Met een stroommeter kun je de stroomsterkte in een serieschakeling meten. Je kunt de stroom daarbij op verschillende plaatsen meten: tussen de spanningsbron en het eerste schakelonderdeel, tussen de schakelonderdelen in en na het laatste schakelonderdeel.
Bekijk de video over stroomsterkte:
Je gaat onderzoeken welke regel er geldt voor de stroomsterkte in een serieschakeling.
1. spanningsbron
2. twee lampjes in fittingen
3. vijf snoeren
4. stroommeter
5. schakelaar
– Je gaat zometeen een serieschakeling maken van twee lampjes en een stroommeter.
1 Teken het schakelschema van deze schakeling.
– Laat je docent het schakelschema controleren. Bouw daarna de schakeling.
– Stel de spanningsbron in op de juiste spanning.
– Lees de stroomsterkte af. Gebruik eerst het grootste meetbereik van de stroommeter. Schakel daarna indien mogelijk over op een kleiner meetbereik.
– Meet de stroomsterkte drie keer: voor lampje 1, tussen lampje 1 en lampje 2 en na lampje 2.
2 Noteer de meetresultaten in je schrift. Vergeet de eenheid niet.
3 Welke regel geldt er voor de stroomsterkte in een serieschakeling?