Vanaf de 17e eeuw voerde de VOC handel met Indië. Rijke Europeanen betaalden veel geld voor tropische producten. De Nederlanders verboden de Indiërs om hun goederen aan andere landen te verkopen. Deden ze dat toch, dan gebruikte de VOC harde middelen om hen te straffen. Meer en meer gingen de Nederlanders zich met het bestuur van heel Indië bemoeien. Ten slotte speelden ze er helemaal de baas.
Na 1815 beschouwden de Nederlanders Indië als hun bezit. Indië werd officieel een Nederlandse kolonie. Sommige Nederlanders verhuisden naar ‘Nederlands-Indië’, om daar een nieuw bestaan op te bouwen.
Na verloop van tijd kwamen er steeds meer inwoners van de kolonies ook naar Nederland. Sommigen om hier te werken, soms om hier te kunnen studeren en sommigen waren in het thuisland verliefd geworden op een Nederlander en kwamen voor de liefde naar Nederland.
Na de Tweede Wereldoorlog wilden steeds meer kolonies onafhankelijk worden, ze hadden in Europa geleerd over democratie en verkiezingen en wilden dit ook voor hun eigen land. Ook Nederlands-Indië wilde graag onafhankelijk worden, de Nederlanders zagen dit echter niet zitten.
Nederland heeft in Indië nog een paar jaar met hulp van Indiërs van de Molukken (Molukkers) gevochten om de kolonie te behouden maar in 1949 gaf Nederland toe aan druk van het buitenland en werd de Republiek Indonesië geboren. Vlak daarna vertrokken heel erg veel Molukkers naar Nederland.
Suriname en de Nederlandse Antillen bleven nog lange tijd een kolonie van Nederland, toch kwamen er al veel inwoners van de kolonies naar Nederland om hier te studeren. In 1975 werd Suriname onafhankelijk, toch kozen er best wel veel Surinamers ervoor om naar Nederland te gaan en hier te komen wonen.
De Antillen zijn nooit volledig onafhankelijk geworden, 3 eilanden (Curaçao, Sint-Maarten en Aruba) zijn onafhankelijke landen binnen het Koninkrijk Nederland en de overige 3 eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba) zijn bijzondere gemeenten van Nederland. De inwoners van deze eilanden hebben de Nederlandse nationaliteit en hebben een Nederlands paspoort. Veel antilianen komen naar Nederland om hier te studeren, voor medische hulp of voor een baan.
