Les 23

3.3.2. De gasreuzen

Sinds kort (2006) is de oude indeling van de gasplaneten vervangen en worden alleen nog Jupiter en Saturnus tot de gasreuzen gerekend. Door hun omvang en samenstelling kon er rond deze planeten meer gas condenseren via accretie, voordat de rest van het overgebleven gas in het zonnestelsel in wording door de zonnewind werd weggeblazen. Op beide gasreuzen gaat de oppervlakte van de planeet geleidelijk over in een atmosfeer.

 

Afb. 3.6. Jupiter                                    Afb. 3.7. Saturnus

 

3.3.2.1. Jupiter

Jupiter is een planeet met een kleine kern van silicaat en metaal met daaromheen een mantel van metallisch waterstof. Daarboven is een dikke laag van moleculair waterstof. Door de aanwezigheid van metallisch waterstof kent de planeet een sterk magnetisch veld.
In 1610 werden de eerste vier manen van Jupiter ontdekt door Galileo Galilei (1564-1642), in 2001 waren en 12 manen bekend en inmiddels zijn er al 63 manen geïdentificeerd, waarvan bijna driekwart kleiner dan 10 kilometer in doorsnede zijn.

 

3.3.2.2. Saturnus

Ook Saturnus is qua samenstelling gelijk aan Jupiter, maar heeft om de planeet 7 groepen van ringen, die uit meer dan honderd kleine ringen van fijn puin bestaan. Lange tijd dacht men dat dat Saturnus de meeste manen had van alle planeten. Hoewel de grens tussen grote brokstukken in de ringen en “echte” manen moeilijk te trekken is, worden er nu 62 manen onderscheiden.

 

3.3.3. De ijsreuzen

Dankzij de informatie die men verkregen heeft met de vele ruimtesondes en de Hubble ruimtetelescoop blijkt dat de samenstelling van de kleinere ijsreuzen Uranus en Neptunus totaal verschillend is van de beide gasreuzen. Zij bestaan uit een grotere kern van silicaten en metaal en een dunnere mantel van waterstof, methaan, en ammoniak

 

3.3.3.1. Uranus

Deze planeet werd in 1690 voor het eerst ontdekt door de Engelse astronoom John Flamsteed. Hij dacht echter dat het om een ster ging. Pas op 13 maart 1781 was het William Herschel die aantoonde dat het hier om de 7e planeet van ons zonnestelsel ging. Dankzij de ruimtesonde Voyager 2 en de Hubble ruimtetelescoop zijn er sinds 1986 verscheidene ringen om de planeet waargenomen. Deze staan echter, net als de as van de planeet, onder een hoek van 98o. Dit is waarschijnlijk het gevolg van een botsing met een ander hemellichaam en verklaard ook de grote hoeveelheid manen (27) rond de planeet.

 

Afb. 3.8. Uranus                           Afb. 3.9. Neptunus

 

3.3.3.2. Neptunus

In december 1612 ontdekte Galileo Galilei al deze planeet, maar dacht met een ster uit een verderop gelegen zonnestelsel van doen te hebben. Daarom staat de ontdekking van de 8e planeet op de naam van Johann Galle en Heinrich d’Arest op 23 september 1846. Door de afwijkingen in de baan van Uranus wist men dat deze schommelingen afkomstig moesten zijn van een 8e grote planeet en dat bleek dus uiteindelijk Neptunus te zijn. In 1846 werd een maand na de ontdekking van Neptunus al maan Triton beschreven, maar het zou tot 1949 duren voor een tweede maan ontdekt werd. Inmiddels zijn er in 2013 al 14 manen in kaart gebracht rond deze planeet.

 

Opdrachten

Opdracht 68          

Bekijk van de serie Encyclopedia Galactica nu de aflevering “Jupiter” [10:51 min.] op.

 

Opdracht 69          

Bekijk van de serie Encyclopedia Galactica nu de aflevering “Saturnus” [10:58 min.] op.

 

Opdracht 70          

Bekijk van de serie Encyclopedia Galactica nu de aflevering “Uranus en Neptunus” [10:49 min.].

 

Opdracht 71

Geef in je schaalmodel van opdracht 63 de namen steenplaneten, gasreuzen en ijsreuzen aan.