Leeskilometers maken: teksten voor H5

Leeskilometers maken: teksten voor H5

Teksten lezen in H5

Elke week lees je minimaal 1 tekst voor het vak Nederlands. Dat doe je thuis, of in studie-uren. Je print de tekst en je maakt de volgende opdrachten:

1. Tijdens het lezen van de tekst omcirkel je de voor jou moeilijke woorden. Deze noteer je vervolgens in je moeilijke-woordenlijst. Schrijf de betekenis van deze woorden daarbij.

2. Signaalwoorden markeer je. Noteer ook bij welk tekstverband het signaalwoord hoort.

3. Noteer om wat voor soort tekst het gaat: een uiteenzetting, een beschouwing of een betoog. Leg uit waarom je voor deze tekstsoort kiest.

 

De laatste les van de week is de tekst af. Je zorgt dat je een snelhechter hebt waar je wekelijks een tekst in kan stoppen. Je docente bewaart deze mapjes, bekijkt deze regelmatig en bespreekt je voortgang.

 

Stappenplan leesvaardigheid

Hoe formuleer ik mijn antwoorden?

Week 35

Het publiek pest Barbie om zich beter te voelen over zichzelf.

Vragen bij tekst Barbie

Wat voor soort tekst is dit? Licht je antwoord toe

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

In het artikel wordt gebruik gemaakt van figuurlijk taalgebruik. Citeer de zin/zinnen waarom het gaat.

Week 36

Hoe Google-data in een moordzaak leidden naar de echtgenote.

Week 37

WETENSCHAP: MOETEN DIE KINDEREN NIET NAAR BED?

Waarom blijven kinderen in warme landen tot zo laat wakker en hebben ze geen chronisch slaaptekort?

Laat op de avond zijn kleine kinderen in Zuid-Europese landen als Spanje nog ­buiten, terwijl die in Nederland al uren op bed liggen. Zijn die Spaanse kinderen dan niet ­doodmoe op school de volgende dag? 

Iedere toerist in Zuid-Europese landen als Spanje heeft ze gezien: kleine kinderen die tot diep in de avond nog op zijn. Dat is niet alleen in de vakantie zo. Hoe houden ze dat vol, als ze de volgende ochtend om 9 uur weer naar school moeten?

‘Zelfs het kleinste beetje slaaptekort kan de fysieke en mentale ontwikkeling van kinderen beïnvloeden’, zegt Ton Coenen, emeritus hoogleraar neurofysiologie aan de Radboud Universiteit. Zo heeft een korte nachtrust bij kinderen invloed op het concentratievermogen, de hormoonhuishouding en de mentale gesteldheid. Op lange termijn kan slaaptekort zelfs leiden tot diabetes, depressie en overgewicht, blijkt uit een overzichtsstudie die dit jaar verscheen in het vakblad The Open Respiratory Medicine Journal. Gaat het dan wel goed met die Spaanse kinderen?

Spanjaarden gaan laat naar bed, maar haalden vroeger hun verloren uurtjes nog in met een siësta. Dat gebruik is in het moderne Spanje allang niet meer heilig. Uit een enquête onder ruim duizend deelnemers, bleek in 2016 dat minder dan 18 procent nog een siësta houdt. Van het romantische beeld van gezinnen die halverwege de middag met z’n allen een paar uur gaan slapen, is in de dichtbevolkte gebieden van het land dus allang geen sprake meer. De siësta op school is alleen nog voor kinderen onder de 5 jaar. En door het steeds drukkere verkeer is het niet meer te doen om in de lange pauze naar huis te rijden om even bij te slapen.

Maar door die lange pauzes zijn ouders meestal wel laat thuis van het werk. En dat heeft weer invloed op het ritme van de kinderen. ‘Als de werkdag tot acht uur duurt, staat het eten niet voor negenen op tafel’, zegt Isabel Vilaseca, woordvoerder van het Spaanse Slaapinstituut en verbonden aan de universiteit van Barcelona.

In 2014 bracht de National Sleep Foundation, een Amerikaanse non-profitorganisatie, een onderzoek met nieuwe aanbevelingen over slaapduur uit. Een team experts analyseerde ruim driehonderd gepubliceerde wetenschappelijke artikelen met slaapadvies voor kinderen. Op basis hiervan kwamen zij tot de conclusie dat kinderen, afhankelijk van de leeftijd, acht tot vijftien uur moeten slapen om optimaal te kunnen functioneren. Ook het Nederlandse Trimbos-Instituut hanteert deze richtlijn.

Worden deze richtlijnen in Spanje gehaald? In 2011 sliep maar 55 procent van de Spaanse kinderen in de leeftijdscategorie 2 tot 14 jaar genoeg, bleek uit Spaans onderzoek. De onderzoekers analyseerden de slaapgegevens van ongeveer 25 duizend Spaanse kinderen uit de periode 1987 tot 2011. Zij concludeerden dat Spaanse kinderen van 2 tot 14 jaar sinds 1987 ongeveer een halfuur aan slaap hadden ingeleverd. Zo sliepen 2- tot 5-jarigen in 1987 bijna elf uur; in 2011 was dat gedaald naar minder dan tien en een half uur. Uit onderzoek van het Trimbos-Instituut blijkt dat Nederlandse 3- tot 5-jarigen gemiddeld elf en een half uur slapen, bijna één uur meer dus.

Zijn de Spaanse kinderen een uitzondering op de slaapregel, of is die dalende trend er ook in andere landen? In 2011 verscheen een onderzoek waarbij de slaapduur van vijfhonderd Amerikaanse kinderen tussen 6 en 10 jaar werd geanalyseerd. Daaruit bleek dat zij gemiddeld anderhalf uur slaap tekort kwamen. Bij deze kinderen hing dat samen met hun mediagebruik: kinderen die drie apparaten op de slaapkamer hadden, kregen 45 minuten minder slaap dan kinderen zonder. Als zij daarnaast ook nog eens cafeïnehoudende dranken dronken, kwamen daar nog eens vijftien minuten bij. ‘Ik betwijfel dan ook of, als er al sprake van slaaptekort is, dit bij Spaanse kinderen cultuurgerelateerd is, of dat het deel uitmaakt van een grotere, wereldwijde trend,’ aldus Coenen.

De onregelmatige werkuren en lange werkdagen vormen in Spanje desondanks wel een maatschappelijk probleem. Er zijn weinig tot geen maatregelen die het mogelijk maken dat ouders hun carrière op een leefbare wijze kunnen combineren met hun gezinsleven. Veel Spanjaarden kiezen dan ook eerst voor hun carrière en beginnen pas later of zelfs helemaal niet aan kinderen. Zo blijkt dat de eerste helft van 2018 de laagste Spaanse geboortecijfers sinds 1941 kende. Laat moederschap werd als en van de oorzaken genoemd.

‘Langzaamaan komt er meer aandacht voor de gevolgen van de onregelmatige werkuren, maar we zijn er nog lang niet’, stelt socioloog Diego Ramiro-Farinas, hoofd van het IEGD-CSIC, een onderzoeksinstituut voor Economie, Geografie en Demografie. De overheid erkent de problematiek en kwam daarom in 2005 en 2012 met een plan om de werkuren naar negen tot vijf te veranderen, maar had vooralsnog geen succes. ‘In winkels, de academische wereld, op scholen en bij de (lokale) overheid is de siëstacultuur nog sterk aanwezig’, zegt Vilaseca. ‘Een eeuwenoude structuur verander je niet zomaar.’

 

Bron: Volkskrant, 6 september 2019

Week 39

OPINIE GEDOOGBELEID

Bij het gedoogbeleid zagen we jongens als Ridouan T. even over het hoofd

Ooit stond de joint voor ruimdenkendheid en ‘open-mindedness’. De drugsmaffia wist daar wel raad mee.

Sander van Walsum20 september 2019, 21:17

 

Een zakje wiet. Over de producent van dergelijke drugs ging het tot voor kort nauwelijks. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Tot de talrijke slachtoffers van ­Ridouan T. en zijn mocro­maffia behoort ook Koos Koets: de ­oudere jongere, vertolkt door Kees van Kooten, voor wie de consumptie en productie van ‘geestverruimertjes’ volstrekt onschuldige bezigheden waren. Koos snoof weliswaar geen coke, het geestverruimertje waarmee T. een vermogen heeft vergaard, maar hij was wel onderdeel van een markt die inmiddels is overgenomen door mensen als Ridouan T.

Koos Koets – hoewel nog altijd amu­­sant – was een creatie uit de jaren tachtig, toen het gebruik van cannabis in zwang raakte en het Nederlandse ­gedoogbeleid bijdroeg aan de opvatting dat we gidsland waren. Dat beleid – de verkoop van softdrugs wordt getolereerd, de productie blijft strafbaar – was weliswaar nogal dubbelzinnig, maar dat gaf niets: uiteindelijk zouden andere landen het lichtende voorbeeld van Nederland volgen en zouden ook de teelt en de handel in softdrugs kunnen worden gereguleerd.

Ook Koos Koets droeg met zijn lijzige stem die overtuiging uit: coffeeshops zouden eraan bijdragen dat de handel ‘uit de ­criminele sfeer werd gehaald’. Zijn voornaamste bezwaar tegen de ‘koffiesjoppies’ die hij overal zag verschijnen, was dat iedereen nu zomaar ‘twee zakjes Afghanistan en een plakje Marokkaan’ kon scoren en daardoor de romantiek moest ontberen van een illegale transactie. In feite heeft het Nederlandse gedoogbeleid zich echter ontwikkeld tot verdienmodel van criminelen. Iedereen die dat verdienmodel ontregelt, stelt zich bloot aan het reële risico van een liquidatie.

Wegbereider naar betere tijden

Ikzelf, net 62 geworden, herinner me nog goed dat de joint als wegbereider naar betere tijden werd aangemerkt. Als vast onderdeel van het consumptiepatroon van tevreden rokers. En als toetssteen van tolerantie en ‘open-mindedness’. Iets van die positieve houding tegenover softdrugs klonk deze week nog door in de ontboezeming van Jesse Klaver tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, dat hij als iemand zonder drugsverleden ‘een totale loser’ is binnen de fractie van GroenLinks.

Ook ik was geen liefhebber van wat schalks ‘een stout sigaretje’ werd genoemd. Maar mijn ouders brachten het gedoogbeleid al in de praktijk voordat de Nederlandse overheid dat deed. Dit bracht met zich mee dat mijn kamertje, waar ik kort tevoren nog met dinky toys had gespeeld, geregeld werd bevolkt door tevreden rokers – die de psychedelische diepgang van het samenzijn vergrootten door naar lp’s van Yes te luisteren.

Een van die rokers bleek tevens dealer te zijn. Nadat hij in verband daarmee bezoek van de politie had gehad, vroeg hij me zijn voorraadje zwarte Afghaan of rode Libanon tijdelijk in veiligheid te brengen. Van deze vriendendienst kreeg ik pas spijt toen ik uit ‘de beursberichten over de richtprijs van hasj en wiet’ van Koos Zwart, dj van popzender Hilversum 3, opmaakte dat achter de Guust Flater-albums in mijn boekenkastje voor enkele honderden guldens aan verboden handelswaar lag opgeslagen.

Kort daarop werd de dealer definitief van school gestuurd. Tot grote ontsteltenis van mijn vader, die hierin een vergrijp zag tegen de christelijke identiteit van de school. Wij, zijn vrienden, zagen hem als een soort martelaar, die werd gestraft voor de verspreiding van een genotsmiddel waarbij de hele wereld wel zou varen.

Onzichtbare producent

Inderdaad raakte het gebruik van cannabis de daaropvolgende jaren snel genormaliseerd. Over dat proces schreef ik in 1986 een artikel in NRC Handelsblad. Daarin figureerden coffeeshophouders die, net als Koos Koets, in nostalgische bewoordingen spraken over de tijd waarin zij hun waren nog onder de toonbank moesten verhandelen. Hun branche zou verder verzakelijken, verwachtten zij. ‘Bij Albert Heijn liggen binnen tien jaar hennepproducten op de planken’, zei een van hen. In Aalsmeer zou de teelt spoedig ter hand worden genomen. En een sigarenfabrikant – ‘Ik meen Willem II of Hofnar’ – zou al kenbaar hebben gemaakt de distributie te willen verzorgen.

In die ontwikkeling is grondig de klad gekomen. Juist omdat het gedoogbeleid zich niet uitstrekt tot de productie van en de handel in softdrugs. Als het beleid ter discussie stond, ging het over de afnemer. En over de harde scheidslijn tussen hard- en softdrugs die uitbaters van coffeeshops in acht dienden te nemen. Het gedoogbeleid werd gereduceerd tot een volksgezondheidsthema. Maar over de producent ging het tot voor kort niet. En al helemaal niet over de criminaliteit die met de productie zou kunnen samenhangen. In de gangbare perceptie waren de producenten goedmoedige Koos Koets-achtige figuren die je deze bron van inkomsten niet moest misgunnen.

Het gedoogbeleid institutionaliseerde de onzichtbaarheid van de producent: we zagen wat aan de voordeur van coffeeshops werd verkocht, maar niet waar de koopwaar vandaan kwam. En mogelijk hebben we dit lange tijd ook niet wíllen zien, omdat het gedoogbeleid onderdeel was van een positief nationaal zelfbeeld. Daarvan hebben Ridouan T. en de zijnen Nederland beroofd.

Week 40

Tekst 1

Advies aan kabinet: minder veeteelt, maximumsnelheid omlaag

25 september 2019 17:30Aangepast: 26 september 2019 10:55

 

De maximumsnelheid op snelwegen en rijkswegen moet omlaag, en veeteeltbedrijven die relatief veel stikstof uitstoten, moeten worden aangepakt. Dat zijn de belangrijkste maatregelen die het kabinet moet nemen om de stikstofcrisis te lijf te gaan, oordeelt een speciale commissie. "We moeten ons realiseren dat in ons land niet alles kan."

"Van de bouw tot het verkeer en van veehouderijen tot de industrie: overal waar stikstofuitstoot plaatsvindt, moet de uitstoot omlaag", concludeert de commissie onder leiding van Johan Remkes.

18.000 projecten liggen stil

Die commissie is in het leven geroepen om advies te geven hoe het kabinet de stikstofcrisis het hoofd kan bieden. Zo'n 18.000 projecten liggen door die crisis stil.

De commissie stelt dat het kabinet op korte termijn maatregelen moet nemen. Die zullen soms pijn doen, maar het kabinet moet haast maken, zegt de commissie. "De urgentie van de ontstane problemen vraagt om het met prioriteit uitvoeren van onze aanbevelingen."

En zelfs dan kunnen niet al die stilgevallen projecten weer op dezelfde manier worden afgemaakt als voorheen. Want 'niet alles kan'.

Dit zijn de belangrijkste maatregelen

Verkeer

De snelheid op provinciale en snelwegen moet omlaag. Er worden geen specifieke wegen bij naam genoemd, wel gaat het om wegen in de buurt van beschermde natuurgebieden (de zogeheten Natura 2000-gebieden).

Hoe veel de snelheid omlaag moet en waar precies, dat moet het kabinet bepalen.

Het advies over het ov, transport en luchtvaart komt later.

Landbouw

De commissie adviseert daarnaast om veeteeltbedrijven in de buurt van natuurgebieden die relatief veel stikstof uitstoten, gebruikmaken van verouderde stallen en nog weinig maatregelen hebben om te verduurzamen, als eerste aan te pakken.

Een 'generieke' maatregel, waarbij over het hele land de veestapel moet inkrimpen, vindt Remkes een slecht idee. Hoe de aanpak er precies uit gaat zien, is aan het kabinet. Een van de opties is om de slechter presterende bedrijven uit te kopen.

Ook moeten boeren meer ruimte krijgen om te experimenteren met maatregelen voor schonere landbouw.

 

Bouw en industrie

Ook in de bouw en in de industrie moeten maatregelen worden genomen, al geeft Remkes toe dat daar niet de grootste winst te halen is. Bouwprojecten moeten zo duurzaam mogelijk ondernomen worden.

Remkes adviseert het kabinet ook nog eens te kijken of het gebruik van biomassa niet toch omlaag moet. Bij biomassa worden houtsnippers verbrand om energie op te wekken.

Het kabinet wil in de toekomst juist meer gebruik gaan maken van biomassa, omdat dat beter zou zijn voor het klimaat dan bijvoorbeeld het gebruik van kolen om energie op te wekken. Maar bij biomassa komt óók stikstof vrij, schrijft Remkes, al is dat niet heel veel.

'Uitweg te zoeken'

Volgens politiek verslaggever Fons Lambie is het nu aan de regeringspartijen om een uitweg te zoeken. "Wij horen dat er al extra coalitie-overleggen worden gepland om te kijken wat ze met deze maatregelen gaan doen", zegt Lambie.

"De commissie Remkes adviseert namelijk maatregelen die bijvoorbeeld bij de VVD en het CDA gevoelig liggen. Dat zijn partijen die altijd campagne hebben gevoerd voor boeren en voor een verhoging van de maximumsnelheid."

Lambie besluit: "Gelukkig gaat het Nederland nu financieel voor de wind, maar aan harde keuzes ontkomen de regeringspartijen niet."

Tekst 2

'Verlaag maximumsnelheid naar 100, maar dan wel overal'

26 september 2019 20:36Aangepast: 26 september 2019 20:48

In 2011 werd de maximumsnelheid verhoogd van 120 naar 130 kilometer per uur. De commissie Remkes wil die terugbrengen naar plaatselijk 100.

Een lagere maximumsnelheid op de snelweg om de stikstofneerslag te beperken, heeft alleen zin als die geldt voor alle Nederlandse snelwegen. Dat zeggen deskundigen in reactie op het rapport van de commissie-Remkes. Die adviseert de snelheid te verlagen naar 100 kilometer per uur.

Door de neerslag van stikstof gaan natuurgebieden achteruit in kwaliteit. De grond verzuurt en daardoor neemt de diversiteit aan plantensoorten af.

Advies: verlaag maximumsnelheid

De problematiek heeft Nederland in een houdgreep. 18.000 projecten liggen stil. Vergunningen worden niet meer zomaar afgegeven, zelfs het aanleggen van een paar midgetgolfbaantjes is niet zo makkelijk als eerder. Om ruimte te creëren voor belangrijke bouwprojecten, adviseert de commissie-Remkes om de maximumsnelheid rond kwetsbare natuurgebieden te verlagen.

Grote paniek in Den Haag om stikstofbesluit

Tientallen topjuristen op verschillende ministeries maken overuren om naar een oplossing te zoeken voor het stikstofbesluit.

Het aandeel van het verkeer voor de totale stikstofneerslag is ongeveer 6,5 procent. Stel dat we overal op de snelweg nog maar 100 mogen rijden, daalt het aandeel in de stikstofneerslag naar iets meer dan 6 procent. Dat lijkt weinig, maar maakt volgens deskundigen wel degelijk verschil. Want door die vermindering kunnen allerlei projecten toch doorgaan.

"Het is de enige maatregel die je morgen kunt invoeren en waarvan je meteen het effect merkt. Dan wordt er ruimte gecreëerd voor bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe woningen", zegt hoogleraar stikstofstudies Jan Willem Erisman.

'Verlaag maximumsnelheid in heel Nederland'

De commissie-Remkes adviseert om de snelheid te verlagen op snelwegen rond kwetsbare natuurgebieden, maar daar zien de deskundigen weinig in. "Stikstof verplaatst zich over grote afstanden, dus dan is het veel zinniger om het landelijk in te voeren", zegt Wim de Vries van de Universiteit Wageningen. Erisman is het daarmee eens. "Ik zou de kans nemen om die ruimte zo groot mogelijk te maken en de maatregel landelijk in te voeren", zegt hij.

Of de maximumsnelheid wordt verlaagd en waar, is nog geen uitgemaakte zaak. Het kabinet zal zich nog moeten buigen over het advies van de commissie Remkes.

Week 43

Gekweekte hersencellen met een spraak- en taalstoornis door genetische afwijking
Artikel kun je ook vinden op nemokennislink.nl

Week 44

 

 

 

Na acht jaar oorlog lijkt Syrië weer terug bij af

de Volkskrant

19 oktober 2019 zaterdag

 


Copyright 2019 De Persgroep Nederland BV All Rights Reserved

Byline: SACHA KESTER

 

 

Het was een cartoon die in Syrië echt niet kon: president Assad stond met volgepakte koffers op straat en vroeg een lift aan de Libische president Moammar Kadhafi, die zich met een jeep uit de voeten maakte.

 

Het was maart 2011, en de sterke mannen van het Midden-Oosten zagen met samengeknepen billen aan hoe mensenmassa's de straat op trokken om hun kop te eisen. Ook in Syrië broeide de onvrede, en de cartoon van Ali Ferzat was het laatste duwtje in de rug dat mensen nodig hadden om naar buiten te gaan en hardop te zeggen wat niemand vroeger durfde. Dat het land een democratie moest worden. Dat Assad weg moest gaan.

 

Ruim acht jaar later zit Assad nog steeds in zijn paleis in Damascus, en sinds deze week heeft hij bijna het hele land weer onder controle. Toen de Amerikaanse troepen zich uit het noorden terugtrokken en Turkije het gebied daarop binnenviel, vroegen de Koerden hem om hulp. Liever weer leven onder het Syrische juk dan verpulverd worden door de Turken. Maar ondertussen zijn er meer dan een half miljoen mensen dood, en elf miljoen anderen op de vlucht. De vraag dringt zich op: is die hele oorlog dan voor niets geweest?

 

'Ja', zegt oud-Syrië-gezant en Midden-Oosten-deskundige Nikolaos van Dam volmondig. 'Het einde van het Syrische regime is heel vaak voorspeld, maar dat was wensdenken. Assad werd sterk onderschat.'

Geduld en wreedheid

De Syrische president wist te overleven dankzij een mengsel van geluk, geduld, strategisch inzicht en ultieme wreedheid. Belangrijk is dat hij altijd de steun heeft behouden van de elite, die geloofde dat Assad hun beste garantie was voor veiligheid en privileges. Maar ook een groot deel van de bevolking bleef achter hem staan. De opstandelingen, zo beweerde het regime, waren gewelddadige islamisten die de manier van leven in Syrië bedreigden. Een nachtmerrie voor minderheden als de alawieten (waartoe Assad zelf ook behoort), de christenen en de seculiere soennieten.

 

Maar ook voor de internationale gemeenschap, en om die factor goed te kunnen uitbuiten, heeft Assad de extremisten zelfs tot bloei laten komen. Tienduizenden vreedzame demonstranten verdwenen in de kerkers van het regime, en degenen die er levend uitkwamen, vertrokken naar het buitenland of radicaliseerden.

 

Ondertussen werden jihadisten door Assad uit de gevangenissen vrijgelaten, in de hoop dat zij de oppositie verder zouden doen radicaliseren. Het Syrische leger vocht vooral tegen gematigde rebellen, en liet de extremistische milities ongemoeid. Die gingen elkaar te lijf, met Islamitische Staat als grote winnaar.

 

Kleuters werden kapotgeschoten, steden omsingeld en uitgehongerd, maar de wereld greep niet in, ook niet toen er chemische wapens werden ingezet. Een jaar na de gifgasaanval in Ghouta voerden de VS luchtaanvallen boven Syrië uit, maar die waren gericht tegen IS. De angst voor islamisten was groter dan de walging voor het Syrische regime.

 

De bondgenoten van Assad gingen wél ver in hun steun. Iran stuurde eerst wapens en adviseurs, maar later ook sjiitische milities zoals Hezbollah. Toen het er in 2015 toch slecht begon uit te zien voor Assad, kwam er hulp van de Russische luchtmacht. Langzaam maar zeker kreeg het regime steden als Homs en Aleppo weer in handen. De enige bolwerken die overeind bleven, waren die van jihadisten, maar dat klusje werd grotendeels door de Koerden en de internationale gemeenschap geklaard.

 

En nu heeft Assad het noordoosten van Syrië ook weer in handen - zonder daarvoor te hebben moeten vechten. 'Het was geen verrassing', zegt Syrië-expert Fabrice Balanche (verbonden aan de Universiteit van Lyon en The Washington Institute). 'De Koerden hadden dit gebied nooit in handen kunnen houden: dat is onacceptabel voor Turkije, en ook de Arabische inwoners, die in het gebied een grote meerderheid vormen, wilden de Koerden niet. Zij verwelkomden de komst van Assads strijders deze week juichend.'

 

En dat wist Assad maar al te goed, aldus Balanche. 'Hij hoefde alleen maar geduld te hebben. Net zoals de president ook Idlib, het enige gebied dat nu nog in handen van rebellen is, op een gegeven moment zal terugkrijgen.'

Staakt-het-vuren

Deze week betekende ook het einde van de Amerikaanse invloed in Syrië, hoewel de VS nog wel die illusie in stand proberen te houden met een deal met Erdogan over een vijfdaags staakt-het-vuren. Het Amerikaanse vertrek is een klap voor hun status in de hele regio. Een bondgenoot die je overlevert aan de vijand, dat valt ook in het Midden-Oosten verkeerd, en in Israëlische media vragen opiniemakers zich zelfs bezorgd af in hoeverre zij nog op Washington kunnen rekenen als Iran zijn klauwen naar de Joodse staat uitslaat.

 

Rusland, Assads grote bondgenoot, heeft tijdens deze oorlog juist punten gewonnen, zowel wat betreft invloed als status. Nadat de Amerikaanse troepen uit het gebied waren vertrokken, namen Russische soldaten hun bases over. En de oude Amerikaanse vriend Saoedi-Arabië, die verwacht had dat Washington hard zou optreden tegen Iran na de recente aanvallen op zijn olie-installaties, rolde deze week de rode loper uit toen Poetin op bezoek kwam.

 

De internationale gemeenschap die Assad zo graag weg wilde hebben, zal hem op termijn weer accepteren, voorspelt Balanche. 'Ze zullen wel moeten, hij is tenslotte degene met wie straks onderhandeld moet worden over zaken als jihadisten en vluchtelingen. Daar zal het Westen uiteindelijk pragmatisch in zijn.'

 

Assad heeft goed gekeken naar de cartoon van Ali Ferzat, en naar wat er later met Kadhafi is gebeurd. In die jeep wilde hij niet meerijden. 'Maar hij staat nu aan het hoofd van een land dat volledig is platgebrand', zegt Nikolaos van Dam. 'De Russen hebben een strategische winst geboekt, maar verder heeft iedereen met deze oorlog alleen maar verloren.'

Week 45

LERARENSTAKING

Lerarenstaking woensdag gaat toch door, voorzitter Algemene Onderwijsbond treedt af

Na de boeren en de bouwers gaan toch ook de leraren de straat op. De bonden AOb en CNV Onderwijs besloten na woedende reacties van leraren en schoolleiders de eerder afgeblazen onderwijsstaking van woensdag alsnog te steunen. De draai kostte AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen de kop.

 

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen, vrijdag bij de presentatie van en akkoord met het kabinet. Beeld ANP

De aangekondigde staking leek vrijdag nog van de baan, toen de bonden en de werkgevers een convenant sloten met minister Arie Slob (Onderwijs). Die stelde 460 miljoen euro ter beschikking om de eerste gaten te dichten. Het is ‘echt fors geld’, zei premier Rutte in zijn wekelijkse gesprek bij de NOS.

Zaterdagochtend kondigde de kleine maar activistische vakbond Leraren In Actie al aan toch te willen staken, omdat hier sprake was van ‘een zoethoudertje’. Actiegroep PO in Actie peilde op Facebook de mening van duizenden leerkrachten, die het convenant met Noord-Koreaanse percentages naar de prullenbak verwezen.

Belangrijkste verwijt van veel leraren en schoolleiders: dit is eenmalig , terwijl er structureel meer geld nodig is. Ze eisen blijvende investeringen, onder meer om de loonkloof tussen leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs te dichten. Tegelijkertijd willen ze aandacht voor het groeiende lerarentekort, dat op veel scholen al gaten slaat.

Het kabinet geeft de problemen onvoldoende prioriteit, zo luidt de klacht. Leraar, lerarenopleider en publicist Ton van Haperen zei dat hij ‘diep geschokt’ was over het akkoord. ‘Met die 460 miljoen euro wordt geen enkele eis ingewilligd die voor leraren belangrijk is. De ene school krijgt er straks een klassenassistent bij, de andere nieuw meubilair. Dat gaat allemaal niet helpen.’

Leraar Jan van de Ven, een van de oprichters van PO in Actie: ‘Ik heb nog geen leraar gehoord die zegt: dit is een goed akkoord.’ Het steekt leraren bovendien dat er niet naar hun mening is gevraagd. ‘Dit is oude vakbondspolitiek’, zei hij. ‘Op Twitter en Facebook delen mensen de link waarmee ze hun lidmaatschap op kunnen zeggen.’

Crisisoverleg

Bij de Algemene Onderwijsbond (AOb) brak dit weekend al snel paniek uit. Tijdens een crisisoverleg op zondag besloot het hoofdbestuur van de grootste onderwijsbond ‘afstand te nemen’ van het convenant. Voorzitter Liesbeth Verheggen zou met het ondertekenen ervan ‘buiten haar mandaat’ zijn getreden, aldus vicevoorzitter Eugenie Stolk na afloop van het overleg. ‘Dit betekent dat we de staking toch zullen doorzetten.’

Volgens Stolk was met Verheggen afgesproken dat het convenant vrijdag nog niet ondertekend zou worden, zodat de AOb de inhoud dit weekend ‘eventueel nog aan leden kon voorleggen’. Verheggen tekende toch, volgens Stolk om te voorkomen dat de AOb later niet uitgenodigd zou worden voor cao-onderhandelingen. ‘Er zaten vier bonden aan tafel, terwijl handtekeningen van twee bonden voldoende zijn onder zo’n convenant.’

Verheggen hield de eer zondag aan zichzelf. In een verklaring schreef ze dat ze ‘de verkeerde keuze’ gemaakt had en daarom opstapt. ‘Deze termijn was te kort voor het afblazen van een staking waarbij zoveel ongenoegen over het jarenlange opgebouwde lerarentekort en de hoge werkdruk tot uiting moest komen.’ Ze was sinds 2015 voorzitter van de AOb en daarvoor al vele jaren lid van het dagelijks bestuur.

Inschattingsfout

Minister Slob liet weten dat de beloofde 460 miljoen euro wat hem betreft gewoon beschikbaar zou komen. ‘Het doel van het akkoord is om zoveel mogelijk krachten te bundelen om het personeelstekort in het onderwijs verder aan te pakken’, liet hij weten aan persbureau ANP.

De minister wist toen nog niet dat ook CNV Onderwijs zondagmiddag een draai zou maken. Volgens waarnemend voorzitter Jan de Vries was het ‘een inschattingsfout om met dit resultaat de staking af te blazen’. De christelijke vakbond blijft wel achter de handtekening onder het convenant staan. ‘We zijn blij met elke euro. Maar dat neemt niet weg dat er ook structureel geld moet komen.’

Week 48

Onze deeltijddecadentie is het ultieme Nederlandse taboe

 

24 november 2019

Elk jaar, zo rond de eerste nachtvorst, zijn ze er weer: berichten over de loonkloof tussen mannen en vrouwen, steevast gevolgd door ophefcolumns. Zo stelde Loes Reijmer in deze krant dat een onverklaarbaar loonverschil van 6 procent zelfs nóg meer ophef verdiende. Ja, dat er geen bewijs is dat dat verschil door discriminatie wordt veroorzaakt wist Reijmer ook wel, maar ‘de kans is groot dat daar onbewust onderscheid wordt gemaakt op basis van geslacht, want statistici zijn dol op het bedenken van verklaringen en hebben er bovendien talent voor’.

Voor wie feiten wél relevant vindt, hier zijn er een paar. Tweederde van de Nederlandse vrouwen begint meteen na haar opleiding, zonder man of kind, met parttime werk. Op dat moment verdienen vrouwen meer dan mannen, omdat ze gemiddeld hoger opgeleid zijn. Ook als de kinderen het huis uit zijn, gaan vrouwen in Nederland niet méér werken. Nederlandse vrouwen werken het minste aantal uren van de gehele EU, met een straatlengte verschil. Na verrekening met de arbeidsparticipatie komen we op de één-na-laatste plaats, met alleen Italië onder ons. De bijdrage van Nederlandse vrouwen aan het bbp is op Italië, Oostenrijk en Ierland na het laagste van de EU. Wanneer vrouwen één uur in de week méér werken zijn alle tekorten in de zorg en onderwijs opgelost. Als Nederlandse vrouwen net zoveel zouden werken als in de rest van West-Europa, zou dat de economie 114 miljard euro per jaar extra opleveren.

Onze deeltijddecadentie is het ultieme Nederlandse taboe; schijnprogressievelingen en kleinburgers vinden elkaar in een traditie die even heilig is als Zwarte Piet. De eerste groep vanwege een rotsvast geloof dat we allemáál minder zouden moeten werken, de tweede omdat zij menen dat een vrouw nu eenmaal thuis hoort te zitten. Van bloemetjesfiets tot bloemetjesprofiel, de Nederlandse vrouw zegt niet te willen werken om de kinderopvang te kunnen betalen. Die koppeling tussen het salaris van een vrouw en de kosten van de opvang zegt alles over het Hollandse conservatisme; er heeft immers nog nooit een man gezegd dat hij werkt om de opvang te kunnen betalen. De gedachte dat je wellicht niet alleen werkt om rond te komen, maar ook om je te ontplooien en waarde toe te voegen, komt al helemaal niet op. Hoe kan het ook anders in een land waar ‘alles lekker voor jezelf regelen’ als ultieme wijsheid geldt.

Parttimen is een diepgekoesterd privilege. Vijfenzeventig jaar welvaart, een historische voorsprong, geografische mazzel en lage kosten zorgden ervoor dat ieder gezin met het salaris van alleen manlief, van bankier tot metselaar, rondkwam. Die tijd is spoedig voorbij, door de vergrijzing en lasten die harder stijgen dan lonen. Nederland staat de komende tijd voor een simpele keuze: meer werken of welvaart inleveren. Voor de hoge inkomens en well-to-do zal dat allemaal geen probleem zijn; die hebben vermogen en meer werken is voor die groep eenvoudig te regelen. De ontnuchtering zal, hoe kan het ook anders, vooral de middenklasse treffen. Voor die groep zal het geliefde kostwinner- en anderhalfverdienersmodel onhoudbaar blijken. Iedereen in de politiek weet het, maar niemand durft het te zeggen.

Kiezen voor zelfontplooiing en thuiszitten met kinderen wordt door vrouwen (en mannen) dikwijls gezien als een altruïstische keuze, als een morele overtoep. Terwijl het in werkelijkheid een egoïstische keuze is, die door anderen economisch gecompenseerd moet worden. En met anderen bedoel ik vooral mannen, van wie veel vrouwen direct én indirect financieel afhankelijk zijn. Mannen die korter leven dan vrouwen, maar wel grotendeels de AOW financieren. Mannen ook die, dankzij hun fulltime salaris, de alimentatie betalen voor hun parttime of niet-werkende exen.

Het lachertje van Europa zijn we al, maar als we niet snel wat gaan doen aan de dramatische economische bijdrage van vrouwen in Nederland, zullen we over een jaar of tien nog terugverlangen naar de tijd waarin we ons columns over de loonkloof konden permitteren.

Week 3

10 jaar taal: Nederlands raakt steeds meer versplinterd

In 2010 was appen op je touchtelefoon nog niet ingeburgerd. Chillaxen in je onesie tijdens het netflixen was onmogelijk en niemand wist wat je bedoelde als je een maaltijdbox contactloos wilde betalen. Maar je hoefde je ook geen zorgen te maken over deradicaliseren of vliegschaamte.

Vele duizenden nieuwe woorden voegde de Dikke Van Dale het afgelopen decennium toe. "Nieuwe maatschappelijke thema's leveren nieuwe woorden op", legt hoofdredacteur Ton den Boon uit. "Als je een samenleving wil zien veranderen, moet je het woordenboek lezen. Nieuwe woorden weerspiegelen de ontwikkelingen."

Snel opeenvolgende technologische ontwikkelingen zijn een eeuwige bron van zogenaamde neologismen, nieuw gevormde woorden: tinderen (2014), crowdsourcen (2015), bitrot (2016). Veel Engels, maar dat is logisch. "Het heeft te maken met de Amerikaanse oorsprong van veel van die technologie. Vanuit Silicon Valley bereikt het zo het Nederlands en andere talen."

"Overigens zie je ook dat Engelse woorden snel vernederlandst worden. Appen hoor ik steeds vaker met een 'a' in plaats van een 'e'. En 'Instagram' klinkt even goed als 'Instagrem'."

Door massacommunicatie en sociale media ontstaat nieuwe taal.

Ton den Boon

Bepalen wanneer zo'n woord het woordenboek waardig is, is een kunst. "Woorden komen op en verdwijnen dan toch weer. Ik herinner me nog dat ik het woord flashmemory aan het woordenboek toevoegde, wat al snel flitsgeheugen werd. En inmiddels is dat alweer helemaal verdwenen."

De nieuwe technologieën maken ook meer taalverrijking mogelijk, stelt Den Boon. "Vroeger had je alleen G.B.J. Hiltermann en professor Diepenhorst als spraakmakers, maar door massacommunicatie en sociale media zijn er veel meer bronnen. Daar ontstaat nieuwe taal."

Als voorbeeld noemt Den Boon GeenStijl (reaguurders, weggejorist, kleautzak). "Woordenboekmakers moeten tegenwoordig aan alle kanten hun voelhoorns uitsteken. Vroeger waren het kranten, literatuur, radio en tv, maar tegenwoordig komen daar ook websites bij, blogs, Twitter. Als daaruit een bepaald woord in het dagelijks taalgebruik doordringt, dan nemen we dat op."

Versplinterd Nederlands

Door dat brede aanbod raakt het Nederlands meer versplinterd. Doordat niet alle woorden tot ieders filterbubbel doordringen, ontstaan er subgroepen met een eigen taal. "Vanaf de 17e eeuw werkten we naar een centrale taal toe, waarin dialecten vervangen werden door een eenheidstaal. Nu lijkt het weer uiteen te waaien."

Door die fragmentatie zijn er ook geen echte leidende taalvirtuozen meer zoals Marten Toonder (minkukel, denkraam, verzin een list) of Van Kooten en De Bie (doemdenken, krasse knarren, regelneef). "Het is niet meer zo dat we op maandagochtend op school of bij de koffieautomaat Van Kooten en De Bie nabespreken. Het aanbod is tegenwoordig meer divers."

"Tegenwoordig heb je keuze uit tal van verschillende zenders, en niet alleen op tv, maar ook Netflix en YouTube. Iemand als Enzo Knol heeft vast invloed op een bepaalde groep, maar het is ook vluchtig: als zijn kijkers ouder worden, zoeken zij weer andere dingen."

Selfie

De woorden die de afgelopen tien jaar door de Van Dale tot Woord van het Jaar werden uitgeroepen, beklijfden ook niet allemaal. Gedoogregering, tuigdorp en project-X-feest haalden het woordenboek, maar wie gebruikt nog treitervlogger of dagobertducktaks? Die woorden waren te specifiek voor het jaar van hun verkiezing.

Sjoemelsoftware uit 2015 lijkt wel tot een opleving van het prefix 'sjoemel-' te hebben geleid, maar geen enkel Woord van het Jaar werd zo populair als dat van 2013: selfie.

"Toen ik het opnam in de lijst van kandidaten was het nog geen bekend woord, ik moest sommigen zelfs uitleggen wat het was. Tegenwoordig is het zo populair dat er zelfs afleidingen van bestaan: bilfie, stemfie, zwerfie."

"We realiseren ons nauwelijks meer dat het tien jaar geleden niet eens bestond.”

 

Week 10

Ik groeide op in een gezin met blinde ouders

“Pas op de middelbare school kwam ik erachter dat het normaal is dat je mensen aankijkt tijdens een gesprek.”

 

Sandra Muis (31) groeide op met een vader, moeder en zusje die alledrie blind zijn. Haar moeder en zusje hebben allebei aniridie , een oogaandoening waarbij je je irissen mist, en haar vader werd op zijn achttiende blind door suikerziekte. Haar ouders ontmoetten elkaar bij Bartiméus Zeist, een expertiseorganisatie voor mensen met een visuele beperking. Sandra werkt inmiddels zelf voor deze organisatie, waar ze blinden en slechtzienden begeleidt bij het vinden en behouden van werk. Hieronder vertelt ze hoe het is om op te groeien met blinde ouders.

 

Mijn vader liep van mijn tiende tot mijn achttiende met een geleidehond en mijn moeder loopt met een stok. Als het over mijn ouders ging, hadden de kinderen op de basisschool het over “die blinden”. Ook had een jongen uit mijn klas een keer een cartoon gemaakt van mijn vader die tegen een lantaarnpaal aanliep. Dat raakte me. Door dat soort opmerkingen realiseerde ik me dat mijn ouders ‘anders’ waren. Maar door mijn opvoeding was ik zelf ook een beetje anders. Ik vond het bijvoorbeeld moeilijk om voor mezelf op te komen. Op de basisschool was ik een buitenbeentje en werd ik gepest. Ik ben ook een tijd ‘hoogbegaafd’ geweest en ik heb het idee dat ik hoogsensitief ben. Alles valt me op, elk klein detail. Misschien heeft dat wel te maken met dat mijn ouders blind zijn.

Als kind had ik een andere beleving van de wereld. Ik kwam er bijvoorbeeld pas op de peuterspeelzaal achter dat andere mensen konden zien wat ik deed. Dat was best een schok. Thuis kon ik ongezien in mijn neus peuteren of stiekem een snoepje extra uit de trommel pakken. Op de peuterspeelzaal werd ik ineens op mijn gedrag gewezen. Ik had nog nooit meegemaakt dat mensen zagen wat ik deed, en ik voelde me ontzettend bekeken.

“Ik ontdekte dat hoe je eruitziet belangrijk is. Dat wist ik niet.”

Ook in de jaren erna werd ik weleens op mijn afwijkende gedrag gewezen. Op de middelbare werd ik er door een jongen op gewezen dat ik hem niet in de ogen keek terwijl we praatten. Ik realiseerde me toen dat ik mensen nooit aankeek tijdens gesprekken, en dat dit raar is. Mijn ouders keken me natuurlijk ook niet aan. Nu let ik erop dat ik mensen aankijk.

 

 

Op de middelbare school werd ik me er in de eerste week ook pijnlijk bewust van dat ik geen besef van mode had. Ik liep nog in Disney-pakjes rond terwijl de rest van de klas Tommy Hilfiger-kleding droeg. Ik ontdekte dat hoe je eruitziet belangrijk is. Dat wist ik niet.

Mijn ouders gaven niet zo om hun uiterlijk. Mijn moeder had bijvoorbeeld altijd een kort kapsel en een pet op. Dat was praktisch, maar niet modieus. We kleedden ons meestal ook niet leuk aan voor speciale gelegenheden. Tegenwoordig doen we dat wel altijd, omdat ik dat fijn vind. Mijn ouders hebben nu een speciale kersttrui en mijn zusje en ik doen kerstjurkjes aan. Dan vertel ik aan de andere gezinsleden hoe iedereen eruitziet. Daar hebben ze nu ook echt lol in.

Het was voor mij moeilijker om in de wereld te passen, omdat ik niet wist wat ik met mijn uiterlijk aanmoest. Ik kreeg het niet mee vanuit huis, maar merkte dat het wel degelijk belangrijk is. Daarom ben ik nu hyperbewust van hoe ik eruitzie. Ik heb altijd een gevecht gehad met mijn identiteit. Wat moet ik voor kleren aan? Hoe moet ik eruitzien? Dat moest ik helemaal zelf uitzoeken. En daar stoei ik nog steeds mee.

 

Mijn moeder begon haar uiterlijk in de loop der jaren wel steeds belangrijker te vinden. Eerst boeide het haar niks, maar inmiddels heeft ze haar haar laten groeien en wil ze ook jurken dragen. Zij vindt het leuk, maar ik vind het ook fijn als ze er leuk uitziet. Toen ik jong was schaamde ik me soms voor haar. Ze zag er een beetje typisch uit, maar ik moest haar natuurlijk wel altijd begeleiden.

Het begeleiden van mijn ouders doe ik al sinds ik kan lopen. Als mijn moeder me kwam ophalen van school hield ik altijd haar hand vast. Niet alleen zodat zij mij in de gaten kon houden, maar ook zodat ik haar kon begeleiden en zeggen wanneer er bijvoorbeeld een stoepje was.

 

SANDRA EN HAAR ZUSJE

Ik hielp wel met meer dingetjes – ik was de ogen van het gezin, en daar hoorden ook wat extra taken bij. Mijn ouders en zusje konden bijvoorbeeld niet zien of er een vlek op hun kleding zat. Daarom controleerde ik voor het slapengaan of hun kleren schoon waren, zodat ze wisten of ze die de volgende dag weer aankonden. Ik las de post voor. In de supermarkt hielp ik mijn moeder met boodschappen uit het schap pakken en ingrediënten voorlezen. Soms kon een vriendin van mijn ouders helpen, zodat ik wat vrijer was. Maar als ik vrijer was, hielp ik mijn zusje. Die zag natuurlijk ook niet goed.

Ik ben op mijn achttiende uit huis gegaan, zodat ik kon ontdekken wat ik eigenlijk zelf met mijn leven wilde. Dat was nodig, omdat ik altijd met mijn ouders bezig was. Nog steeds, trouwens. Ik scheer bijvoorbeeld het haar van mijn vader met de tondeuse, of ik help mijn ouders met boodschappen doen. Ik ben er alleen niet zo vaak meer, ik denk zo’n twee keer per maand.

Als ik mijn ouders opzoek, vind ik ze vaak in een donker huis. Als ik blijf slapen en ik ga eerder naar bed, doe ik alvast alle lichten uit, omdat ze die niet nodig hebben. Dan laat ik ze achter in een donkere woonkamer. Dat voelt soms wel raar, maar ze hebben nou eenmaal geen lichten nodig.

 

Wat ik denk ik het meest heb gemist in mijn jeugd, is dat we geen auto hadden. We moesten alles met het ov doen, wat veel tijd kostte. Ook voelde ik me vaak schuldig dat ik de enige goedziende was. Ik was niet alleen ‘anders’ buiten, maar ook binnen het gezin.

Toch kijk ik met veel plezier terug op mijn jeugd. Ik heb veel foto’s en filmpjes van de leuke dingen die we deden. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, maakten we thuis veel filmpjes. Mijn moeder en vader konden dan natuurlijk niet zien of ze opnamen, dus moest ik met verjaardagen altijd de videocamera klaarzetten. Mijn ouders en zusje vinden het leuk om die video’s terug te horen. En mijn moeder maakt ook veel foto’s, die ze in een map bewaart. Zij kan alleen niet zien wat erop staat. Daarom kijk ik af en toe met haar mee, en dan beschrijf ik wat er op elke foto staat.

  • Het arrangement Leeskilometers maken: teksten voor H5 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteurs
    Sabrina Klarenbeek
    Laatst gewijzigd
    02-03-2020 09:38:08
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 3.0 Nederlands licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Leerniveau
    HAVO 5;
    Leerinhoud en doelen
    Lezen van zakelijke teksten (Nederlands); Nederlands; Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld

    Bronnen

    Bron Type
    Het publiek pest Barbie om zich beter te voelen over zichzelf.
    http://https://www.linda.nl/nieuws/allecolumns/aafke-romeijn-over-samantha-de-jong/?fbclid=IwAR1FfhqyoHmE7mbEUAyvoyg0uhsisPWefTm1DJ1W7PgC_sk83Hfsxhgs4Cs
    Link
    Hoe Google-data in een moordzaak leidden naar de echtgenote.
    http://https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-google-data-in-een-moordzaak-leidden-naar-de-echtgenote~b092755e/
    Link
    Gekweekte hersencellen met een spraak- en taalstoornis door genetische afwijking
    http://https://www.nemokennislink.nl/publicaties/deze-gekweekte-hersencellen-hebben-dezelfde-taalstoornis-als-emma-4-en-joeri-16/
    Link
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.