Een figuur met drie hoekpunten heet een driehoek. Een figuur met vier hoekpunten heet een vierhoek.
Vlakke figuren hebben vaak hun naam te danken aan het aantal hoekpunten.
Hieronder zie je een figuur met zeven hoekenpunten dit is een zevenhoek.
Maak opdracht 1 en 2 op je werkblad
De vijfhoek hieronder heeft 3 rechte hoeken. Dat zie je aan de rode streepjes, dit is het rechtehoekteken.
Je kunt een hoek controleren of die recht is doormiddel van de rechte hoek van je geodriehoek.
Maak opdracht 3 t/m 5 op je werkblad
Zijde CD is even lang als zijde AB. Dit zie je aan het streepje door het lijnstuk.
Zijde AD is even lang als zijde BC. Dit zie je aan de twee streepjes door het lijnstuk.
Als er door verschillende zijden evenveel streepjes staan, dan zijn de zijden even lang.
Maak opdracht 6 op je werkblad
Zijde AB is evenwijdig met zijde CD. Ze hebben allebei twee pijltjes.
Zijde AD is evenwijdig met zijde BC. Ze hebben allebei één pijltje.
Met pijltjes op de zijden laat je zien dat zijden evenwijdig zijn.
Maak opdracht 7 op je werkblad
De vouwlijnen in een vlak figuur noemen we symmetrieassen.

Maak opdracht 8 t/m 12 op je werkblad