Met een stroommeter kun je de stroomsterkte in een parallelschakeling meten. Je kunt de stroom daarbij op verschillende plaatsen meten: in de vertakkingen en in de niet-vertakte delen van de schakeling.
Bekijk de video over stroomsterkte:
Je gaat onderzoeken welke regel er geldt voor de stroomsterktes in een parallelschakeling.
1. spanningsbron
2. twee lampjes in fittingen
3. zes snoeren
4. stroommeter
5. schakelaar
– In figuur 45 staat een parallelschakeling waarin op vier plaatsen een stroommeter getekend is. Bij deze proef ga je de stroomsterktes op deze vier plaatsen meten.
1 Wat denk je: welk verband bestaat er tussen de stroomsterktes die je op deze vier plaatsen kunt meten?
– Bouw de schakeling van figuur 45. Sluit de stroommeter aan op plaats 1.
– Stel de spanningsbron in op de juiste spanning.
– Lees de stroomsterkte af. Gebruik eerst het grootste meetbereik van de stroommeter. Schakel daarna indien mogelijk over op een kleiner meetbereik.

figuur 45 de schakeling van proef 17
2 Hoe groot is de stroomsterkte op plaats 1?
– Verander de schakeling door de stroommeter op plaats 2 aan te sluiten.
– Meet de stroomsterkte op plaats 2 zo nauwkeurig mogelijk.
3 Hoe groot is de stroomsterkte op plaats 2?
– Meet vervolgens ook de stroomsterkte op plaats 3 en plaats 4.
4 Hoe groot is de stroomsterkte op plaats 3 en 4?
5 Kijk nog eens naar de voorspellingen die je bij vraag 1 hebt gedaan. Klopten je voorspellingen?
6 Welke regel geldt er voor de stroomsterktes in een parallelschakeling?