Water is altijd 'op reis'.
Soms is water zeewater.
Als water verdampt, komt het in de lucht.
Water kan neervallen als regendruppels.
Water stroomt ook door een rivier.
Leerdoelen
Aan het eind van de opdracht kun je:
drie fasen noemen waarin water kan voorkomen.
de waterkringlooop beschrijven.
aangeven wanneer water verdampt en condenseert.
Kies een eindproduct:
Maak de toets over de waterkringloop.
Zoek op internet naar afbeeldingen over de waterkringloop.
Leg daarbij uit hoe de waterkringloop werkt.