|
Werkproces |
Leerdoelen |
Houding en vaardigheden |
Leervragen/portfolio |
|
P1-K1-W1: Ondersteunt de cliënt bij praktische diensten |
De sociaal-maatschappelijk dienstverlener geeft de cliënt praktische aanwijzingen hoe deze in concrete situaties kan handelen en op welke wijze hij daarbij gebruik kan maken van voorzieningen, procedures, hulpverlening en instanties. Hij reageert op agressie en treedt regelend op bij ongewenst gedrag. Hij helpt de cliënt bij het schrijven van brieven, het aanvragen en invullen van formulieren, het raadplegen van informatiebronnen en bellen naar instanties. Hij maakt de stappen die hij neemt en de te volgen procedures inzichtelijk en rust de cliënt toe met vaardigheden om praktische zaken te regelen. |
De sociaal-maatschappelijk dienstverlener: - stimuleert doelgericht de zelfredzaamheid van de cliënt; - geeft de cliënt passende adviezen en instructies hoe deze praktische zaken zelf kan aanpakken; - stemt de ondersteuning adequaat af op behoeften, verwachtingen en mogelijkheden van de cliënt. De onderliggende competenties zijn: Begeleiden, Op de behoeften en verwachtingen van de "klant" richten |
Wat zijn praktische diensten? Wat is zelfredzaamheid? Hoe stimuleer je zelfredzaamheid? Hoe ga je om met ongewenst gedrag/agressie? Welke begeleidingsmethodieken kun je inzetten? |