|
erkproces |
Leerdoelen |
Houding en vaardigheden |
Leervragen/portfolio |
|
B1-K1-W5: Bevordert samenwerking en versterkt netwerken |
De sociaal werker informeert, stimuleert en activeert de cliënt/doelgroep om samenwerking en verbinding te zoeken met mogelijke partners zoals andere medeburgers, mantelzorgers, sociale netwerken, vrijwilligersinitiatieven en wijkverbanden. Hij rust de cliënt/doelgroep toe om zo zelfstandig mogelijk samenwerkingsrelaties aan te gaan en te benutten, door te informeren, te ondersteunen en te faciliteren. In voorkomende situaties verwijst hij de cliënt/doelgroep door naar andere instanties. Hij bevordert afstemming binnen en tussen formele en informele ondersteuning. |
De sociaal werker: - is proactief in het benutten van kansen; - kiest een juiste balans tussen zelf doen, coördineren en uit handen geven; - toont belangstelling voor de opvattingen en standpunten van de individuen/groep(en); - streeft overeenstemming na door doelgericht toe te werken naar win-win situaties; - staat open voor andere benaderingen; - brengt informatie helder en begrijpelijk over. De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Aandacht en begrip tonen, Overtuigen en beïnvloeden, Presenteren |
Hoe zorg je ervoor dat een groep zelfstandig kan functioneren? Wat is een netwerk en hoe zet je deze in? Hoe werk je doelgericht? Hoe presenteer ik /mijzelf? Wat is het verschil tussen formeel en informeel? |