Multimedia Theory Mayer

Op basis van 10 jaar onderzoek in de jaren ’90 biedt Richard E. Mayer zijn ‘Cognitive Theory of Multimedia Learning’ aan. Volgens Mayer houdt de theorie in dat een multimediale-instructie de verbale en visuele mentale voorstellingen stimuleert, die geïntegreerd kunnen worden met de beschikbare voorkennis, waardoor nieuwe kennis in het langetermijngeheugen geconstrueerd wordt. Schematisch ziet dit er als volgt uit.

 

https://upload.wikimedia.org/wikiversity/en/thumb/5/5f/CognativeTheoryMML.jpg/700px-CognativeTheoryMML.jpg

 

Toelichting schema Multimedia Theorie Mayer

Ons geheugen bestaat dus uit drie componenten: het zintuigelijk geheugen, het werkgeheugen en het langetermijngeheugen. Via het zintuigelijke geheugen komt informatie binnen. Deze informatie wordt in het werkgeheugen georganiseerd en gerelateerd voordat het in het langetermijngeheugen komt. Bij het aanbieden van informatie moeten de volgende basisassumpties in het achterhoofd worden gehouden:

  1. Dual channel: de assumptie stelt dat mensen leren via een auditief/verbaal kanaal en een pictorieel/visueel kanaal. Beide kanalen treden in interactie tijdens het verwerven van informatie.
  2. Limited capacity: de assumptie stelt dat slechts een fractie van alles wat een mens via beide verwervingskanalen binnenkrijgt wordt vastgehouden in het werkgeheugen.
  3. Active processing: de assumptie zegt dat personen de aangeboren neiging hebben om zich op hun eerdere ervaringen te baseren bij het selecteren en verwerken van nieuwe informatie.

     

Naar aanleiding van de basisassumpties heeft Mayer ontwerpprincipes voor digitale leermiddelen opgesteld. Het aantal ontwerpprincipes is nog wat onduidelijk. Je zult her en der verschillende aantallen vinden, omdat sommige principes zijn uitgesplitst of gecombineerd worden. Het onderstaande filmpje legt de ontwerpprincipes uit.