Er zijn bij de patiƫnte uit de casus dus aanwijzingen voor stoornissen in meerdere cognitieve domeinen en deze lijken ook een invloed te hebben op het dagelijks functioneren. Er zijn geen aanwijzingen voor een wisselend bewustzijn of sombere stemming zodat delier en depressie minder waarschijnlijk zijn.
Voor de verdere diagnostiek wordt in Nederland gewerkt volgens de FMS richtlijn Dementie.
In deze richtlijn is een flowchart opgenomen voor de diagnostische stappen bij een vermoeden op dementie.
Anamnese en lichamelijk onderzoek zijn verricht, met cognitieve screening. Dan moet nog screenend laboratoriumonderzoek volgen. Wat er precies bepaald moet worden staat niet in de richtlijn dus dat moet je zelf afwegen.