Het prijsbeleid van een onderneming is natuurlijk belangrijk. Wil je veel of voldoende verkopen, dan moet je er voor zorgen dat je prijs niet te hoog is, maar met een te lage prijsstelling kan je je kosten misschien niet betalen.


Jullie gaan je nu bezig houden met de theorie van het prijsbeleid. Prijsbeleid is een erg moeilijk onderdeel van de marketing. Welke prijs moeten we hanteren bij welk product of dienst? Komt de prijs overeen met de verwachting van de klanten? Hoe is de prijs/kwaliteitsverhouding van de producten? Hoe duur zijn de producten of diensten van mijn concurrenten? Tegen welke prijs koop ik producten in en tegen welke prijs verkoop ik ze? Maak ik mijn producten zelf: hoeveel grondstoffen heb ik dan nodig en tegen welke prijs?
Bij prijsbeleid staat dus geld centraal. Hoeveel is de kostprijs? Hoe duur is het product dat je maakt of verkoopt als je alle kosten meerekent.?
Voorbeeld: je hebt als bedrijf verschillende kosten en die kosten moet je doorberekenen in de prijs. Huisvestingskosten € 20.000, personeelskosten € 10.000, inkoopkosten € 80.000 en overige kosten € 10.000. Je produceert in totaal 5.000 producten. Hoeveel bedraagt dan de kostprijs?
De totale kosten bedragen = €20.000; + €10.000; + € 80.000; +€10.000; = € 120.000; en die ga je verdelen over totale producten dus over 5.000 producten dan heb je een kostprijs van €120.000 / 5.000 stuks = € 24.
Als je alle producten verkoopt tegen de kostprijs dan heb je dus geen verlies, maar ook geen winst!
Op de kostprijs doe je dan een winstopslag en dat is dan de verkoopprijs exclusief (zonder) BTW.
Kostprijs € 24; + winstopslag ( bijvoorbeeld 25% = 0,25 x €24) € 6; = verkoopprijs € 30;.
Of:
Kostprijs € 24
Winstopslag 25% (€24:100x25) € 6 +
Verkoopprijs € 30
Het product komt dan in de winkel te liggen voor € 30; + btw 21% = € 36,30. De winkelprijs is dan € 36,30.

Kostprijs € 24
Winstopslag 25% (€24:100x25) € 6 +
Verkoopprijs zonder BTW € 30
BTW 21% (€30:100x21) € 6,30 +
Verkoopprijs incl. BTW € 36,30
De verkoopprijs zonder BTW noemen we ook wel de netto-verkoopprijs. De verkoopprijs met BTW noemen wij ook wel de bruto-verkoopprijs of de consumentenprijs. Het is de prijs die de consument (de klant) voor het product betaald. Je begrijpt dat de consumentenprijs van heel veel factoren afhankelijk is. Wat is de kostprijs? Welke kosten hebben we als bedrijf? Hoeveel bedragen de kosten? Kunnen de kosten omlaag? Wat is het BTW percentage? Wat zijn de prijzen van de concurrent? Wat wil ik met mijn prijs bereiken; wil ik overkomen als een kwalitatief hoogstaand merk of product of juist niet? Hoeveel winst wil ik hebben? Is dat bereikbaar en is dat ook reëel? Daar gaan we ons met de P van Prijs mee bezig houden. Belangrijk is om goed financieel te kunnen rekenen. Je gaat onderstaande links goed doornemen om de volgende opgaven te maken.
Voor extra hulp bekijk de volgende PowerPoint / video's:
Kostprijsberekening:
Uitleg omzet:
We gaan nu een aantal opgaven zelf berekenen voordat we echt zelf naar het prijsbeleid gaan voor de eigen onderneming. LET OP! Je mag pas verder zodra deze opgaven door je docent zijn ontvangen. Stel gerust vragen aan de docent! Maak de opgaven en lever deze via google classroom in.