|
Werkproces B1-K1-W3 Versterkt het sociale netwerk |
|
|
Leerdoelen |
De beginnend beroepsbeoefenaar informeert, stimuleert en activeert mensen om de samenwerking en verbinding te zoeken met personen uit het informele en formele netwerk. Hij biedt mensen handvatten om zo zelfstandig mogelijk samenwerking en verbinding aan te gaan. De beginnend beroepsbeoefenaar ondersteunt mensen bij het vergroten van hun netwerk. Hij spreekt zijn eigen netwerk aan en verwijst mensen door naar de juiste personen en instanties. Hij herkent signalen van overbelasting van mensen en van het informele netwerk en houdt hier rekening mee. Hij bevordert de afstemming en samenwerking binnen en tussen de formele en informele ondersteuning. |
|
Houding en vaardigheden |
Motiveert mensen effectief om hun best te doen, doelen te bereiken en uitdagingen aan te gaan; Zorgt ervoor dat mensen met enthousiasme hun opdrachten uitvoeren; Schept actief mogelijkheden en kansen voor mensen om zich te ontwikkelen; Stimuleert mensen met overtuiging om de grenzen van hun mogelijkheden te verkennen; Herkent tijdig wanneer mensen het moeilijk hebben en biedt de nodige ondersteuning; - legt actief contact met personen binnen of buiten de organisatie; Gebruikt effectief het eigen netwerk om werkgerelateerde doelen te behalen; - zoekt actief naar mogelijkheden om een goede relatie in het netwerk te behouden of te herstellen; Werkt effectief aan een oplossing bij problemen. |
|
Leervragen |
Wat is een netwerk? Hoe breng je het netwerk van de cliënt in beeld? Wat is een sociale kaart? Hoe maak ik een sociale kaart? Waarom is een sociale kaart van belang? Wat is systemisch werken? Hoe breng ik talenten, kwaliteiten en kracht van de cliënt en zijn omgeving in beeld? Hoe en wanneer verwijs ik een cliënt door? Wat zijn passende gesprekstechnieken en hoe pas ik deze toe? |