Proef 15: De stroomsterkte in een serieschakeling (20 min)

Inleiding

Met een stroommeter kun je de stroomsterkte in een serieschakeling meten. Je kunt de stroom daarbij op verschillende plaatsen meten: tussen de spanningsbron en het eerste schakelonderdeel, tussen de schakelonderdelen in en na het laatste schakelonderdeel.

Bekijk de video over stroomsterkte:

Doel

Je gaat onderzoeken welke regel er geldt voor de stroomsterkte in een serieschakeling.

Nodig

1.      spanningsbron

2.      twee lampjes in fittingen

3.      vijf snoeren

4.      stroommeter

5.      schakelaar

Uitvoeren en uitwerken

–             Je gaat zometeen een serieschakeling maken van twee lampjes en een stroommeter.

1             Teken het schakelschema van deze schakeling.

–             Laat je docent het schakelschema controleren. Bouw daarna de schakeling.

–             Stel de spanningsbron in op de juiste spanning.

–             Lees de stroomsterkte af. Gebruik eerst het grootste meetbereik van de stroommeter. Schakel daarna indien mogelijk over op een kleiner meetbereik.

–             Meet de stroomsterkte drie keer: voor lampje 1, tussen lampje 1 en lampje 2 en na lampje 2.

 

2             Noteer de meetresultaten in je schrift. Vergeet de eenheid niet.

3             Welke regel geldt er voor de stroomsterkte in een serieschakeling?