Tijdens deze periode kriig je een introductie over hoe de tandheelkundige administratie in Nederland is geregeld. Verder wordt het patiƫntendossier en de status praesens behandeld. Deze kennis heb je nodig om verder de basisvaardigheden op je eerste BeroepsPraktijkVorming (BPV) uit te beoefenen. Je dient elke les je boek en laptop mee te nemen.
Hierin zijn opdrachten verwerkt
In de wegwijzer en lesplanner kun je per week vinden welke lesstof uit hoofdstuk 3 wij gaan behandelen. Je maakt gebruik van het boek Administratie voor tandartsassistenten en het tandheelkundige programma Exquise en internet.
Verder is het belangrijk om je te realiseren dan je niet meer spreekt over bijvoorbeeld tanden en kiezen in de Nederlandse taal. Als tandartsassistent gebruik je vakjargon, in dit geval incisieven en molaren.
