De link naar de bijbehorende Prowise-presentatie staat onderaan de docentenhandleiding.
Leerdoelen 
Lesdoelen
Inleiding (5 min.)
U neemt met de leerlingen kort de lesdoelen door. Vervolgens bekijkt u met de leerlingen het filmpje, welke is opgenomen in de Prowise-presentatie. U vraagt aan de leerlingen wat zij weten van temperatuur. Dit bespreekt u mondeling met hen.
Kern (35 min.)
U bespreekt met de leerlingen de volgende informatie.
Breedteligging
De evenaar ligt horizontaal op het midden van de aarde. Rond de evenaar worden de hoogste temperaturen op aarde bereikt. Hoe verder van de evenaar hoe kouder het wordt. De breedteligging is de afstand t.o.v. de evenaar. Dus hoe hoger de breedteligging, hoe kouder het wordt. Dat komt onder andere door de ligging t.o.v. de zon. Zonnestralen vallen loodrecht op de evenaar en verwarmen daardoor een klein oppervlak. Zonnestralen op hogere breedtegraad vallen schuin op de aarde, waardoor de zonnestralen verspreid worden over een groter oppervlak. Dus de hoek waarmee de zonnestralen op de aarde vallen, bepalen onder andere de temperatuur.
Hoogteligging
Elke 1.000 meter hoger op de berg wordt het 6 graden kouder. De aarde zet zonnestralen om in warmte en straalt dat vervolgens terug, waardoor de lucht wordt verwarmd van onderen. Hoe hoger van het aardoppervlak hoe kouder het wordt.
Na het bespreken van deze informatie laat u de leerlingen de volgende opdracht maken:
'Kim woont in een huisje onder aan de berg. Het is er 28 graden celsius. Vanmiddag moet ze de geiten omhoog brengen naar het graasgebied. Haar moeder vindt dat Kim zich warm moet aankleden. Het gebied ligt 3500 m hoger.
A Hoe koud is het op het graasgebied? 7 graden celsius
B Moet Kim zich warm aankleden?' Ja
De kinderen mogen hierbij kladpapier gebruiken. Zij moeten het antwoord ergens op noteren. U bespreekt vervolgens middels het stellen van vragen hoe de leerlingen tot het antwoord gekomen zijn.
Tot slot legt u de onderstaande temperatuurfactor uit.
Land-zeeverdeling
De ligging van het land ten opzichte van de zee/oceaan is mede bepalend voor de temperatuur. Dit is echter wel onder de voorwaarde dat de wind richting het land waait. In Europa waaien voornamelijk westenwinden. De lucht neemt de temperatuur van het water over. Als water eenmaal warm is, koelt het veel langzamer af dan de grond. Aanlandige wind, die wordt verwarmd door de zee, zorgt er daarom voor dat we gematigde winters hebben in Nederland.
De leerlingen gaan nu aan de slag met de vragen die opgenomen zijn in het online lessenpakket. De leerlingen krijgen hier 5 à 10 minuten de tijd voor. Zijn zij klaar dan mogen zij een mondelinge presentatie voorbereiden over de land-zeeverdeling. Na 5 à 10 minuten laat u 1 kind een presentatie geven over dit onderwerp. U bespreekt dit met de kinderen. U moet na afloop van de les opgave 2 controleren.
Voor de goede leerlingen die uitdaging kunnen gebruiken, is er ook een plusopdracht. In deze opdracht zoeken de leerlingen in een atlas de breedteligging van verschillende landen/steden op.
Afsluiting (5 min.)
U blikt terug op de lesdoelen, zijn zij behaald? U vult met de kinderen de tabel in de Prowise-Presentatie van 'Wat ging er goed en wat ging er nog niet goed' in.
https://presenter.prowise.com/share_UE2ghhVqeSRKCL64zU8oAb6J6Fj3DyGiCIOtztkeMCyYY4cXYkMiLR3QhmTuljcx