2.6. Moleculen
Tot nu toe hebben we het alleen maar over de afzonderlijke elementen gehad. Maar in de wereld waarin wij leven zou alle leven niet kunnen bestaan als deze elementen geen verbindingen met elkaar waren aangegaan.
Samen vormen verbonden atomen moleculen. Zo bestaat een watermolecuul uit 3 atomen, behorende tot 2 elementen. In een watermolecuul is één zuurstofatoom een verbinding aangegaan met twee waterstofatomen (brutoformule). Om aan te geven hoe water is opgebouwd kunnen we gebruik maken van verschillende notatiewijzen, nl. als molecuulformule of als structuurformule.
De molecuulformule van een stof is een korte notatiewijze die aangeeft uit welke elementen en in welke aantallen atomen een molecuul is opgebouwd. De elementen worden voorgesteld door een symbool. Zo is waterstof een H en zuurstof een O. De molecuulformule voor water is dan H2O.

Afb. 2.9. Weergaven van water: 1 en 2. stuctuurformule, 3. structuurformule met covalenties, 4. molecuulmodel.
De structuurformule is een grafische, tweedimensionale weergave van de structuur en enkele andere belangrijke kenmerken van een molecuul. Met een structuurformule laat je ook zien hoe de verschillende atomen gerangschikt zitten in een molecuul en welke covalente verbindingen zij aangaan. Hoe covalente verbindingen aangegaan worden wordt uitgelegd in de video uit opdracht 53.
Opdrachten
Opdracht 53
Bekijk de video over drie hoofdtypes van chemische bindingen in moleculen (4:55 min.) .
Opdracht 54
Na het zien van het bovenstaande video is het nu aan jou om schematisch te tekenen hoe H2O zich vormt.
Opdracht 55
Welke verschillende soorten verbindingen kennen we?
Opdracht 56
Hoe verklaren deze verbindingen de kenmerken van bepaalde stoffen?
Opdracht 57
Zoek een feitje op over atomen dat jij het meest fascinerend vindt.
