Antwoorden Toepassingen
Toepassing: Ademhaling
Inademing: ribben omhoog en middenrif trekt samen (omlaag)
- Uitademing: ribben omlaag en middenrif ontspant (omhoog)
- mondholte of neusholte – keelholte – luchtpijp met strottenhoofd – bronchiën – longen met longblaasjes - longhaarvat
- door gaswisseling in de longblaasjes
- bloed dat naar de longblaasjes toestroomt bevat meeste koolstofdioxide (en minste zuurstof)
- bloed dat van de longblaasjes wegstroomt (en minste koolstofdioxide)
- rondpompen van bloed door het lichaam
- longen
- middenrif
- buikademhaling, want het middenrif wordt aangespannen en ontspant weer.
- Het oppervlak is groot zodat voldoende zuurstof door gaswisseling in het bloed terecht komt.
- Ingeademde lucht bevat meer zuurstof en minder koolstofdioxide dan uitgeademde lucht.
- Nee, de hoeveelheid stikstof is in ingeademde lucht hetzelfde als bij uitgeademde lucht.