Breedteligging
De evenaar ligt horizontaal op het midden van de aarde.
Rond de evenaar is de temperatuur het hoogst. Hoe verder de afstand van de evenaar hoe kouder het wordt. De breedteligging is de afstand ten opzichte van de evenaar. Dus hoe hoger de breedteligging, hoe kouder het wordt. Dat komt onder andere door de ligging van de aarde ten opzichte van de zon. Zonnestralen vallen loodrecht op de evenaar en verwarmen daardoor een klein oppervlak. Zonnestralen op hogere breedtegraad vallen schuin op de aarde, waardoor de zonnestralen verspreid worden over een groter oppervlak. Dus de hoek waarmee de zonnestralen op de aarde vallen, bepalen onder andere de temperatuur.
Hoogteligging
Elke 1.000 meter hoger op de berg wordt het 6 graden kouder. De aarde zet zonnestralen om in warmte en straalt dat vervolgens terug, waardoor de lucht wordt verwarmd van onderen. Hoe hoger je komt, hoe kouder het wordt.
Land-zeeverdeling
De ligging van het land ten opzichte van de zee/oceaan is mede bepalend voor de temperatuur. Dit is echter wel onder de voorwaarde dat de wind richting het land waait. In Europa waaien voornamelijk westenwinden. De lucht neemt de temperatuur van het water over. Als water eenmaal warm is, koelt het veel langzamer af dan de grond. Aanlandige wind, die wordt verwarmd door de Noordzee, zorgt er daarom voor dat we gematigde winters hebben in Nederland.