Twee driehoeken kunnen gelijkvormig zijn.
In dat geval zijn de hoeken in de ene driehoek net zo groot als de hoeken in de andere driehoek.
Om te kijken of hoeken even groot zijn kun je zoeken naar F-hoeken en Z-hoeken.
Wanneer twee driehoeken gelijkvormig zijn, kun je gemakkelijk onbekende lengtes berekenen.
Hierbij maak je gebruik van de vergrotingsfactor.
Andersom wordt er ook wel eens, om een onbekende lengte te verkrijgen, gelijkvormigheid gecreƫerd.
Je zult in de opgaven zien hoe dit in zijn werk gaat.