Tegenwoordig is het bepalen van je positie een stuk gemakkelijker geworden dankzij een netwerk van satellieten in de ruimte. Met een speciaal apparaat dat contact zoekt met meerdere satellieten kan heel precies je positie bepaald worden. Dit heet Global Positioning System (GPS).

Afb. 3.20. Positiebepaling met GPS
Opdrachten
Opdracht 78 – groepsopdracht (3 personen)
Ontwerp een eenvoudig apparaat waarmee jullie de hoek kunnen meten die de poolster maakt met de horizon. Ga naar een plaats waar je deze opdracht wil gaan uitvoeren. Doe op een heldere avond minstens 10 metingen per persoon en bepaal de Breedtegraad waar jullie je bevinden.
Maak een zonnewijzer met een satéprikker, een plankje en een stuk papier. Bepaal op welk tijdstip de zon daar het hoogst aan de hemel staat en reken dan uit op welke lengtegraad jullie je bevinden.
Lever je meetapparaat en een kort verslag in van je bevindingen in Les 31 [praktische opdracht 2 ].
3.6. Onze Aarde, thuisbasis van het leven
Toen onze Aarde gevormd werd was alles nog woest. De oppervlakte bestond uit gesmolten gesteente en ook diverse gassen vormden een atmosfeer die nu voor een onleefbare planeet gezorgd zouden hebben. Zeeën en continenten vormden zich pas later en uiteindelijk zou het leven hier ontstaan zoals wij dat nu kennen.
3.6.1. Hoe ontwikkelde onze planeet zich?
Om een idee te krijgen hoe de Aarde haar huidige vorm gekregen heeft volgen we deel 1 van de lezing “What was the young Earth like?” door David Christian [5:08 min.].
Opdrachten
Opdracht 79
Wat wil David aantonen met zijn voorbeeld van een sauspan?
Opdracht 80
Noem en teken de 4 aardlagen die beschreven worden.
3.6.2. Aardkorst en de continenten
In deel 2 van “What was the young Earth like?” [6:01 min] wordt uitgelegd hoe de oceaanbodem en continenten gevormd worden.
Opdrachten
Deel 2:
Opdracht 81
Wat is Pangaea?
Opdracht 82
Hoe heeft de platentektoniek gewerkt om de oppervlakte van de Aarde zoals wij die nu kennen te vormen? Betrek in je antwoord de term “subductie”.
Alfred Wegener (1880-1930) heeft tijdens zijn leven nooit de erkenning gekregen voor zijn theorie van de platentektoniek. Pas halverwege de jaren zestig, ruim 35 jaar na zijn dood waren het vooral de biologen die bewijzen vonden die zijn theorie bevestigden. Pas in de jaren 80 van de twintigste eeuw werd de theorie ook op brede schaal geaccepteerd binnen de geologie. Tegenwoordig kunnen we zelfs aan de magnetische straling van gesteenten op de continenten meten waar de diverse brokstukken van het oude Pangaea gelegen hebben. Sterker nog, ook pangaea blijkt uit eerder op elkaar gebotste oercontinenten bestaan te hebben. De plaattektonische bewegingen vinden al plaats zolang er continentale platen bestaan en herhaald zich iedere keer weer.
3.6.3. De atmosfeer
Onze atmosfeer, ook wel dampkring genoemd, is een zeer dun laagje van gassen die al het leven op Aarde mogelijk maakt. We onderscheiden een aantal “lagen” in de atmosfeer.
Troposfeer (ook wel biosfeer genoemd): de onderste –en veruit de belangrijkste- laag van de dampkring. Zo’n 80% van alle lucht bevindt zich in deze laag, dankzij de gravitatiekracht van de aarde. Ook vinden alle weersverschijnselen plaats in deze laag. Deze laag is zo’n 12 kilometer dik.
Stratosfeer: Een ijle luchtlaag waarin zich ook de zogenaamde ozonlaag zich bevindt. De ozonlaag is van groot belang voor ons, omdat deze de ultraviolette straling van de zon grotendeels weerkaatst en gedeeltelijk ook absorbeert. In de onderlaag van de stratosfeer kan het flink waaien, ook wel straalstromen of jetstreams genoemd. Deze laag gaat over in de volgende op zo’n 45 km hoogte.
Mesosfeer: Dit is een zeer ijle luchtlaag zonder enige vorm van weersverschijnselen. Deze loopt tot 85 km boven ons aardoppervlak.
Thermosfeer: Een luchtlaag die zeer veel lijkt op de mesosfeer, maar waarin veel ionen (elektrisch geladen deeltjes) zich bevinden, die we ook vaak gebruiken voor radiogolven. Ter hoogte van onze polen lichten deze geladen deeltjes ook op door de zonnewind en dat zien we dan als het Noorderlicht of Zuiderlicht. Meteoren die onze dampkring binnenvallen verdampen bijna allemaal in de Thermosfeer. De thermosfeer loopt eigenlijk tot ongeveer 500 km hoogte, maar soms wordt de thermosfeer ook verdeeld in thermosfeer en metasfeer (samen ionosfeer).
Exosfeer: Dit is de buitenste laag van de dampkring waarin de dichtheid van de lucht steeds verder afneemt tot aan het luchtledige van het heelal.
|