Leerdoelen
Lesdoelen
Inleiding (5 min.)
Deze les is een webwandeling. Dit houdt in dat de leerlingen zelf de informatie moeten lezen, filmpjes bekijken en vervolgens opdrachten moeten maken. Leg dit kort uit aan de kinderen en behandel voordat ze met de les gaan beginnen de lesdoelen.
Kern (35 min.)
Als de lesdoelen besproken zijn met de leerlingen, mogen zij aan de slag met de les. Vermeld duidelijk aan de kinderen dat ze moeten beginnen bij het begin, dus eerst klimaatsoorten en vervolgens klimaten koppelen aan een omgeving. Probeer tijdens dat de leerlingen aan het werk zijn wel rond te lopen om eventuele vragen te beantwoorden. De informatie die de leerlingen moeten kennen zal hieronder vermeld staan zodat u zich kunt inlezen.
Ook in deze les is er een plus-opdracht. Dit is voor de gevorderde leerling. Vermeld dit even vòòr dat je de leerlingen aan de slag zet.
Dit klimaat kenmerkt zich door hoge temperaturen, tussen de 25°C en 35°C, en er valt zeer veel neerslag. Zeer regelmatig vallen tropische regenbuien die zorgen voor 3.000 millimeter neerslag per jaar. Planten kunnen door de enorme hoeveelheid neerslag heel goed groeien, waardoor een zeer dichte vegetatie aanwezig is. Dit klimaat vind je rondom de evenaar.
In alle woestijnen is er op het gebied van temperatuur, sprake van een zeer grote dag amplitude. Gedurende de dag zijn er geen wolken en kunnen de zonnestralen ongehinderd het aardoppervlak bereiken. In de woestijn is er daarom overdag een hoge temperatuur aanwezig. In de nacht kan deze warmte echter ook weer ongehinderd wegstralen, waardoor er extreem koude nachten zijn. Er valt minder dan 250 millimeter neerslag per jaar. Zelfs voor gras is dit te droog, om te kunnen groeien. Het woestijnklimaat komt vooral voor in de Sahara (Noord-Afrika), Arabië, Australië en op hoog gelegen droge vlaktes in bergen.
Er zijn gematigde temperaturen in dit klimaat. Het wordt nooit extreem warm of koud. De Noordzee is samen met de al eerder besproken aanlandige wind verantwoordelijk voor deze gematigde temperaturen. In alle jaargetijden valt er neerslag en in combinatie met de temperatuur groeien er daardoor veel loofbossen in dit klimaat. Het gematigd zeeklimaat vindt je in Noordwest-Europa en dus ook in Nederland.
Het hooggebergteklimaat valt onder het poolklimaat. De temperatuur ligt het hele jaar onder de 0°C. Er val hier zeer veel neerslag en het komt voor in hooggebergten zoals de Alpen de Himalaya.
Afsluiting (5 min.)
Aan het einde van de les eindigen de leerlingen met een toets over het koppelen van klimaten aan een plek op aarde. Dit is het laatste wat de kinderen zelfstandig moeten uitvoeren. Voor de snelle leerlingen is er nog een plusopdracht. In deze opdracht moeten ze een eigen fantasieland en de bijbehorende klimaatsoort beschrijven. Dit moet door de leerkracht nagekeken of besproken worden. Hierna kan de les afgesloten worden. Probeer de les wel nog klassikaal af te sluiten door bijvoorbeeld kort wat informatie te bespreken wat de leerlingen geleerd hebben. Ook is het goed om de lesdoelen nog eens naar voren te halen, zijn ze allemaal behaald? Maar bespreek ook eens wat de leerlingen van deze werkvorm vonden. Is het fijn om alles zelfstandig te doen, zowel de informatie lezen als de opdrachten maken?