B1-K2-W4

Werkproces B1-K2-W4 Werkt aan kwaliteit

Leerdoelen

De beginnend beroepsbeoefenaar levert binnen de organisatie een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van het sociaal werk. Hij werkt hierbij volgens de kwaliteitscyclus. Hij doet dit bijvoorbeeld door te participeren in ontwikkelgroepen, door gebruik te maken van evaluatiegegevens en door zijn kennis van het vakgebied in te zetten bij verbetertrajecten. Hij kent de grenzen van zijn kennis en expertise en hij schakelt wanneer dat nodig is de hulp in van andere partijen. Hij signaleert verbeterpunten en knelpunten en onderneemt actie. Hij draagt bij aan een kwaliteitscultuur binnen de organisatie.

Houding en vaardigheden

De beginnend beroepsbeoefenaar:
- werkt effectief overeenkomstig de voorgeschreven instructies en procedures;
- werkt nauwgezet op ordelijke en systematische wijze;
- signaleert en rapporteert tijdig verbeterpunten en knelpunten;
- daagt zichzelf en anderen effectief uit om goede kwaliteit te leveren;
- deelt actief zijn kennis en expertise met anderen om de kwaliteit van de werkzaamheden te verhogen.

De onderliggende competenties zijn: instructies en procedures opvolgen, kwaliteit leveren, vakdeskundigheid toepassen.

Leervragen

Wat is een kwaliteitscyclus?

Hoe signaleer je verbeterpunten en knelpunten?

Hoe maak je verbeterpunten en knelpunten bespreekbaar met collega’s? Wat zijn procedures?

Wat zijn de grenzen van jouw taken als sociaal werker?

Welke andere partijen schakel je wanneer in?

Hoe ben je pro-actief?

Hoe signaleer je?

Hoe kom je aan de juiste informatie?

Hoe zet je een verbetertraject uit?

Wat is jouw rol bij het implementeren van een verbetertraject?

Hoe blijf je kwaliteit leveren?

Op welke manier kan je jezelf blijven ontwikkelen?