Lesestrategien

Daarnaast moet je snel kunnen overzien hoe je een bepaalde tekst of
vraag moet aanpakken zodat je niet te veel tijd kwijt raakt maar toch de vragen kunt beantwoorden. Daarvoor ga je nog eens goed aan de slag met de verschillende leesstrategieën.

1. Oriënterend lezen

Natuurlijk kun je meteen de tekst gaan lezen en gaandeweg proberen de vragen te beantwoorden. Maar dat zal best lastig gaan, want eigenlijk weet je niet goed wat je aan het lezen bent, wat je zoekt en wat je kunt verwachten. Vaak lees je dan ook onderdelen van de tekst die helemaal niet belangrijk zijn en dat kost je tijd die je straks bij een andere tekst misschien tekort komt.
Het is dus verstandig om je eerst te oriënteren op de tekst.


Verder hoe kun je je oriënteren op de tekst.
Dat doe je door vóór het lezen te kijken naar:

Daarnaast kun je nagaan wat je al weet over het onderwerp:

Ook de tekstsoort kan al iets over de inhoud verklappen:
krantenartikel, gebruiksaanwijzing, advertentie, website, recept, folder, enz.

Natuurlijk vind je niet bij elke tekst alle opties voor oriënterend lezen.
Je kijkt dus wat je er wel uit kunt halen en probeert daar je voordeel mee te doen.
In de meeste gevallen kun je de tekst later beter begrijpen en dat helpt bij het
beter en sneller beantwoorden van de vragen.

De oefeningen vind je in het kopje: Orientierend Lesen

2. Globaal lezen

Vaak hoef je niet de hele tekst te begrijpen om te weten waar die over gaat.
Zeker als er bij de tekst maar één vraag staat die over de hoofdgedachte van de tekst gaat, volsta je vaak met globaal lezen.
Dat betekent dat je de tekst snel doorleest om een idee te krijgen waar die over gaat zonder heel nauwkeurig te lezen of woorden op te zoeken. Je gebruikt deze strategie ook om je een globale indruk van de tekst te verschaffen voordat je gedetailleerd gaat lezen. Een ander woord voor globaal lezen is skimmen.
Bekijk sowieso eerst weer de titel, tussenkopjes, plaatjes en bijschriften en probeer al te voorspellen waar het over gaat.

Probeer op die manier kernwoorden te vinden, woorden dus die voor het bepalen van de hoofdgedachte belangrijk zijn.

Voorbeeld
Open hier het Wordbestand . Lees de tekst en bekijk de vraag onderaan het document.

Vragen

Meer oefeningen vind je in het kopje ,,Global Lesen"

3. Zoekend lezen

Zoekend lezen = scannend lezen
In het examen zitten teksten die best lang zijn maar waar maar één vraag bij hoort.
Er wordt gevraagd naar concrete informatie. Bijv. Hoe laat gaat het museum open? Wat kost een
kaartje voor kinderen onder de 10 jaar? Welk huismiddeltje wordt aangeraden als je misselijk bent?

Je hoeft dan dus maar één gegeven in de tekst te vinden. Vaak zijn het folders, (bioscoop)agenda's, inhoudsopgaves, overzichtspagina's, Wikipedia-artikelen enz.
Daarom is het onverstandig om bij dit soort vragen de hele tekst uitgebreid te lezen.
Je zoekt doelgericht naar de gevraagde informatie. Met andere woorden: je scant de tekst om de gevraagde informatie te vinden. Daarom noem je zoekend lezen ook wel scannend lezen.

Je leest bij dit soort teksten altijd eerst de vraag. Vervolgens bekijk je de titel, plaatjes, tussenkopjes en woorden met een andere opmaak (vet, cursief enz.).
Bedenk onder welk tussenkopje het antwoord op de vraag zou kunnen staan.
Lees alleen het stukje waarin volgens jou het antwoord staat.

Hier zijn de oefeningen

4. Intesief lezen

Bij veel teksten kom je er niet onderuit om de hele tekst of delen van de tekst nauwkeurig te lezen om de vraag of vragen te kunnen beantwoorden. Je moet dan echt diep in de tekst of het tekstgedeelte duiken, details begrijpen en verbanden ontdekken. Dit nauwkeurige lezen noemen we ook intensief of gedetailleerd lezen.

Bekijk eerst de titel, plaatjes en eventuele bijschriften, tussenkopjes en tekstdelen met een afwijkende opmaak.Pas dus de leesstrategie oriënterend lezen toe. Combineer dit met de leesstrategie globaal lezen om de hoofdgedachte van de tekst te bepalen.
Nu weet je globaal waar de tekst over gaat.

Bij de gedetailleerde vragen staat vaak op welk tekstgedeelte zij betrekking hebben, bv. Wie viel Zeit haben die Filmarbeiten für "Typisch" gekostet? (Absatz 2) of Was wird im 1. Absatz über Stefan van Haaren ausgesagt?
Dan concentreer je je bij het zoeken naar het juiste antwoord op dat tekstgedeelte.
Ook bij vragen als 'Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met alinea 2.' gevolgd door een aantal beweringen, moet je intensief lezen.
De beweringen staan meestal wel op volgorde van de tekst.

Veel succes!

 

Abschlusstest