KennisbankEen ruimtefiguur tekenen.
Dat komt omdat lijnstukken die "naar achteren lopen" korter lijken. Daar moet je bij het tekenen van ruimtelijke figuren rekening mee houden:
De tweede figuur lijkt wel op een kubus. |
H2.6 Opdracht 1
Op je werkblad is het begin van een balk ABCD EFGH getekend.
H2.6 Opdracht 2
Teken op je werkblad de figuren 'af'.
Kennisbank
|
H2.6 Opdracht 3
Voor een balk ABCD.EFGH geldt, dat AB=5 cm, BC=4 cm en AE=3 cm.
Teken deze balk op roosterpapier in je schrift. Denk aan de afspraken uit het filmpje.
H2.6 Opdracht 4
Teken op roosterpapier een kubus PQRS.TUVW met ribben van 4 cm. Zet er op de juiste manier de letters bij.
H2.6 Opdracht 5
Gegeven is een balk ABCD.EFGH met AB=BC=4 cm en AE=6 cm.
KennisbankUitslag van een ruimtefiguurEen uitslag is een opengeklapte ruimte figuur (zonder plakrandjes). In een uitslag kun je heel goed zien uit hoeveel zijvlakken een ruimte figuur bestaat.
Bekijk de uitslagen van de ruimtefiguren hieronder maar eens.
Goed kunnen inschatten of je een uitslag ook daadwerkelijk kunt vouwen tot een ruimtefiguur is daarom best wel eens lastig.
Oefen maar eens met de uitslagen van een kubus klik op de link
|
H2.6 opgave 6
Bekijk de vier uitslagen van ruimtefiguren hiernaast.
Nummer I en nummer IV zijn niet goed getekend.
H2.6 opgave 7
Bekijk de afbeelding met daarop verschillende uitslagen van een piramide.
Helaas zijn niet alle uitslagen goed gelukt. Van welke uitslag kun je geen piramide vouwen? Noteer die letter in je schrift.
H2.6 opgave 8
Maaike heeft geprobeerd de uitslag van een cilinder te tekenen.
Helaas heeft Maaike een foutje gemaakt. Bekijk de uitslag die Maaike tekende hiernaast goed en schrijf daarna in je schrift op wat Maaike fout heeft gedaan.
H2.6 opgave 9
H2.6 opgave 10
Hiernaast zie je een balk. Teken een mogelijke uitslag van de balk op ware grootte. Zet in je uitslag ook de woordjes onderkant, bovenkant, voorkant, achterkant, rechts en links.