Les 13

Sommige wetenschappers suggereren dat het mogelijk kan zijn dat ond universum deel uitmaakt van vele grotere universa, waarvan sommige in andere dimensies, en dat Big bangs aan de orde van de dag zijn in dit multiversum. Of dat ruimte en tijd ook andere vormen hadden voor onze Big Bang, vormen te verschillend om voor te kunnen stellen. De Big Bang waar wij mee te maken hebben zou dan een soort overgangsfase zijn waarbij het universum veranderd van vorm in een universum dat wij bijna kunnen begrijpen. In een artikel in de new York Times door de kosmoloog Dr Andrei Linde (2001) zouden zulke redeneringen bijna religieuze vragen zijn.

Weer een ander idee is dat er een multiversum is, waarbij het volgende universum gevormd wordt door het vorige. In de video van de lezing van Robbert Dijkgraaf gebruikte hij het onderstaande plaatje om het multiversum een vorm te geven.

 

Afb. 1.8. Model van een multiversum

 

Opdrachten

Opdracht 35

Ben jij het ermee eens dat de vragen rondom de Big Bang theorie bijna religieuze vragen zijn? Beargumenteer je antwoord.

 

 

1.5. Falsificeerbaarheid

Hoewel er tegenwoordig toch wel over wordt nagedacht, houden wetenschappers zich over het algemeen niet bezig met de vraag wat er voor de Big bang was. Dit komt niet alleen omdat deze vraag niet te beantwoorden is zonder observaties of berekeningen die toetsbaar zijn. We kunnen tot 10-43 seconden na de Big bang terugkijken en daar kunnen wel zinnige dingen over gezegd worden die toetsbaar zijn. Ook door het ontbreken van ingredients en goldilock conditions is ook de vroege geschiedenis van de Big Bang theorie niet meer dan een origin story. De aannemelijkheid van de theorie ligt in de logische bewijsvoering als claimtester.

De eis van de moderne wetenschap is falsificeerbaarheid, geformuleerd door de Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Karl Popper. Hij stelde dat dat wetenschappelijke theorieën zo moesten worden geformuleerd, dat ze met één observatie verworpen zouden kunnen worden. Voor elke theorie zou je een test moeten kunnen bedenken om een tegenvoorbeeld te vinden waaruit blijkt dat de theorie niet klopt. Het gaat er om riskante voorspellingen te doen die gemakkelijk te weerleggen lijken.

 

  Afb. 1.9. Karl Popper (1902 – 1994)

 

 

Popper nam Einstein als voorbeeld van een goede wetenschapper: hij had een gewaagde theorie die tegen het heersende denken inging en deed precieze voorspellingen die gemakkelijk weerlegd hadden kunnen worden. Maar dat gebeurde niet, waardoor Einsteins theorie steeds aannemelijker werd. Popper spreekt dan van corroboratie: het steeds aannemelijker worden van een theorie, omdat deze kritische toetsen doorstaat.

Falsificeerbaarheid is dus datgene wat echte wetenschap onderscheidt van pseudowetenschap. Popper’s criterium voor wat wel en wat niet wetenschappelijk is wordt ook wel het demarcatiecriterium genoemd.

 

Theorieën over wat er voor de Big bang was zijn vooralsnog niet toetsbaar en dus volgens het criterium van Popper pseudowetenschappelijke theorieën. Dat is dan ook de reden dat de wetenschappelijke wereld zich daar de afgelopen decennia nauwelijks mee heeft beziggehouden. Momenteel lijkt hierin verandering te komen, want steeds meer wetenschappers, zoals bijvoorbeeld Roger Penrose, formuleren theorieën over wat er voor de Big Bang kwam. Dit is opmerkelijk, omdat zij een aantal jaren geleden deze vraag absoluut onwetenschappelijk vonden.

 

Opdrachten

Opdracht 36

 

Verzin drie uitspraken die wetenschappelijk lijken, maar dat niet zijn volgens het criterium van Popper. Herformuleer ze vervolgens zo dat ze wel falsificeerbaar zijn.