3 Beoordeling

3.1 Het Kwalificatiedossier

Elke opleiding in het MBO kent een zogeheten kwalificatiedossier (KD). Dit is een document waarin precies staat wat je opleiding inhoudt. Het crebonummer van de opleiding mediamanager is 25199.

 

                                                         

Onderstaande tekst is afkomstig uit het KD, Mediamanager en omschrijft wat een mediamanager doet, hoe hij dat doet en bij wat voor soort bedrijven.

2.1 Typering van de Beroepsgroep

Context
De mediamanager werkt vaak bij bedrijven als communicatiebureaus, reclamebureaus, gespecialiseerde ontwerpbureaus en vormgeefstudio's, webdesignbureaus, multimediabedrijven, evenementen organisaties, audiovisuele bedrijven, tv-productiebedrijven, uitgeverijen en drukkerijen. Hij kan ook werkzaam zijn bij bedrijven met een aparte afdeling voor vormgeving, realisatie en/of vermarkten van media-uitingen. In de mediabranche zijn naar verhouding weinig grote en veel kleine bedrijven.


Typerende beroepshouding
In de mediabranche is kwaliteit leveren van groot belang. De mediamanager streeft er over het algemeen naar een zo hoog mogelijke kwaliteit te halen. Echter, er is altijd maar een beperkt budget beschikbaar. De mediamanager stelt zich daarom voortdurend de vraag: hoe kan ik een zo goed mogelijk product leveren met het beperkte budget dat ik heb?
Klantgerichtheid en goede communicatieve vaardigheden zijn onmisbaar, gezien alle partijen waar de mediamanager contact mee heeft. Hij is een teamspeler, die met de betrokken medewerkers de gewenste resultaten weet te boeken. Tegelijkertijd functioneert hij zelfstandig ten opzichte van zijn leidinggevende.
Continue het best passend advies aan klanten geven vraagt om een voortdurende proactieve houding waarbij flexibel moet worden ingespeeld op specifieke situaties.
Ontwikkelingen in de mediabranche volgen elkaar in hoog tempo op. Het is cruciaal dat de mediamanager op de hoogte is van essentiƫle ontwikkelingen en in de uitvoering van werkzaamheden op die ontwikkelingen blijft inspelen. Hiertoe moet hij een innovatieve houding ontwikkelen die ertoe leidt dat hij zijn beroepscompetenties blijft ontwikkelen. Hij doet dit door te reflecteren op zijn beroepsmatig handelen en door in kaart te brengen wat goed gaat en wat beter kan. Hij staat open voor activiteiten die hij moet verrichten om zijn beroepscompetenties verder te ontwikkelen. In overleg met zijn leidinggevende voert hij deze activiteiten ook uit.

Resultaat van de beroepsgroep
Het realiseren van mediaprojecten en -producties, waarbij het productieproces optimaal verloopt en de resultaten zo veel mogelijk voldoen aan gestelde eisen en randvoorwaarden op het gebied van kwaliteit, budget, efficiƫntie, creativiteit en techniek.

 

Bron 1 : Uit kwalificatiedossier Mediamanagement vanaf 2015

 

3.2 beoordelingscriteria: De Trajectlijnen

Het kwalificatiedossier omvat kerntaken en werkprocessen. Dit zijn een soort indicatoren of meetpunten, waaraan je aan het eind van je opleiding moet voldoen. Hieraan kan de school zien of jij beroepsbekwaam bent. Tijdens je opleiding werk je door het volgen van lessen en maken van opdrachten aan deze werkprocessen. In het onderstaande schema staan de kerntaken en werkprocessen van jouw opleiding en daarbij de verschillende niveaus waarop je de werkprocessen kan uitvoeren: de trajectlijnen.

Tijdens je meeloopstage in het tweede jaar is het Gevorderd niveau (kolom 2) een goede richtlijn.

Tijdens je stage in het tweede jaar behoor je uiteraard de werkprocessen op Beroepsbekwaam niveau (kolom 3) uit te voeren.

Op bijlage 2 van deze BPV gids vul je in aan welke werkprocessen je hebt gewerkt. Je praktijkbegeleider geeft feedback op je uitgevoerde opdrachten/werkprocessen tijdens de evaluatiegesprekken en vult een waardering in.

Het is voor jou en je praktijkbegeleider goed om de werkprocessen aandachtig door te nemen, vragen hierover kan je stellen aan je schoolbegeleider.