Les 41

5.5.4. Persoonlijke afstand

Omdat het leven in de betonnen jungle ons nog steeds vreemd is volgens Desmond Morris (1969) gedragen we ons nog steeds zo alsof het tegennatuurlijk is. Zo blijken we, ondanks dat we op een kluitje leven, heel erg nerveus te worden wanneer iemand binnen onze persoonlijke afstand komt. Kijk maar eens naar reizigers in de trein. Op de vierzitter plaatsen neemt eerst iemand plaats op de bank met zijn gezicht naar voren, daarna gaat er pas iemand schuin tegenover zitten, dan worden eerst de tweezitterplaatsen met één passagier per bank gevuld en pas daarna komt er een derde en/of vierde passagier bij in de vierzitter combinaties. Ook op een bankje in het park gaan we eerst zover mogelijk van elkaar af zitten. We proberen dus in principe altijd zo ver mogelijk van elkaar af te zitten (met uitzondering van geliefden) en wanneer dat niet lukt worden we onrustig, nukkig of soms zelf agressief.

Het is niet alleen de afstand, maar ook de drukte die van invloed is op je persoonlijke afstand. We worden duidelijk overprikkeld in onze moderne wereld, iets waar we in onze stammentijd geen last van hadden. Vooral menen met bijvoorbeeld een autistische storing reageren veel extremer op al deze prikkels, dan iemand die deze storing niet heeft. Iemand met autisme kan zelfs van een aanraking door een vreemde in paniek raken. De afstand die mensen innemen ten opzichte van elkaar is verschillend per persoon en verschillend afhankelijk van de relatie die je hebt met diegene die binnen jouw persoonlijke ruimte komt.

 

Afb. 5.8. Persoonlijke ruimte

 

Opdracht

Opdracht 132

Bedenk voorbeelden van situaties wie er in je klas in de verschillende zones uit de afbeelding hierboven zou mogen komen.

 

5.5.5. Stereotypen

Heel vaak hebben wij op basis van een eerste indruk (de eerste prikkels die je opdoet) een (voor)oordeel over de ander. Dit verklaard waarom we zo snel een oordeel klaar hebben over een ander, en dus ook het bystander effect.

 

Afb. 5.9. Stereotypen

 

Zo zal iemand in een net pak die op straat eerder geholpen worden dan iemand die casual gekleed is. Zo zijn we ook milder in ons oordeel naar de “ingroup” (= de groep waar jij ook toe behoort) toe. We zien veel meer de onderlinge verschillen en dat maakt dat we ons genuanceerd uitdrukken. De rest behoort tot de “outgroup” (= de groep waar je niet toe behoort), en hierover doen we vaak negatiever en spreken we meer in generalisaties. Zo dragen alle Fransen alpinopetjes en een stokbrood onder hun arm, en dragen Duitsers altijd lederhosen, drinken bier en eten bratwurst.

Dat dit tot hele gevaarlijke situaties kan leiden werd door Philip Lombardo bewezen in zijn Stanford prison experiment (1971). Hier werden proefpersonen in twee groepen verdeeld, de ene groep zou de gevangenen spelen, de andere groep de bewakers. Binnen de korste keren werden de bewakers zeer wreed en de gevangen onderdanig. Men moest het experiment voortijdig stoppen, omdat men vreesde dat alles uit de hand zou lopen. Bekijk de samenvatting van het experiment [13:40 min.].

 

In 2003 kwamen de wantoestanden in de Abu Ghraib gevangenis in Irak in het nieuws, waar soortgelijke wantoestanden ook plaatsvonden tussen bewakers van het Amerikaanse leger en van terreur verdachte gevangenen.

 

5.5.6. Tot slot

Wat wij feitelijk doen is de enorme hoeveelheid informatie die tot ons komt filteren. Dit filteren heeft consequenties voor ons beoordelingsvermogen in bijvoorbeeld rechtszaken. Hoe vaak blijken verklaringen door getuigen op diverse punten te verschillen. Een verklaring hierin wordt gezocht in onze drang tot overleven, want van nare situaties willen we het liefst zo snel mogelijk wegrennen. Details zoals de kleur van een auto, wat voor weer het was e.d. sluit je dan buiten, want het analyseren van alle omstandigheden op zo’n moment vertraagd je ‘wegvluchten’ en verkleind je overlevings-waarde.

Ook bij de proef van Asch (zie 5.5.2) zagen we informational conformity waarbij we de mening van de groep overnemen ook al heeft deze het fout, alleen al om jezelf niet buiten de groep te plaatsen en dus ‘anders’ te zijn. Zet er één ‘medestander’ tussen en de kracht van de groep wordt doorbroken. Ook in reclame zien we dat handig gebruik gemaakt wordt van informational conformity om mensen te overtuigen via sociale bewijskracht (Social proof). Een toevoeging op een wasmiddel in de trant van ‘aanbevolen door [naam van een wasmachinefabrikant]’ sterkt de massa in het kopen van dat bepaalde wasmiddel in plaats van een ander wasmiddel. Of wat te denken van de ‘likes’ op Facebook….

Nu is het niet zo dat alleen negatieve zaken voortkomen uit ons gedrag. We zijn als ‘kuddedier’ ook in staat tot grootse prestaties. Dankzij collective learning zijn we ook in staat tot het bouwen van steden, ontwikkelen van cultuur, maken van apparaten, maar ook om bijvoorbeeld onze medemens te helpen met grote geldinzamelings-acties wanneer er elders in de wereld een ramp (bijvoorbeeld Tsunami) heeft plaatsgevonden.

 

Opdrachten

Opdracht 133

Leg uit dat het volgen van een groep ook overlevingswaarde heeft.

 

Opdracht 134

Geef nog twee voorbeelden waarbij sociale bewijskracht een rol speelt.