Proef 23: Lichtbreking (30 min)

Inleiding

Lichtstralen gaan altijd rechtdoor. Toch kun je licht “sturen”. Je kunt het met een spiegeltje een andere kant op sturen of je kunt het door een glasvezelkabel laten gaan. Voor dat laatste is bijzonder: het licht komt dan aan de andere kant van de kabel er weer uit, welke bochtjes de kabel misschien ook heeft.

Bekijk de video over lichtbreking:

Doel

Bij deze proef onderzoek je wat er met licht gebeurd als het een doorzichtig voorwerp binnen treedt.

Nodig

1.      lichtkastje

2.      spanningsbron

3.      diafragma met één spleet

4.      werkblad lichtbreking

5.      optica doos met brekingslichamen en spiegeltjes

Uitvoeren en uitwerken

–             Pak werkblad lichtbreking erbij.

–             Schuif het diafragma met één opening in het lichtkastje.

–             Laat de lichtstraal van het lichtkastje op de al getekende lichtstralen vallen en teken op het werkblad hoe de lichtstraal zich verder voortplant (teken dus de lichtstraal zoals die verder gaat). Je tekent alleen de meest felle lichtstraal. Als je er meer ziet, hoef je die niet te tekenen.

1             Welke conclusie(s) kun je trekken na het tekenen van deze lichtstralen?