5.3 Beinvloeding van het zenuwstelsel

Er zijn veel stoffen die de werking van het zenuwstelsel kunnen beïnvloeden. Voorbeelden zijn medicijnen, alcohol en drugs.
Medicijnen worden vaak voorgeschreven om de werking van het zenuwstelsel te remmen. Een pijnstiller werkt bijvoorbeeld door er voor te zorgen dat de impulsen van gevoelszenuwcellen moeilijker kunnen worden doorgegeven. De bedoeling is dan dat deze impulsen niet aankomen in de hersenen, waardoor je je niet bewust wordt van de pijn.
Ook kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen remmen de werking van het zenuwstelsel. Deze middelen maken je suf en daardoor neemt je waarnemingsvermogen en je reactievermogen af.
Je kunt je voorstellen dat dit juist eigenschappen zijn die je nodig hebt als je aan het verkeer deelneemt. Op medicijnen staat dan ook aangegeven of ze de rijvaardigheid beïnvloeden.

Ook alcohol en drugs zorgen er voor dat je een slechter een voertuig kunt besturen. Daarom is het gebruik medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden, alcohol en drug verboden als je aan het verkeer deelneemt.
In Nederland vallen elk jaar ongeveer 200 doden en 3000 gewonden per jaar in het verkeer als gevolg van het gebruik van alcohol.

Alcohol en drugs

Er zijn dus stoffen die de overdracht van impulsen vertragen of vergroten.
Genotsmiddelen zoals cafeïne (in koffie, thee, energiedrankjes) stimuleren de impulsoverdracht. Nicotine (uit sigarettenrook) remt de impulsoverdracht en is giftig en zeer verslavend.

Alcohol heeft beide effecten. In kleine hoeveelheden werkt alcohol stimulerend, doordat het remmende effect in de hersenen wordt afgezwakt, maar in grote hoeveelheden werkt alcohol juist vertragend en verdovend.

Drugs bevatten ok stoffen die effect hebben op de impusloverdracht in de hersenen. Drugs worden ingedeeld in twee groepen:

Softdrugs: deze hebben een versterkende werking op je stemming. Ben je vrolijk, dan wordt je nog vrolijker, maar ben je somber, dan wordt je nog somberder. Gebruik je softdrugs in combinatie met andere middelen, dan is dat rikant, omdat je niet kan voorspellen welke processen in de hersenen worden geremd of gestimuleerd.

Harddrugs: Cocaïne, heroïne en XTC zijn enkele voorbeelden van harddrugs. Ze hebben dezelfde effecten als softdrugs, maar werken daarbij zeer verslavend. Je zenuwstelsel raakt er zodanig op ingesteld dat je niet meer zonder kunt. Iemand die verslaafd is aan harddrugs, doet alles om aan deze middelen te komen. Vaak leidt dit tot crimineel gedrag. Het stoppen (afkicken) is heel moeilijk en je bent er lange tijd erg ziek van.

Schadelijke gevolgen

De hersenen van mensen zijn pas rond 23 jaar uitgegroeid. Voor die tijd zijn de hersenen dus volop in ontwikkeling. Alcohol en drugs zijn slecht voor volwassen mensen, maar voor jongeren waar de hersenen nog aan het groeien zijn, kunnen de gevolgen nog veel groter zijn. Zijn de zenuwen in je hersenen eenmaal beschadigd, dan kan dit niet meer worden hersteld.

Bekijk onderstaand filmpje over de invloed van alcohol op het zenuwstelsel:

Video: Alcohol en het zenuwstelsel https://www.schooltv.nl/video/bio-bits-afl-9-zenuwstelsel/

- ? - Maak opdracht 8 in je werkboek