|
Werkproces |
Leerdoelen |
Houding en vaardigheden |
Leervragen/portfolio |
|
B1-K2-W1: Werkt aan de eigen deskundigheid |
De sociaal werker werkt aan zijn eigen deskundigheid. Hij zorgt ervoor dat hij op de hoogte blijft van maatschappelijke, technologische en vakinhoudelijke ontwikkelingen. Hij leest daarvoor vakliteratuur en volgt bijscholingen. Hij reflecteert op zijn eigen functioneren, vraagt om feedback over zijn eigen functioneren en geeft feedback aan anderen. Hij stelt samen met zijn leidinggevende een persoonlijk ontwikkelplan op en onderneemt stappen om vakkennis, vaardigheden en beroepshouding te verbeteren. Hij zorgt ervoor dat hij op de hoogte is van actuele wet- en regelgeving m.b.t. de beroepsuitoefening en van de actuele visie op sociaal werk. Hij neemt deel aan inhoudelijke discussies met collega's en anderen over beroepstaken en werkzaamheden. Zo ontwikkelt hij zichzelf en levert hij een bijdrage aan de ontwikkeling van de beroepsuitoefening. Tevens draagt hij de beroeps- en organisatievisie uit naar anderen. |
De sociaal werker: - haalt betekenis uit teksten met hoge informatiedichtheid: zowel mondeling als schriftelijk; - deelt doelgericht en actief kennis en expertise met collega's en andere deskundigen; - draagt eigen kennis en expertise begrijpelijk over; - gebruikt passend taal- en woordgebruik voor de gesprekspartner; - gebruikt feedback om zich verder te ontwikkelen. De onderliggende competenties zijn: Vakdeskundigheid toepassen, Leren, Formuleren en rapporteren |
Wat zijn de vakinhoudelijke ontwikkelingen? Wat zijn de feedbackregels? Wat is je eigen expertise? Maak een SWOTanalyse? Maak een POP? Wat is de actuele wetgeving wat betreft Sociaal Werk? |