1. Lees de tekst 't is rot, maar vlees is zo lekker actief: stel steeds vragen en doe voorspellingen over de volgende alinea en de tekst als geheel. Toets je voorspellingen aan wat je vervolgens leest. Draad kwijt? Lees de hele alinea opnieuw. Plaats naast iedere alinea kernwoorden: waar gaat het over?
Oriƫnteer je eerst, en lees dan globaal en intensief. (Zie 1.3 van de lesstof.)
Beantwoord vervolgens de volgende vragen:
2. Maak de vragen bij deze tekst op papier.
3. Kijk je antwoorden na m.b.v. het correctiemodel. Bij ieder antwoord wordt uitgelegd waarom een antwoord goed is.
4. Vul dit korte examenanalyseformulier in. Wat gaat goed? Wat moet je verder oefenen?