Welke verwijsstijl je ook gebruikt, er zijn een aantal regels waar je altijd rekening mee moet houden:
Je moet verwijzen op twee plaatsen - in je tekst en in de literatuurlijst:
In je tekst verwijs je consequent naar de bron die je hebt gebruikt. Hiermee zorg je ervoor dat het duidelijk is wanneer je gebruik hebt gemaakt van externe bronnen en welke dit zijn. Heb je gebruik gemaakt van een bepaalde bron op verschillende plekken in je tekst, vermeld dan op al deze plekken de bron. Hoe een verwijzing in de tekst er uit ziet verschilt per verwijsstijl. Dit zijn de verschillen die je tegen komt:
In-tekst verwijsstijl: hierbij wordt de bron in de lopende tekst tussen haakjes geplaatst. APA is een voorbeeld van een in-tekst verwijsstijl.
Numerieke verwijsstijlen: hierbij verwijzen oplopende nummers in je tekst naar de gebruikte bronnen. IEEE is een voorbeeld van een numerieke verwijsstijl.
Voetnoten: bij sommige verwijsstijlen worden bronnen in een voetnoot onder aan de pagina vermeld. Bij andere stijlen (bv. APA) mag je de voetnoot niet gebruiken voor verwijzingen.
In je literatuurlijst neem je de volledige bronvermelding op van alle bronnen die je hebt gebruikt.
Verschillende materiaalsoorten, verschillende regels:
Hoe je bronverwijzing er in de literatuurlijst uit ziet verschilt per materiaalsoort. Houd er dus rekening mee dat een bronvermelding voor een boek er anders uit kan zien dan die voor een video, afbeelding, artikel enzovoort. Ook de hoeveelheid auteurs van een bron kan verschil maken in hoe je verwijzing er uit moet zien. Wat deze verschillen zijn lees je in de handleiding van je verwijsstijl.