Proef 12: Convectiestroming in lucht (15 min)

Inleiding

Als je lucht op één plaats verwarmt, zal de lucht op die plaats gaan uitzetten. De warme lucht is ‘lichter’ dan de koude lucht eromheen en dat merk je.

Bekijk de video over warmtetransport:

Doel

Bij deze proef zie je hoe in lucht die je plaatselijk verwarmt, een convectiestroming ontstaat.

Nodig

1.      brander

2.      driepoot

3.      gaasje

4.      touwtje

5.      werkblad 4-2

Uitvoeren en uitwerken

–             Pak werkblad 4-2 erbij. Kopieer en knip de spiraal uit. Maak het touwtje vast bij A.

–             Laat de brander branden met een kleine blauwe vlam.

–             Houd je hand 30­cm boven de vlam (figuur 39). Voorzichtig!

figuur 39 Houd bij deze proef voldoende afstand! ­

1             Wat voel je?

–             Houd nu je hand op 30­cm afstand naast de vlam (zie figuur 39). Voorzichtig!

2            Wat voel je nu?

3             Probeer het verschil te verklaren.

 

 

–             Hang de spiraal boven de vlam (figuur 40). De afstand tussen de vlam en de onderkant van de spiraal moet minstens 30 ­cm zijn.

4             Wat zie je?

5             Hoe kun je dat verklaren? ­

figuur 40 Laat de spiraal boven de vlam zweven.