3.3.4. Overige hemellichamen
Naast de ster, de Zon, en de eerder genoemde 8 planeten kent ons zonnestelsel nog meer bewoners. Hieronder een kort overzicht van de diverse categorieën.
3.3.4.1. “Dwergplaneten”
In ons zonnestelsel zijn een aantal “dwergplaneten”. Dit zijn objecten die, net als planeten, ook in een baan om de zon lopen, sterk doen denken aan planeten en waarvan men ook een soortgelijke samenstelling vermoed. Enkele van deze dwergplaneten zijn Pluto (vroeger de 9e planeet), Eris, Makemake, Ceres en vermoedelijk nog een 10 tal soortgelijke objecten die allen kruisen met de baan van Neptunus en onder een hoek met de proplyde om de zon draaien. Hoewel de samenstelling niet goed bekend is denkt men dat deze hemellichamen een stenen kern hebben en bedekt zijn met een dikke laag ijs.

Afb. 3.10. Pluto Afb. 3.11. Ceres
3.3.4.2. Planetoïden
Planetoïden (of asteroïden) zijn stukken materie die zich evenals planeten en dwergplaneten in een baan om de Zon bewegen. Er zijn er inmiddels ruim 300.000 bekend. Ongeveer 98% van alle planetoïden bevinden zich in een puingordel tussen de planeten Mars en Jupiter. De grootste zijn bijna 1000 km groot, maar de overgrote meerderheid is zo klein als stof. De overige 2 procent bevindt zich in de Kuipergordel (waar ook Pluto zich bevindt) en de nog verderop in ons zonnestelsel gelegen Oort wolk.

Afb. 3.12. Planetoïdengordel
3.3.4.3. Kometen
Kometen hebben een elliptische baan, en af en toe wordt zo'n baan verstoord en raakt de komeet in een sterk excentrische baan die hem dicht in de buurt van de Zon brengt. Kometen zijn dus relatief kleine hemellichamen die in vaak erg grote elliptische banen rond een ster en de buitenste gebieden van het zonnestelsel draaien. De kometen vinden vaak hun oorsprong in de Kuipergordel en de Oort wolk en bestaan uit ijs en stof.
Wanneer een komeet dicht genoeg bij een ster komt en warmer wordt verdampt een deel van de materie waaruit ze bestaat. Wij zien dan de komeet vanaf de Aarde als een hemellichaam met twee staarten. De ene staart is de staart is de plasmastaart en wordt gevormd door geladen molecuulfragmenten die oplichten in de zonnewind. De andere staart is de stofstaart. De komeet zelf lijkt op te lichten door een wolk gas die zich om de komeet vormt.

Afb. 3.13. Komeet van Hale-Bobb (29 maart 1977) boven Pazin (Kroatië).
3.3.4.4. Meteoren en meteorieten
Een meteoriet is een stuk puin uit de ruimte. De Aarde komt tijdens haar baan om de Zon door verschillende wolken van ruimtepuin heen en zo raakt zij bijvoorbeeld in augustus elk jaar veel van dit soort brokstukken. Veel van dit puin dat in contact komt met de dampkring bereikt de aarde niet, maar verbrandt door de weerstand van de atmosfeer. De brokstukken die verbranden zijn in de nacht zichtbaar als meteoren, ook wel sterrenregen of vallende ster genoemd.

Afb. 3.14. Sterrenregen
Wanneer een meteoriet niet volledig verbrand in onze dampkring dan slaat het restant in en laat een krater achter. In 2013 ontplofte een meteoor op 15 februari in de lucht boven het Oekraïnse plaatsje Tsjeljabinsk en vielen er veel gewonden.
De schatting was dat de meteoriet 17 meter groot was toen deze in onze atmosfeer terecht kwam en grotendeels verbrandde. De snelheid van de meteoriet werd geschat op 30 km/sec. (= 108.000 km/uur).
Aan de hand van de samenstelling van meteorieten kan soms bepaald worden wat de herkomst is, nl. van de Maan of Mars afkomstig puin.

Afb. 3.15. Meteorietinslag bij Tsjeljabinsk
Opdrachten
Opdracht 72
Bekijk van de serie Encyclopedia Galactica nu de aflevering “Kometen en asteroiden” [11:02 min.].
Opdracht 73
Zoek de afstanden tot de Zon op van Ceres en Pluto en zet ook deze in je schaalmodel van opdracht 63. Let er op dat je ook de juiste hoek ten opzichte van de proplyde aangeeft.