2.2.3 Plaatsbeleid

Plaatsbeleid

Je hebt de eerste P (productbeleid) afgerond. Je gaat je nu bezig houden met de volgende P namelijk Plaatsbeleid.

Waar moet je je bedrijf vestigen zodat de klant de producten of diensten kan krijgen? Moet het een A locatie zijn, B locatie of een C locatie zijn?

A- B- of C- locatie?

A-locatie: in het centrum van een stad of dorp. De A-locatie wordt vaak onderverdeeld in A1-locaties en A2-locaties. Een A1-locatie is in het centrum van een winkelgebied in een dorp of stad. Een A2-locatie bevindt zich meer aan de rand hiervan. De A1-locatie moet het daarom hebben van het winkelend publiek dat langsloopt. De A2-locatie aan de rand van het centrum heeft een betere bereikbaarheid doordat er betere parkeervoorzieningen zijn. Een A-locatie is vaak aantrekkelijker voor ondernemingen om zich te vestigen dan een B- of C- locatie, maar vaak wel duurder.

B-locatie: de B-locatie is een locatie die aantrekkelijk is voor bedrijven om zich er te vestigen. B-locaties liggen vaak aan de straten die naar het centrum toe leiden. Een B- locatie is vaak minder aantrekkelijk dan een A-locatie, maar meer aantrekkelijker dan een C-locatie.

C-locatie: bevindt zich vrijwel altijd op grotere afstand van een stadscentrum. Er is dan ook weinig winkelend publiek. Winkels kiezen vaak voor een C-locatie vanwege de goedkopere huurkosten. Vaak zijn het de plekken waar bouwmarkten en andere grote zaken zich vestigen of juist grote winkels die ruime parkeergelegenheid nodig hebben.

 

Huur of koop?

Je gaat met je onderneming op zoek naar de juiste locatie in de plaats waar je wilt vestigen (gemeente Eindhoven of omliggende gemeenten). Ga je het pand huren of kopen, wat kies je? Voordat je dit kan besluiten, moet je eerst onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van het huren en kopen van een bedrijfspand.

 

Opdracht:

Vul onderstaand schema in en lever deze in in google classroom.

 

 

 

2.2.3 Plaatsbeleid, voor- en nadelen huur en koop (WORD)

2.2.3 Plaatsbeleid, voor- en nadelen huur en koop (PDF)