Thema 10 Arm en Rijk - vmbo-kgt34

Thema 10 Arm en Rijk - vmbo-kgt34

Arm en Rijk

Inleiding

Het onderwerp van dit thema is 'Arm en rijk'.

Bekijk deze video over Donovan die in een arm gezin opgroeit.

Bespreek met een klasgenoot de volgende vragen.
Je mag hier vijf minuten voor gebruiken.

  • Ben jij rijk of voel jij je rijk?
  • Hoe is het om te leven met weinig geld, zoals de familie van Donovan?
  • Wat is de functie van de Voedselbank?
  • Moeten arme mensen worden geholpen door rijke mensen?

In dit thema maak je vijf opdrachten. In iedere opdracht staat een andere vaardigheid centraal.
In de opdrachten wordt waar mogelijk verwezen naar het thema Arm en rijk, maar lang niet overal.

Aan het eind van dit thema ga je samen met drie klasgenoten een groepsgesprek voeren over armoede en rijkdom. Na afloop van dit gesprek schrijf je per groepje de antwoorden op de vragen op en laat dit door de docent beoordelen.

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema Arm en rijk.

Leerdoel Opdracht
Ik kan herkennen dat beeld en opmaak verschillende functies hebben in een tekst.   Lezen - Beeld en opmaak
Ik kan tussenletters en koppelteken op de juiste manier gebruiken in samenstellingen. Spelling - Tussenletter en koppelteken
Ik kan enkele structuren voor het maken van een website herkennen en zelf een sitestructuur opzetten. Vaardigheden - Structuur website
Ik kan de onderdelen waaruit een goede presentatie bestaat, omschrijven en zelf een presentatie voorbereiden en houden. Spreken - Presenteren
Ik kan een bijstelling in een zin herkennen en zelf een zin met een bijstelling maken. Grammatica - Bijstelling

Wat ga ik doen?

Voor je aan de slag gaat met de afsluiting maak je vijf opdrachten.
In de tabel staat per activiteit hoeveel lessen je ongeveer nodig hebt.

Activiteit Aantal lesuren Eindproduct
Inleiding 0,5  
Lezen: Beeld en opmaak 3 Pagina opmaken
Spelling: Tussenletter en koppelteken 2 Toets maken
Vaardigheden: Structuur website 2 à 3 Sitestructuur opzetten
Spreken: Presenteren 3 à 4 Presentatie voorbereiden en houden
Grammatica: Bijstelling 2 Kwartet met bijstellingen
Afsluiting 2 Groepsgesprek voeren
Totaal: 16 à 17  


De tijd is een indicatie en afhankelijk van de keuze van de eindopdracht.

Opdrachten

Lezen: Beeld en opmaak

Lezen - Beeld en opmaak

Intro

Bekijk de video.
Vind je mediavormgever een veelzijdig beroep?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven welke elementen samen de opmaak van een tekst of pagina vormen;
  • herkennen dat beeld en opmaak verschillende functies kunnen hebben in een tekst;
  • uitleggen wat wordt bedoeld met de 'doelgroep' van een tijdschrift.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem en bekijk in de opdrachten de invloed van beeld en opmaak in een tekst of op een pagina. Bespreek dit met een klasgenoot.
Stap 2 Lees de teksten en kijk wat opmaak en beeld doet met een tekst. Beantwoord de vragen. Maak daarna de oefening met logo's.
Stap 3 Zoek naar twee verschillende tijdschriften en bekijk de lay-out. Beantwoord de vragen en bespreek mijn antwoorden met een klasgenoot.
Stap 4 Geef een tekst een passende lay-out. Vergelijk mijn pagina met die van een klasgenoot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak zelf een pagina of artikel voor een tijdschrift, compleet met lay-out.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Beeld en opmaak

Bestudeer het Kennisbankitem.

Op televisie zie je bewegende beelden in combinatie met geluiden.
Met deze combinatie kun je in korte tijd veel informatie overbrengen. Denk maar eens aan het journaal op televisie.In vijftien minuten weet je wat het belangrijkste nieuws is.

Een beeld kan vaak veel meer emoties overbrengen, dan een gesproken of geschreven tekst.
Bekijk de volgende opdrachten en foto's om dit zelf te ervaren.

Lay-out

Hoe een pagina in een krant of tijdschrift eruit ziet, heeft te maken met de plaatsing van teksten en foto’s, kleurgebruik, lettertype, enzovoorts.
Dit wordt de opmaak of lay-out genoemd.
Iedere krant of tijdschrift heeft zijn eigen publiek en kiest daardoor voor een bepaalde opmaak.

Stap 2: Functie

Beeld en opmaak kunnen verschillende functies hebben in teksten.
In deze stap ga je verschillende teksten en beelden lezen en bekijken.

Bij de onderstaande meerkeuzetoets heb je de volgende drie teksten nodig.
De oefening gaat namelijk over de functies die beeld en opmaak hebben in verschillende teksten.

Logo's

In reclames zijn beelden erg belangrijk. Denk maar aan het logo van een merk.
Vaak hoef je alleen maar het logo te zien en je weet al over welk merk het gaat.

Maak nu de oefening hieronder en kijk hoeveel logo's je herkent.

Stap 3: Tijdschriften

Ga op zoek naar twee verschillende tijdschriften.
De twee tijdschriften moeten bestemd zijn voor een verschillend publiek.
Hieronder wordt uitgelegd wat het 'publiek van een tijdschrift' is.

Publiek

Het 'publiek' van een tijdschrift bestaat uit de mensen waarvoor het tijdschrift is gemaakt. Een tijdschrift kan gemaakt zijn voor bijvoorbeeld jongeren, voor autofans, voor liefhebbers van muziek, koken, mode of vrijetijdsbesteding.

Het 'publiek' waarvoor een bepaald tijdschrift is gemaakt, noemen we 'een doelgroep'.

Stap 4: Tekst opmaken

Hier staat een linkje naar een tekst die nog niet is opgemaakt.

  • Klik op de link en kopieer de tekst naar een nieuw, leeg, Google-document.
    Tekst opmaken
  • Zorg voor een goede opmaak van de tekst door lettertype, grootte, kleur e.d. aan te passen.
  • Voordat je begint met de opmaak, lees je de tekst eerst helemaal door.
  • Vergeet de illustraties niet! Illustraties kun je zoeken op internet met een zoekmachine (bijvoorbeeld Google, Yahoo of Pixabay). Je kunt dit doen door een sleutelwoord uit de tekst in te voeren en bij 'Afbeeldingen' te zoeken.
  • Als je klaar bent met de opmaak van de tekst, vergelijk je jouw opgemaakte tekst met die van een klasgenoot.
    Wat zijn de verschillen in jullie lay-out? Schrijf deze verschillen op.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Tijdschrift maken

In deze opdracht ga je een pagina voor een tijdschrift maken.
De titel van het tijdschrift is: Rich, Richer, Richest (in het Nederlands vertaald: rijk, rijker, rijkst).

Bekijk eerst de video. Daarin zie je hoe een tijdschrift tot stand komt.

 

Hoe ga je te werk?

  1. Bedenk eerst wat voor soort pagina je gaat maken.
    Kies uit een: reclamepagina, artikel, interview, voorpagina.
    Kijk in de Gereedschapskist hoe je dit kunt aanpakken.
  1. Schrijf eerst de tekst. Onthoud dat je pagina in het tijdschrift Rich, Richer, Richest komt te staan.
    Zorg er dus voor dat de pagina die je maakt in dat thema past.
  1. Maak een goede lay-out van de pagina. Voeg passende afbeeldingen toe.
    Zorg dat je pagina of artikel een titel heeft.
  1. Maak een printscreen van je pagina en sla deze op met de naam:
    Pagina tijdschrift + je eigen naam.
    Ben je tevreden over hoe het geheel eruitziet? Lever je pagina in bij je docent.

Beoordeling

Je docent zal de pagina voor het tijdschrift beoordelen.
Hij of zij let daarbij op:

  • Je hebt een pagina gemaakt, die goed bij de stijl van het tijdschrift past.
  • De lay-out van de pagina is goed ingedeeld en met zorg samengesteld.
  • De gebruikte illustraties passen goed bij de tekst op de pagina.
  • De tekst op de pagina bevat geen taalfouten en is goed leesbaar.

Krant maken

Een krant kun je natuurlijk hartstikke goed zelf maken! Je verzamelt foto’s, tekeningen, schema’s, tekststukjes en quotes over een bepaald onderwerp.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Lijkt het je leuk om een opleiding voor mediavormgever te volgen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je opnoemen waar je rekening mee moet houden bij de opmaak van een pagina?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Wist je al veel over beeld en opmaak? Schrijf op wat nieuw voor je was.
  • Eindopdracht
    Hebben jullie beeld en opmaak aangepast aan de doelgroep, waarvoor je de pagina hebt ontworpen?

Spelling: Tussenletter en koppelteken

Spelling - Tussenletters en koppelteken

Intro

In deze opdracht staat de tussenletter centraal.

Is het: kippesoep of kippensoep?
Zeg je: boekebon of boekenbon?


Bekijk eerst de video voor uitleg.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven wat samenstellingen zijn;
  • tussenletters -e, -n of -s op de juiste manier gebruiken in samenstellingen;
  • het koppelteken op de juiste manier gebruiken in samenstellingen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bekijk de voorbeelden van samenstellingen en bestudeer het Kennisbankitem. Bekijk de video en maak de oefening over tussen -s.
Stap 2 Bestudeer de theorie over het gebruik van tussen -n. Bekijk de video en maak de oefeningen.
Stap 3 Maak drie oefeningen met samenstellingen.
Stap 4 Bekijk de video  en bestudeer het Kennisbankitem. Maak de oefening.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht A Stel een dictee samen met tussenletters en koppeltekens. Wissel van dictee met mijn klasgenoot. Kijk daarna samen de dictees na.
Eindopdracht B Maak de toets 'Tussenletters'.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Tussenletter

Deze opdracht gaat over tussenletters. Je hebt hier al eerder mee geoefend, maar het is goed om je geheugen even op te frissen.

Als je twee woorden aan elkaar plakt, noem je dat een samenstelling.
Soms moet je een tussenletter gebruiken om de samenstelling goed te schrijven.

Voorbeelden:
Moeder + kindje = moederskindje
Zon + schijn = zonneschijn
Lamp + kap = lampenkap

Bestudeer de informatie uit de Kennisbank.

Bekijk de volgende video over het gebruik van de tussen –s.

Maak de volgende oefening over het gebruik van de tussen -s.

Stap 2: Oefenen!

Om de tussenletter goed onder de knie te krijgen is het verstandig om veel te oefenen.
In deze stap ga je aan de slag met enkele oefeningen.

Bestudeer eerst nog wat informatie over het gebruik van de tussenletter -n.

De tussenletter -n
Moet er in samenstellingen (woorden die uit minimaal twee kleinere woorden bestaan)
een -n geschreven worden of niet?

Wanneer schrijf je wel een -n?
  • Als het meervoud van het eerste deel van de samenstelling alleen een meervoud op -en heeft.
    Dus woorden als ‘paarden’ en ‘pannen’.
    Dus geen woorden als ‘directeur’ en ‘aardappel’, want deze woorden hebben niet alleen een meervoud op -en, maar ook op -s.
    Kijk maar: ‘directeurs’ / ‘directeuren’ en ‘aardappels’ / aardappelen’.
Wanneer schrijf je geen -n?
  • Als het eerste deel van de samenstelling een woord is waar wij er maar eentje van hebben.
    Denk aan woorden als ‘zon’, ‘maan’, ‘koningin’.
  • Als het in de samenstelling gaat om een versterkende of verzwakkende uitdrukking: ‘reuzeleuk’, ‘apetrots’, ‘retegoed’, ‘brekebeen’.
Bij ‘pannenkoek’ schrijf je dus wel -n, omdat er sprake is van maar één meervoudsvorm.
Bij ‘groentesoep’ schrijf je geen -n, omdat er sprake is van twee meervoudsvormen: ‘groentes’ / ‘groenten’

Bron: wp.digischool.nl


Bekijk de volgende video over het gebruik van de tussenletters –e of –en.

Maak de oefeningen.

Stap 3: Samenstellingen

In deze stap oefen je de samenstellingen.
 

Stap 4: Koppelteken

Zoals je hebt geleerd, kun je van de meeste woorden een samenstelling maken door de tussenletters –e(n), -n of –s te gebruiken.
Dit kan niet altijd. Soms moet je het koppelteken gebruiken.

In deze video wordt uitgelegd wanneer je het koppelteken moet gebruiken.

Bestudeer ook de Kennisbank over het koppelteken.

Maak de oefening.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht A: Dictee

Deze opdracht doe je samen met een klasgenoot.

    • Maak beiden een lijst van vijftien samenstellingen met een tussenletter of een koppelteken.
    • Schrijf de twee woorden waaruit de samenstelling bestaat naast elkaar op.
    • Zorg dat je zelf de goede schrijfwijze van de samenstelling weet.
    • Twijfel je, zoek dan de juiste schrijfwijze op in een woordenboek of online.
    • Gebruik andere voorbeelden dan in de oefeningen.
  1. Wissel de blaadjes en maak elkaars dictee. Je doet dat alleen.
    Je hebt dus geen overleg.
  1. Bespreek samen jullie antwoorden. Verbeter, waar nodig, de antwoorden.
    Lever je dictee daarna in bij je docent.

Beoordeling

Jullie docent zal de dictees bekijken.

  • Zitten er geen fouten in de samenstellingen die je hebt gebruikt?
  • Zijn de antwoorden allemaal goed ingevuld?
  • Is te zien dat er zorg aan de voorbereiding en het maken van het dictee is besteed?

Eindopdracht B: Toets

Test je kennis. Maak de toets.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vond je de uitleg over het gebruik van tussenletters duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je tussenletters en koppelteken op de juiste manier gebruiken in samenstellingen? 

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Heb je alle oefeningen goed gemaakt? Vind je het nog lastig om wel of niet de tussenletter te gebruiken? Lees de theorie dan nog eens na.
  • Eindopdracht A
    Heb je gekozen voor het samenstellen van een dictee?
    Hebben je klasgenoot en jij elkaars dictee goed gemaakt?
  • Eindopdracht B
    Hoe ging de toets? Had je een goede score?

Vaardigheden: Structuur van een website

Vaardigheden - Website

Intro

Een eigen website bouwen is lang niet zo ingewikkeld als het lijkt.

Bekijk deze video. Je kijkt dan mee bij de totstandkoming van een website.
Waarover zou jij wel een website willen bouwen?

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven wat een 'sitestructuur' is;
  • enkele structuren voor het maken van een website herkennen;
  • zelf een structuur opzetten voor het bouwen van een website.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer verschillende structuren die kunnen worden gebruikt voor het bouwen van een website.
Stap 2 Maak een diagram van een website, die ik regelmatig bezoek. Vergelijk de structuur van de website met de website van school. Bespreek dit samen met een klasgenoot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Eindopdracht Maak samen een structuur voor een website voor een kinderhulpproject aan Gambia.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Structuur

Voordat je een website kunt bouwen, moet je eerst nadenken over de structuur.
De structuur van een website wordt de sitestructuur genoemd.
Een sitestructuur lijkt een beetje op een boomdiagram.

In ieder vakje staat de titel van de pagina. Tussen de vakjes staan pijlen.
Deze pijlen geven aan hoe je van de ene pagina naar de andere pagina kunt klikken.

Hieronder zie je voorbeelden van verschillende sitestructuren.


Voorbeeld 1

De structuur die hierboven is weergegeven is van een website over webdesign.


Voorbeeld 2

De sitestructuur hierboven is nog niet ingevuld.
Je ziet hier wel heel duidelijk de pijlen die aangeven hoe je van de ene naar de andere pagina kan klikken.

 

Voorbeeld 3

Een site kan zowel ‘breed’ als ‘diep’ zijn.
Deze afbeelding laat goed zien wat met de termen ‘breed’ en ‘diep’ bedoeld wordt.


Soms staat de sitestructuur op de website, zoals op de website van de Rijksoverheid.

Stap 2: Diagram maken

In deze opdracht ga je de sitestructuur van twee websites in kaart brengen en vergelijken.
De eerste is de sitestructuur van de website van je school en de tweede is de sitestructuur van een website die je zelf mag uitkiezen.

1. Bekijk een website die je vaak bezoekt. Let op de structuur van de website.
Is de indeling overzichtelijk en duidelijk? Is het een diepte- of breedtestructuur?
Hiervoor mag je ongeveer vijf minuten gebruiken.


2. Ga naar de website van je school. Pak een groot vel wit papier en teken de sitestructuur door middel van een boomdiagram.
Voeg ook pijlen toe die aangeven hoe je van de ene pagina naar de andere pagina kunt klikken.
Hiervoor mag je vijf minuten gebruiken.


3. Vergelijk de structuur die jij gemaakt hebt met de structuur die een klasgenoot heeft gemaakt.
Bekijk of er verschillen zijn. Maak in je eigen sitestructuur aanpassingen als dat nodig is.
Tijd: ongeveer vijf minuten.


4. Ga naar de website die jij hebt uitgekozen en teken de sitestructuur. Gebruik hiervoor een nieuw vel papier.
Tijd: ongeveer vijf minuten.


5. Vergelijk de structuur van de schoolwebsite met de structuur van de website die jij hebt gekozen.
Vraag: Welke site heeft de meest ingewikkelde structuur?
Gebruik in je antwoord de termen ‘breed’ en ‘diep’.
Je mag hier ongeveer vijf minuten voor gebruiken.


6. Deze stap doe je samen met een klasgenoot.
Jullie gaan het antwoord op de vraag presenteren aan elkaar.
Beiden mogen jullie maximaal twee minuten presenteren.

Laat tijdens de presentatie ook de structuren zien die jij hebt getekend.
Na afloop van de presentaties geven jullie feedback op elkaar. Zeg minstens één positief punt over de presentatie en één verbeterpunt.

Je geeft feedback op:

  • Inhoud van de presentatie (de manier waarop je klasgenoot de vraag heeft beantwoord).
  • Vorm van de presentatie (de manier waarop je klasgenoot de presentatie heeft gegeven).

Jullie mogen hier tien minuten voor gebruiken.

Afronding

Eindopdracht

In deze eindopdracht ga je de structuur van een website maken.
Lees de volgende casus.

De klas wil iets doen om arme kinderen in Gambia te helpen.
Jullie hebben inmiddels een plan gemaakt. Jullie willen een klaslokaal bouwen en sturen het plan op naar UNICEF.

UNICEF vindt het een heel goed plan en jullie worden uitgenodigd op het kantoor van UNICEF. Om een goede indruk te maken, besluiten jullie vast een website te maken over de situatie waarin arme kinderen in Gambia leven.

Jullie hebben al geleerd dat, voordat je een site gaat maken, je eerst een sitestructuur moet maken.

Hoe gaan jullie te werk?

1. Ga op zoek naar informatie over het leven van kinderen in Gambia.
Websites over Gambia zijn bijvoorbeeld:

Je kunt natuurlijk ook zelf op zoek naar informatie, bijvoorbeeld met Google.
Bepaal welke informatie je op de site wilt zetten.

2. Maak een structuur van de site die je gaat maken. Bedenk welke titels de verschillende pagina’s krijgen.
De structuur maak je door het tekenen van een boomdiagram.
Je kunt een boomdiagram op papier tekenen, maar je kunt het ook digitaal doen.
Klik op deze link en je ziet stap voor stap hoe je dit kunt maken in Word.

3. Wissel van diagram met een klasgenoot. Bekijk elkaars diagram.
Kijk of je tips hebt voor elkaar over de opbouw van de structuur. Bedenk minstens twee tips voor elkaar.

4. Verwerk de tips die je klasgenoot je heeft gegeven. 
Laat de websitestructuur die jij hebt ontworpen beoordelen door je docent.

Beoordeling

Je docent zal de structuur beoordelen. Hij of zij let daarbij op:

  • Heb je de structuur in de vorm van een boomdiagram gemaakt?
  • Is duidelijk om hoeveel en om welke pagina's het gaat?
  • Is aan de naamgeving van de structuur af te lezen dat het over kinderhulp in Gambia gaat?
  • Is het geheel duidelijk en creatief vormgegeven?
  • Heb je geen taalfouten gemaakt bij de opzet van de structuur?

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Lijkt het je moeilijk om zelf een website te bouwen?
     

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je aan een website herkennen welke structuur is gebruikt voor de bouw ervan?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je voldoende tijd, ook voor het maken van de eindopdracht?
  • Eindopdracht
    Is het gelukt een goede structuur voor de website te maken?
    Vond je het leuk of moeilijk om te doen?
    Hebben je klasgenoot en jij elkaar nuttige tips kunnen geven?

Spreken: Presenteren

Spreken - Presenteren

Intro

Kijk in deze video naar wat professionals zeggen over presenteren.
 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven wat belangrijk is bij de voorbereiding van een goede presentatie;
  • zelf een presentatie houden.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Ik leer wat belangrijk is bij het houden van een presentatie en bestudeer het Kennisbankitem.
Stap 2 Ik oriënteer mij over een onderwerp en een goede opbouw van mijn presentatie.
Stap 3 Ik ga de inleiding en de afsluiting van de presentatie samenstellen en bedenkt welke hulpmiddelen ik nodig heb.
Stap 4 Plaats de inhoud op een goede manier in de presentatie.
Stap 5 Oefen het geven van de presentatie. Gebruik eventueel een spiekbriefje. Houd de presentatie vast voor een klasgenoot, die ik nog feedback kan geven.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Ik check of mijn presentatie aan alle eisen voldoet. Ik houd, in overleg met mijn docent, mijn presentatie in groepjes of voor de klas.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer drie à vier lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Leren presenteren

In deze opdracht ga je oefenen met presenteren. Presenteren kun je namelijk leren.
De opdracht gaat over de voorbereiding en de uitvoering van de presentatie.

Het is belangrijk om twee vragen in je achterhoofd te houden als je gaat presenteren:

  • Wat ga je presenteren?
  • Hoe ga je presenteren?

Bij een presentatie is het belangrijk hoe je iets vertelt, maar wat je vertelt (de inhoud dus) is minstens net zo belangrijk.

Bestudeer de informatie uit de Kennisbank.
Hier vind je tips hoe je een goede presentatie of spreekbeurt kan geven.

In de eindopdracht ga je een presentatie geven over je hobby of over iets wat je interesseert.
In de volgende stappen leer je om je presentatie goed voor te bereiden.

Stap 2: Oriëntatie

Om je goed voor te bereiden op je presentatie, ga je je eerst oriënteren.

  • Bedenk het onderwerp van je presentatie.
    Het moet gaan over een hobby of een van je interesses.
    Je kunt ook kiezen voor een onderwerp wat te maken heeft met dit thema: Arm of rijk.
  • Zet op een rijtje wat je wilt gaan vertellen. Je presentatie mag vier tot zes minuten duren.
  • Bedenk een goede opbouw voor je presentatie. Kijk in de Gereedschapskist, hoe je dit aanpakt.
  • Bedenk waar je informatie moet zoeken over het onderwerp.
  • Bedenk in welke onderdelen van de presentatie je iets kan toevoegen, zoals het laten zien van een plaatje, video of voorwerp.

Presentatie maken

Jezelf op een goede manier presenteren is een belangrijke vaardigheid in deze maatschappij. Je laat zien waar je mee bezig bent geweest, waar je je in hebt verdiept en welke kennis je hebt opgedaan. Powerpoint of Prezi zijn programma's die jou kunnen helpen om informatie te presenteren.

 

Stap 3: Inleiding en afsluiting

Hoe ga je je presentatie indelen?

  • Denk goed na over je inleiding. Hoe kan je de aandacht van de toeschouwers krijgen?
  • Bedenk of je een hulpmiddel nodig hebt bij de presentatie, bijvoorbeeld een beamer, hand-outs (een korte samenvatting van je presentatie die je mee kunt geven aan je publiek) of een muziekspeler.
  • Denk goed na over hoe je je presentatie wilt afsluiten.
  • Oefen je inleiding en je afsluiting. Lees de tekst hardop.
    Loopt het lekker of moet je nog wat veranderen?


​​Misschien kun je de inleiding gebruiken om iets van jezelf te laten zien.
Iets wat het publiek nog niet weet.

De onderstaande video benadrukt het belang hiervan.
Wat vind je van de presentatie van Maxime?

Stap 4: De inhoud

Je hebt de inleiding en de afsluiting nu voorbereid. Tijd om het inhoudelijk deel van je presentatie samen te stellen.

  • Verzamel informatie over wat je wilt gaan vertellen.
  • Maak een goede selectie uit deze informatie. Bedenk welke kennis de toeschouwers al hebben. 
  • Je kunt niet alles over het onderwerp vertellen in vijf minuten.
    Bedenk daarom wat interessant of leuk is om te vertellen.

Stap 5: Oefenen en voorbereiden

Dit is de laatste fase van de voorbereiding.
Bekijk de video. Je krijgt hier nog enkele presentatietips.

 

  • Maak een goed spiekbriefje in steekwoorden.
  • Ga je presentatie oefenen, oefenen en nog eens oefenen.
  • Presenteer je hele presentatie aan een klasgenoot.
    Hij of zij kan jou feedback geven met behulp van dit formulier: Feedback geven.
  • Vergeet bij het oefenen niet alles te doen zoals je het echt zou doen.
    Laat de spullen zien, klik de powerpoint door en/of zet de video aan.
  • Neem je tijd op! Red je het om in ongeveer vijf minuten je presentatie te houden?

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht

Controleer of je presentatie voldoet aan de volgende eisen:

  • Een pakkende, originele inleiding.
  • De presentatie duurt ongeveer vijf minuten.
  • De presentatie heeft een duidelijk te volgen opbouw, is afwisselend en boeiend.
  • De presentatie is inhoudelijk volledig en vooral ook interessant.
  • Je presentatie is geen vraag-antwoord verhaal, maar een boeiend, vloeiend, opwekkend, enthousiasmerend, spetterend geheel.
  • De presentatie heeft een krachtig einde.

Klaar?

Als je presentatie voldoet aan alle eisen, ben je klaar om de presentatie te gaan houden.
Je docent bepaalt hoe de presentaties gegeven worden (bijvoorbeeld in groepjes of voor de hele klas).

Beoordeling

Nadat je je presentatie gegeven hebt, zal de docent de voorbereiding en presentatie beoordelen.
Hij of zij let daarbij op bovengenoemde eisen. Verder wordt nog gelet op:

  • de manier waarop je deze presentatie hebt voorbereid en gehouden;
  • het onderwerp wat je hebt uitgekozen: geeft het een indruk van je interesse of hobby?
  • de indruk en uitstraling van jouw persoon tijdens je presentatie:
    • Was je rustig? Sprak je duidelijk? Had je oogcontact met de klas?
    • Heb je gelegenheid tot vragenstellen gegeven?
    • Heb je die vragen ook goed kunnen beantwoorden?

Presentatie maken

Jezelf op een goede manier presenteren is een belangrijke vaardigheid in deze maatschappij. Je laat zien waar je mee bezig bent geweest, waar je je in hebt verdiept en welke kennis je hebt opgedaan. Powerpoint of Prezi zijn programma's die jou kunnen helpen om informatie te presenteren.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Kon je de tips die bekende presentatoren gaven, gebruiken voor je eigen presentatie?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je opnoemen waar je aan moet denken bij de voorbereiding van een goede presentatie?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je 3 à 4 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig om een presentatie te maken en te houden?
  • Inhoud
    Heb je al eens eerder een spreekbeurt of presentatie gehouden?
    Heb je die op dezelfde manier voorbereid? Heb je in deze opdracht nieuwe tips gekregen?
  • Eindopdracht
    Is je spreekbeurt goed verlopen? Had je je spiekbriefje nog nodig?
    Kreeg je een goede beoordeling?

Grammatica: Bijstelling

Grammatica - Bijstelling

Intro

Een van de zinsdelen in Grammatica is de 'bijstelling'.

In deze video wordt verteld wat een bijstelling is en hoe je die kunt vinden in een zin.

Kun je zelf ook een zin bedenken met een bijstelling erin?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • omschrijven wat een bijstelling is;
  • omschrijven wat het verschil is tussen een bijstelling en een bijvoeglijke bijzin;
  • een bijstelling in een zin herkennen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer de theorie over bijstellingen en bekijk de voorbeelden. Bestudeer het Kennisbankitem. Maak de oefeningen.
Stap 2 Maak zelf zinnen met een bijstelling over al mijn klasgenoten. Vergelijk mijn zinnen met die van een klasgenoot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik het Kennisbankitem dat hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Maak in groepjes een kwartet met bijstellingen en speel het in de klas.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer twee lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Bijstelling

Bestudeer het Kennisbankitem.

Bestudeer ook deze theorie:

Bijstelling

  • Een bijstelling is een zinsdeel zonder gezegde, dat direct achter het woord of de woordgroep staat waar het naar verwijst.
  • Een bijstelling verwijst altijd naar iets of iemand in de zin. Datgene waar naar verwezen wordt, noem je een antecedent.
  • Een bijstelling staat heel vaak tussen komma's.

In de volgende voorbeelden is de bijstelling steeds vet weergegeven.

  • De oud-burgemeester van Den Haag, Wim Deetman, was vroeger minister.
  • De oude dame droeg haar mooiste juwelen, een gouden ketting met oorbellen, alleen op feestdagen.
  • Saddam Hoessein, een gewetenloze potentaat, vergaste in de jaren tachtig zo'n tienduizend Koerden.
  • Mijn vriend Herman kwam te laat. (Hier staat de bijstelling niet tussen komma's.)

Verschil tussen bijstelling en bijvoeglijke bijzin

Een bijstelling onderscheidt zich van een bijvoeglijke bijzin door het ontbreken van een zelfstandig gebruikte werkwoordsvorm.
Een bijvoeglijke bijzin bevat altijd een werkwoordelijk gezegde:

In de volgende voorbeelden is de bijvoeglijke bijzin vet weergegeven. Voor de duidelijkheid is het werkwoordelijk gezegde onderstreept.

  • De oud-burgemeester van Den Haag, die Wim Deetman heet, was vroeger minister.
  • Saddam Hoessein die een gewetenloze potentaat is, vergaste in de jaren tachtig zo'n tienduizend Koerden.
  • De door zijn vrouw bedrogen echtgenoot werd gespeeld en gezongen door Anthony Berendse.

Maak de volgende invuloefening.

Stap 2: Zelf aan de slag!

Een bijstelling kun je gebruiken om extra informatie over een persoon te geven.

Voorbeeld:

  • De barbecue werd georganiseerd door Jan, onze buurman.
  • Het wedstrijd werd gefloten door Max, de huidige scheidsrechter.
  • De tekenles werd gegeven door meester Herman, onze favoriete leraar.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht

Deze opdracht ga je afsluiten met het maken van een kwartet.
Het kwartet moet gaan over bekende mensen (voetballers, muzikanten, tv-presentatoren).

Vorm groepjes van vier leerlingen.
Bestudeer de Gereedschapskist over het maken van een kwartet.

Kijk hieronder voor meer tips. Het is belangrijk dat je aan het eind van deze stap goed weet wat een kwartetspel is en hoe je het kan maken.
Lees de tips door voor je gaat beginnen met het maken van het kwartetspel.
Hiervoor mogen jullie ongeveer tien minuten gebruiken.

Tips voor titel

  • Gebruik namen: Maak een kwartet van de naam van een vriend, een familielid of een collega met vier verschillende foto's van die persoon.
  • Gebruik steden of landen: Maak een kwartet van een stad of land waar de foto's gemaakt zijn (bijvoorbeeld Amsterdam of Italië).
  • Gebruik plaatsen: Maak een kwartet van een plek waar verschillende foto's gemaakt zijn (bijvoorbeeld in de auto, op de camping, aan tafel).
  • Gebruik activiteiten: Maak een kwartet van een activiteit die op de foto staat (bijvoorbeeld fietsen, luieren, lekker lezen).
  • Gebruik gelegenheden: Maak een kwartet van een gelegenheid die op de foto staat (bijvoorbeeld verjaardag, avondje uit, koningsdag).

Tips voor kaartnamen

  • Beschrijf persoon: Geef een leuke naam van iemand op de foto (bijvoorbeeld de wijnkenner, de gangmaker of het topmodel).
  • Beschrijf elementen: Geef de kaart van de elementen die je ziet op de foto (bijvoorbeeld in de stoel, onder de brug of met een kop thee).
  • Beschrijf activiteit: Vertel wat iemand op de foto doet (bijvoorbeeld vissen, spelletje spelen of ontspannen).
  • Beschrijf het moment: Vertel wat je van de foto vindt (bijvoorbeeld mooi uitzicht, ultiem genieten of toffe avond).
  • Beschrijf de staat van een persoon: Geef aan hoe iemand er op de foto uitziet (bijvoorbeeld gekke bek, in haar netste kleren of nog niet helemaal wakker).
  • Beschrijf de sfeer: Beschrijf de sfeer die je op de foto ziet (bijvoorbeeld gezelligheid, romantisch of feest!).

Tips voor foto's

  • Grote foto's: Zorg dat je zo groot mogelijke foto's gebruikt voor een optimale afdruk kwaliteit!
    Als je een foto naar een kwartet gesleept hebt, geeft het kleurtje boven de foto aan hoe goed de kwaliteit van jou foto is.
  • Lichte foto's: Zorg dat de foto's die je toevoegt niet te donker zijn! Bij het afdrukken kunnen donkere delen soms wegvallen en dat is zonde.
  • Een deel van de foto gebruiken: Als je maar een deel van een foto wilt gebruiken, kun je dat doen door met het vergrootglas in te zoomen op de geselecteerde foto.
    Tip: Je kunt hiermee een foto waar vier vrienden op staan voor vier verschillende kaarten gebruiken!
  • Oude foto's gebruiken: Het is leuk om foto's van vroeger te gebruiken. Scan oude foto's in en maak er een mooi spel mee!

Stap 1

Bepaal samen over welke categorie bekende mensen jullie kwartet gaat. Als jullie dit hebben besloten, mag iedereen een persoon uit die groep kiezen.
Voorbeeld: Jullie hebben ervoor gekozen om een kwartet te maken over muzikanten.
Jij besluit om een set te maken over Robbie Williams.
Hiervoor mogen jullie ongeveer vijf minuten gebruiken.

Stap 2

Maak vier zinnen over de persoon die jij hebt gekozen. In iedere zin moet een andere bijstelling staan.
Voorbeeld:

  • Robbie Williams, ex-lid van Take That, heeft een prachtig optreden gegeven.
  • Robbie Williams, geboren in 1974, heeft een prachtig optreden gegeven.
  • Robbie Williams, beste artiest van Engeland, heeft een prachtig optreden gegeven.
  • Robbie Williams, fervent sportfanaat, heeft een prachtig optreden gegeven.

Voor deze stap mag je vijf minuten gebruiken.

Stap 3

Controleer de zinnen die de andere groepsleden hebben geschreven. Zijn ze correct? Verbeter ze, waar nodig.
Je hebt vijf minuten voor deze stap.

Stap 4

Maak de kaarten met het blanco kwartet dat je in de Kennisbank kunt vinden.
Hier mogen jullie vijftien minuten voor gebruiken.

Stap 5

Speel het kwartet! De regels vind je hier.
Voor het spelen van het spel heb je tien minuten.

Beoordeling

Jullie docent zal beoordelen of het samenstellen en spelen van het kwartet goed is gegaan.
Hij of zij let daarbij op de volgende punten:

  • Corresponderen afbeeldingen en tekst bij de titels?
  • Hebben jullie gebruikgemaakt van de bovengegeven tips?
  • Hebben jullie duidelijke omschrijvingen gemaakt en bijstellingen gebruikt?
  • Zien de kwartetkaarten er verzorgd uit en zijn jullie creatief geweest bij het bedenken?
  • Bevatten de bijschriften op de kwartetkaarten geen taalfouten?
  • Verliep de samenwerking bij de uitwerking van jullie kwartetspel goed?
  • Hebben jullie je aan de regels gehouden bij het spelen van het kwartetspel?
  • Hebben jullie je aan de gestelde tijd gehouden?

Kwartet maken

Een kwartetspel is een creatieve manier om informatie te presenteren.

 

Terugkijken

Intro

  • Heb je de introductievideo bekeken?
    Vond je de uitleg over bijstellingen duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je omschrijven wat het verschil is tussen een bijstelling en een bijvoeglijke bepaling?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn. Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Wist je al veel over bijstellingen? Kun je uitleggen, wat de functie is van bijstellingen?
  • Eindopdracht
    Vond je het leuk om samen een kwartetspel te maken en te spelen?
    Was het lastig om er bijstellingen in te verwerken?

Afsluiting

Kennisbanken

Hier vind je de Kennisbankitems die horen bij dit thema.

Lezen

Spelling

Spreken

Grammatica

Eindopdracht

Groepsgesprek

Je gaat dit thema Arm en rijk afsluiten met een groepsgesprek over armoede en rijkdom.
Bekijk eerst deze video.

Het is moeilijk een definitie te verzinnen voor de begrippen 'armoede' en 'rijkdom'.
In deze opdracht ga je een groepsgesprek houden samen met drie klasgenoten.
Jullie gaan praten over de begrippen 'armoede en rijkdom'. Aan het eind van het gesprek ga je antwoord geven op enkele vragen.

Hoe gaan jullie te werk?

  • Begin met het lezen van de tips voor (het begeleiden) van een groepsgesprek.

Tips voor het begeleiden van een groepsgesprek

  1. Geef een inleiding waarbij je aangeeft over welk onderwerp jullie gaan praten en op welke vragen een antwoord verwacht wordt.
  2. Stel regels: eindtijd, telefoons uit, elkaar laten uitpraten, enzovoort.
  3. Houd het gesprek in de hand, bepaal wie wanneer het woord krijgt, hoe lang iemand aan het woord mag/kan zijn, over welke vraag er gesproken wordt, enzovoort.
  4. Je mag zelf best wat zeggen, maar bedenk dat jij de gespreksleider bent en het belangrijk is het gesprek in goede banen te leiden. Je rol is het gesprek te leiden en niet te sturen.
  5. Probeer samen te vatten wat er gezegd wordt, stel vragen.
  6. Let op de taal die gebruikt wordt: vraag de anderen zo duidelijk mogelijk te praten en geen onzin te verkondigen. Houd het netjes.
  7. Rem veelpraters af en nodig zwijgers uit om hun mening te geven.
  8. Houd het gesprek bij het onderwerp, dwaal niet af.
  9. Het is soms goed om een 'rondje' te doen. Iedereen mag om de beurt praten en zeggen wat hij/ zij vindt. Bij een 'rondje doen' is er ook gelegenheid je eigen mening te verkondigen.

 

  • Bespreek in jullie groepje wie de groepsleider is.
  • Start het groepsgesprek. Probeer antwoord te krijgen op de volgende vier vragen:
    1. Wat houdt leven in armoede in?
    2. Wanneer kun je zeggen dat je rijk bent?
    3. Waarom is er armoede in Nederland?
    4. Hoe kan de armoede in Nederland worden aangepakt?
    Let op: er is geen goed of fout antwoord op deze vragen!

Klaar?

Na afloop van het groepsgesprek schrijft elk groepje de antwoorden die uit het gesprek zijn gekomen op een A4'tje. Lever het in bij je docent.

Beoordeling

Laat je antwoorden beoordelen door je docent.
Je docent zal bij de beoordeling letten op de volgende punten:

  • Is jullie groepsgesprek goed verlopen?
  • Heeft de groepsleider het gesprek goed geleid?
  • Zijn uit het gesprek vier antwoorden gekomen op de vragen over rijkdom en armoede?
  • Hebben jullie de antwoorden goed geformuleerd en bevatten ze geen taalfouten?

Examentraining

Examenvragen
Als toets krijg je een opdracht met examenvragen.
Om de opdracht te kunnen maken heb je een Entree-account nodig.

Ik weet waar mijn geld uitspookt. En jij?

 

Meer oefenen?
Als je school deelneemt aan VO-content kun je verder oefenen met ExamenKracht.
Oefen daar ook met hele examens.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de inleiding.
    Heb je met je klasgenoot de vragen beantwoord over rijkdom en armoede?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Vind je dat alle leerdoelen uit dit thema voldoende behandeld zijn?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je 16 à 17 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Heb je die tijd wel nodig gehad voor het maken van alle opdrachten?
  • Inhoud
    Van welke opdracht heb je het meest geleerd?
    Kun je nu beter een sitestructuur herkennen?
    Lukt het je om zelf een structuur voor een website op te zetten?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Hebben jullie een goed groepsgesprek gehad over rijkdom en armoede?
    Waren jullie het samen eens over de antwoorden die je op de vragen moest geven?
     
  • Het arrangement Thema 10 Arm en Rijk - vmbo-kgt34 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    28-11-2025 14:36:08
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Het thema 'Arm en Rijk KGT' is ontwikkeld door auteurs en medewerkers van StudioVO.

    Fair Use
    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-kgt34. Dit thema bestaat uit vijf opdrachten, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. Je leert onder andere het herkennen van de functies van beeld en opmaak in een tekst. Daarnaast leer je het juiste gebruik van tussenletters en koppeltekens in samenstellingen. Je kunt ook enkele structuren voor het maken van een website herkennen en zelf een sitestructuur opzetten. Verder leer je de onderdelen van een goede presentatie te omschrijven en zelf een presentatie voor te bereiden en te houden. Tot slot leer je een bijstelling in een zin te herkennen en zelf een zin met een bijstelling te maken. De eindopdracht van dit thema is een groepsgesprek over de begrippen 'armoede' en 'rijkdom'. Samen met drie klasgenoten voer je het groepsgesprek, waarbij je antwoord probeert te krijgen op vier vragen: wat houdt leven in armoede in, wanneer kun je zeggen dat je rijk bent, waarom is er armoede in Nederland en hoe kan de armoede in Nederland worden aangepakt? Na het gesprek schrijft elk groepje de antwoorden op een A4'tje en levert dit in bij de docent. Succes!
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 3; VMBO theoretische leerweg, 4; VMBO theoretische leerweg, 3; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4; VMBO gemengde leerweg, 4; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 3;
    Leerinhoud en doelen
    Nederlands; Schrijfvaardigheid; Mondelinge taalvaardigheid; Spreken; Gesprekken voeren (Nederlands); Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    16 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arm en rijk, arrangeerbaar, bijstelling, groepsgesprek, nederlands, presenteren, sitestructuur, stercollectie, tussenletters en koppeltekens, vmbo-kgt34

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Grammatica - Bijstelling vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74578/Opdracht__Grammatica___Bijstelling__vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Lezen - Beeld en opmaak vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74574/Opdracht__Lezen___Beeld_en_opmaak_vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Spelling - Tussenletters en koppelteken vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74575/Opdracht__Spelling___Tussenletters_en_koppelteken__vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Spreken - Presenteren vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74577/Opdracht__Spreken___Presenteren__vmbo_kgt34

    VO-content Nederlands. (2020).

    Opdracht: Vaardigheden - Website vmbo-kgt34

    https://maken.wikiwijs.nl/74576/Opdracht__Vaardigheden___Website__vmbo_kgt34

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.