|
Werkproces: |
Leerdoelen: |
Houding en vaardigheden: |
Leervragen: |
|
B1-K1-W6 Evalueert de aanpak |
De beginnend beroepsbeoefenaar evalueert de aanpak van de vraag naar sociaal werk, tussentijds en aan het eind van het proces. Hij reflecteert op zijn eigen handelen en past zo nodig tussentijds zijn handelen aan. Hij kiest een manier van evalueren die past bij de uitgevoerde werkzaamheden, de mensen en de situatie. Hij verzamelt op methodische wijze gegevens en analyseert deze. Hij bespreekt de gegevens uit de evaluatie met alle relevante betrokkenen en toetst de verkregen gegevens op betrouwbaarheid, volledigheid en relevantie. Hij trekt conclusies over voortgang en/of resultaat van de aanpak. Hij bespreekt voorstellen tot aanpassing in zijn aanpak met mensen en overige betrokkenen, met collega's en/of in het team. Hij communiceert over de resultaten. |
De beginnend beroepsbeoefenaar: - richt zich in de (schriftelijke) communicatie doeltreffend op de vraag en (informatie)behoefte van de ontvanger; |
Welke evaluatievormen zijn er? Hoe evalueer je? Hoe reflecteer je op jezelf? Hoe stel je leerdoelen voor jezelf op? Hoe werk je aan doelen? Hoe verwerk ik methodisch gegevens? Hoe toets je gegevens op betrouwbaarheid, volledigheid en relevantie? Wat zijn relevante bronnen? Hoe analyseer je? Hoe rapporteer je? Op welke manier bespreek je je rapportage? Wat zijn collegiale interventies? Hoe maak je gebruik van collegiale interventies? Wat is intervisie? Voor welk doel kun je intervisie gebruiken? |