
Water komt in verschillende toestanden (fasen) voor.
Lees meer hierover in de Kennisbank.
In het schema zie je zes mogelijke fase-overgangen.
Onthoud goed: condensatie en verdamping.
Waterdamp is onzichtbaar. Hoe zie je dat er water in lucht zit?
Simpel: blaas je adem uit op een koude ruit. De ruit beslaat.
De waterdamp (gas) verandert dus in water (vloeibaar).
Als je even wacht is de ruit niet meer beslagen.
Het water op de ruit is verdampt.
Bedenk samen met een klasgenoot een voorbeeld van: