B1-K1-W1

Werkproces:

Leerdoelen:

Houding en vaardigheden:

Leervragen:

B1-K1-W1

Inventariseert de vraag naar sociaal werk

De beginnend beroepsbeoefenaar herkent risicofactoren en signalen van armoede en sociale problematiek, zoals verslaving, huiselijk geweld, eenzaamheid, opvoedingsproblemen, ontwikkelingsachterstanden en schulden. Hij informeert zich over de achtergrond van mensen en hun sociale omgeving en hij neemt kennis van specifieke behoeften, kansen, risico's en belangen. Hij maakt daartoe contact met mensen en zoekt ze op in hun sociale context. Hij is betrokken bij mensen en hij is 'present' als aanspreekpunt voor hen. De sociaal werker brengt samen met mensen hun kwaliteiten, potentieel, belangen, sociale (informele en formele) netwerken en persoonlijke doelen in kaart. Waar nodig zoekt hij samenwerking met andere betrokkenen om een volledig beeld te krijgen van de vraag naar en behoefte aan sociale ondersteuning. Hij analyseert de verkregen informatie, formuleert de vraag naar sociaal werk en stelt deze samen met mensen vast.

 

 

 

 

 

 

 

Is actief in het achterhalen van de vraag en de mogelijke vraag achter de vraag;
- toont betrokkenheid bij de problemen/vragen van de cliënt/doelgroep;
- gaat integer om met vertrouwelijke informatie;
- communiceert open, duidelijk en doelgericht;
- gebruikt verschillende bronnen om de juiste en voldoende informatie te verkrijgen;
- reageert snel en effectief op non-verbale en nieuwe signalen;
- toont interculturele sensitiviteit;
- snijdt ook moeilijk bespreekbare onderwerpen effectief aan.

De onderliggende competenties zijn: Aandacht en begrip tonen, Ethisch en integer handelen, Onderzoeken, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten.

Hoe verzamel ik informatie?
Hoe maak ik contact met de cliënt?
Hoe analyseer ik verkregen informatie?
Wat is de sociale context van een cliënt en wat kun je met deze informatie?
Hoe leg ik contact met andere organisaties?
Wat is ethisch en integer handelen en hoe zet ik dit in?