2 opdracht 7

  1. Teken een cirkel met een diameter van 6 cm in je schrift.
  2. Hoe lang is de straal van je getekende cirkel nu?

 

H2.2 opdracht 8

  1. Teken een cirkel met een straal van 4 cm in je schrift.
  2. Hoe lang is de diameter van je getekende cirkel nu?

 

 

Omtrek en oppervlakte.

De oppervlakte van een rechthoek of vierkant bereken je met de volgende formule:

Oppervlakte rechthoek = lengte x breedte.

 

De oppervlakte van een parallellogram berekenen we net iets anders.

Oppervlakte parallellogram: zijde x  bijb. hoogte Oppervlakte parallellogram/driehoek - Lesmateriaal - Wikiwijs

 

Voor de omtrek geldt: Tel alle zijde van het figuur bij elkaar op.

 

 

Ook voor het berekenen van de oppervlakte van een driehoek hebben we een formule geleerd:

Oppervlakte driehoek = zijde x bijb. hoogte : 2

 

Voor de omtrek van een driehoek tel je de lengte van de zijden bij elkaar op.

 

De oppervlakte van een cirkel bereken je met de formule:

Opp cirkel = x straal2

Voor de omtrek gebruiken we de formule

Omtrek cirkel = diameter x

 

Een samenvatting vind je in je werkboek. Plak deze in je schrift.

 

 

 

 

H2.2 Opdracht 9

 

StudioWiskunde | Kennisbank WiskundeBekijk de groene driehoek hiernaast.

 

  1. Schrijf de formule die we gebruiken om de oppervlakte van een driehoek te berekenen in je schrift.
  2. Bereken nu de oppervlakte van de driehoek hiernaast.
    Rond je antwoord af op één decimaal (één cijfer achter de komma).

 

 

 

 

H2.2 opdracht 10

 

De oppervlakte berekenen [1]Bekijk de rechthoek hiernaast.

 

Bereken de oppervlakte van de rechthoek.

 

 

 

 

 

H2.2 Opdracht 11

 

Meten is WetenHier rechts zien we een plattegrond van de oppervlakte van de kamer van Jaqueline.
Jaqueline wil graag nieuwe vloerbedekking. Daarvoor moet zij weten hoe groot de oppervlakte van haar kamer in totaal is.

 

  1. Bereken de oppervlakte van de kamer van Jaqueline, schrijf natuurlijk netjes je berekening op.
    .
  2. De vloerbedekking die Jaqueline heeft uitgezocht kost €11,- per m2. Bereken wat de vloerbedekking in totaal gaat kosten.

 

 

H2.2 opdracht 12

 

StudioWiskunde | Kennisbank WiskundeBekijk de driehoek hiernaast.

 

  1. Schrijf de formule waarmee je de oppervlakte van een driehoek kunt berekenen in je schriftt.
  2. Vul de lengte van de zijde en de bijbehorende hoogte in je formule in en schrijf op.
  3. Bereken nu de oppervlakte van de driehoek. Rond je antwoord af op 1 decimaal.

 

H2.2 opdracht 13

 

Bekijk de vier parallellogrammen hiernaast.
Rond de antwoorden op de vragen hieronder telkens af op 1 decimaal.

 

  1. Noteer de formule die je gebruikt voor het berekenen van een parallellogram in je schrift.
  2. Bereken van figuur 1 de oppervlakte, schrijf de berekening netjes in je schrift.
  3. Bereken van figuur 2 de oppervlakte, schrijf de berekening netjes in je schrift.
  4. Bereken van figuur 3 de oppervlakte, schrijf de berekening netjes in je schrift.
  5. Bereken van figuur 4 de oppervlakte, schrijf de berekening netjes in je schrift.

 

 

H2.2 opdracht 14

Bekijk de cirkels hiernaast.

  1. Noteer de formule die we gebruiken om de oppervlakte van een cirkel te berekenen in je schrift
  2. Bereken van beide cirkels de oppervlakte. Rond je antwoord af op 2 decimalen
  3. Noteer de formule die we gebruiken om de omtrek van een cirkel te berekenen in je schrift.
  4. Bereken van beide cirkels de omtrek. Rond je antwoord af op 1 decimaal.

 

H2.2 opdracht 15

Over het zwembad hiernaast moet een zeil komen dat het zwembad beschermt tegen regen en het water schoon houdt. Ook de rand met tegels komt onder het zeil te liggen.

Bereken de oppervlakte van het zeil dat nodig is om het zwembad af te dekken. Rond je antwoord af op 2 decimalen

 

 

 

 

 

 

Kennisbank

Hoe herken je de hoogte van een driehoek

Dit is niet zo heel moeilijk. De hoogte van een driehoek staat altijd loodrecht op de zijde waar deze bij hoort. Het loodrechttekentje laat goed welke zijde en hoogte lijn bij elkaar horen.

 

 

 

 

H1.2 opdracht 16

Op je werkblad zie je drie driehoeken getekend.

  1. Teken bij de aangegeven zijde de bijbehorende hoogtelijn.
  2. Meet de zijden en zet de maten er bij. Doe hetzelfde met je getekende hoogtelijnen.
  3. Bereken van iedere driehoek de oppervlakte. Noteer de berekeningen netjes in je schrift.
    Rond je antwoord af op 1 decimaal.

 

H2.2 opdracht 17

  1. Teken lijnstuk AB van 6 cm lang.
  2. Teken A = 42o en   B = 68o
  3. Vorm ΔABC.
  4. Teken een hoogtelijn op zijde AB.
  5. Meet de hoogtelijn op en zet de lengte van de hoogtelijn erbij.
  6. Bereken nu de oppervlakte van de driehoek, rond je antwoord af op 1 decimaal


H2.2 opdracht 18

Bekijk de figuur hiernaast. De maten van deze figuur zijn in centimeter.

  1. Teken de figuur na in je schrift.
  2. Verdeel de figuur nu in stukjes. Kleur de stukjes met kleurpotlood in.
  3. Schrijf de namen van de verschillende figuren op, zet er ook de formule voor oppervlakte onder.
  4. Vul de maten in de formule voor oppervlakte in en reken uit. Rond je antwoord af op 1 decimaal.
  5. Tel vervolgens de oppervlakte van losse figuren bij elkaar op.

 

H2.2 opdracht 19

 

Hiernaast zie je een blauwe rechthoek waar een stukje uit gesneden is. We willen alleen de oppervlakte van het blauwe stuk weten.

 

 

Bereken de oppervlakte van de blauwe figuur, voer zelf de stappen van het stappenplan uit.

 

 

 

 

 

H2.2 Opdracht 20

 

Bekijk de figuur hiernaast.

 

  1. Teken de figuur na in je schrift. (maak dan gebruik van de hokjes!)
  2. Verdeel de figuur nu in stukjes. Kleur de stukjes met kleurpotlood in.
  3. Schrijf de namen van de verschillende figuren op, zet er ook de formule voor oppervlakte onder.
  4. Vul de maten in de formule voor oppervlakte in en reken uit.
  5. Tel vervolgens de oppervlakte van losse figuren bij elkaar op.