Stelling verdedigen

Stelling verdedigen

Doel stelling verdedigen

De kunst van het leren verdedigen van een stelling is om vele redenen belangrijk:

- Het vormt je denkvermogen.

- Je leert logisch redeneren.

- Je leert anderen overtuigen.

- Je leert duidelijk maken wat je vindt en denkt.

- Je leert goed luisteren naar anderen en op de boodschap van een ander te reageren.

- Je leert onderscheid te maken tussen een mening en een oordeel.

Waarschijnlijk kun je zelf nog meer goede redenen bedenken waarom dit dan belangrijk is. Veel mensen denken: ik ben er goed in of niet, daar valt niets aan te doen. Niets is minder waar! Goed leren spreken is een vaardigheid en dat is te leren. Iedereen heeft een zekere aanleg hiervoor. De kunst is om deze verder uit te bouwen. Daar is deze module voor.

Leerdoel

De volgende vaardigheden zijn belangrijk:

Stelling verdedigen:

Je verzamelt en gebruikt informatie die nodig is voor bijvoorbeeld een voordracht, discussie of debat. Je geeft de waarde en betrouwbaarheid aan van de informatie die door de massamedia verspreid wordt en beoordeelt de argumentatie van een betogende tekst op aanvaardbaarheid.

Je maakt onderscheid tussen mening en feit, tussen standpunt en argument; en onderscheidt argument en drogreden, subjectief en objectief argument.

Je spreekt duidelijk en met intonatie en ondersteunt je woorden waar nodig met gebaren. Je maakt oogcontact met je publiek.

Je kunt beeldende taal gebruiken om emoties op te roepen of om een situatie met een begrijpelijk beeld te verduidelijken.

 

 

Werkwijze

Je gaat voorbeelden zien van onderbouwde stellingen. In week 47 verdedig je een stelling. Dit is een PTA-toets (PTA weging x15, duur 10 minuten + voorbereiding ongeveer vier uur).

Over alle onderdelen is achtergrondinformatie beschikbaar in de vorm van theorie en tips. Deze vind je onder het kopje 'theorie'.

 

PTA

Het PTA telt 15 keer mee. Iedereen krijgt tien minuten om zijn/haar stelling te verdedigen.

In onderstaande documenten zie je de opdracht, een voorbeelduitwerking en de beoordelingscriteria.

Theorie

Goede stellingen

Een stelling nemen we dagelijks in, in korte mededelingen zonder verder gesprek, impliciet in de manier waarop we handelen, maar ook expliciet in een discussie of debat.

Elk debat begint met een stelling. Niet elke stelling is geschikt om over te debatteren. Als je bij voorbaat weet dat iedereen het met je eens zal zijn, is een debat niet zinvol. Een voorbeeld hiervan is 'Iedereen moet bijdragen aan een beter milieu.' Daar zal iedereen het mee eens zijn. Maar hoe dan? Dat vraagt niet echt om een debat maar meer een vergadering om oplossingen te bedenken. Bij een debat moet je echt kunnen praten over 'we doen het wel of we doen het niet', met andere woorden een discussie tussen voor- en tegenstanders.

Het makkelijkste is om een zogenaamde ‘beleidsstelling’ te formuleren. Hierbij debatteer je over de zin en onzin van een oplossing voor een bepaald probleem.  Zo vindt vrijwel iedereen duurzaamheid belangrijk, maar het interessante debat zit juist in de vraag wat de beste manier is om die duurzaamheid te bereiken. Dat is namelijk waar de meningen over verschillen.
Kies dus liever niet stellingen zoals 'duurzaamheid begint bij jezelf', 'goede ouderenzorg is belangrijk' of  'fatsoen moet je doen', maar kies voor: 'duurzaamheidsubsidies moeten worden afgeschaft', 'de AOW-uitkering moet omhoog' of 'het nasissen van vrouwen door jongens moet strafrechtelijk worden aangepakt'.Zo zorg je dat het debat gaat over een maatregel die ook echt in de praktijk kan worden gebracht.

 

Tien criteria voor een goede stelling

  • De stelling moet controversieel zijn binnen de groep die erover debatteert.
  • Het moet meteen duidelijk zijn waar de stelling over gaat.
  • De stelling moet absoluut geformuleerd zijn (dus niet: ‘in sommige gevallen’).
  • De stelling moet prikkelen, pijn doen en geen nuance bevatten.
  • De stelling bestaat uit één zin.
  • De stelling moet positief geformuleerd zijn (vermijd het woord ‘niet’).
  • De stelling mag geen argumenten bevatten (vermijd ‘want’ of ‘omdat’).
  • De stelling mag niet innerlijk tegenstrijdig zijn.
  • De stelling moet ondubbelzinnig geformuleerd zijn.
  • De stelling mag geen ‘truism’ bevatten als twistpunt (een truism is iets wat zo overduidelijk is dat het nauwelijks de moeite waard is om over te spreken).

Stellingentest

Onderbouwing

Een stelling onderbouw je met argumenten. Die onderbouuwing moet sterk zijn. Je hebt dat al geoefend met je betoog, bijvoorbeeld door je te baseren op bronnen die betrouwbaar zijn en te zoeken naar feiten.

Hieronder vind je de theorie over argumentatieschema's en argumentatiestructuren die je bij het betoog ook al hebt bestudeerd. Dit is ook bij je verdediging van een stelling relevant.

In het volgende kopje zie je voorbeelden van stellingen met onderbouwing.

Voorbeelden

Hieronder vind je enkele voorbeelden van hoe je een stelling kunt onderbouwen:

Lubach: 

 

Opdracht

Bedenk een stelling die je wilt verdedigen.

Controleer of de stelling aan de criteria voldoet (voldoet het aan de 10 criteria zoals in de theorie staat beschreven)?

Daarna zoek je bronnen om je stelling te onderbouwen. Het mapje met de bronnen, lever je vooraf in (zie opdracht).

 

  • Het arrangement Stelling verdedigen is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Anja Schoots
    Laatst gewijzigd
    22-10-2020 08:12:56
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    5 havo
    Leerniveau
    VWO 2; HAVO 3;
    Leerinhoud en doelen
    Nederlands; Mondelinge taalvaardigheid; Spreken; Afstemming op doel;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.