Thema 2 Mijn dagelijkse schoolreis vmbo-kgt12

Thema 2 Mijn dagelijkse schoolreis vmbo-kgt12

Mijn dagelijkse schoolreis

Inleiding

Hoe ga jij naar school?

Alleen of samen met iemand?
Lopend of op de fiets?

Dit thema gaat over jouw dagelijkse schoolreis.

 

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij thema 2: Wie ben ik?

Leerdoel Opdracht
Ik kan omschrijven wat fictie is, fictie en non-fictie herkennen en zelf fictie schrijven op basis van informatie. Fictie - Wat is fictie?
Ik kan omschrijven wat de persoonsvorm is en deze herkennen in een zin. Grammatica - Persoonsvorm
Ik kan aangeven wat wordt bedoeld met de hoofdgedachte van een tekst. Schrijven - nieuwswaarde
Ik kan de vier onderdelen noemen waaruit een tekst is opgebouwd. Schrijven - nieuwswaarde
Ik kan omschrijven waar ik rekening mee moet houden bij het maken van de lay-out van een tekst. Schrijven - nieuwswaarde
Ik kan criteria noemen die van belang zijn bij het selecteren van nieuws voor een nieuwsredactie. Schrijven - nieuwswaarde
Ik kan uitleggen wat synoniemen zijn en waarom het goed is deze te gebruiken in een tekst. Woordenschat - Synoniemen
Ik kan met een voorbeeld uitleggen dat de context vaak bepalend is voor mijn woordkeuze. Woordenschat - Synoniemen
Ik kan de belangrijkste informatie-elementen die ik hoor of lees verwerken in aantekeningen. Spreken - Aantekeningen

Wat ga ik doen?

Planning
Het thema 'Mijn dagelijkse schoolreis' bestaat uit de volgende onderdelen:

Onderdeel Tijd Eindproduct
Inleiding 0,5 lesuur -
Fictie - Wat is fictie? 2 lesuren Schrijfopdracht
Keuze uit fictie of
non-fictie
Grammatica - De persoonsvorm 2 lesuren Toets of Schema
Schrijven - Nieuwswaarde 2 lesuren* Werkblad
Woordenschat - Synoniemen 2 lesuren Toets of Kruiswoordraadsel
Spreken - Aantekeningen maken 2 lesuren Vragen maken
Afsluiting 2 lesuren Mailtje met routebeschrijving
Totaal 12 à 13 lesuren  

De tijd is een indicatie en afhankelijk van de keuze van het eindproduct.

*Het aantal lesuren geldt in dit geval voor de reguliere opdracht.
De extra opdracht van Schrijven - Nieuwswaarde kost 2 à 3 lesuren.

Opdrachten

Fictie - Wat is fictie?

Wat is fictie?

Intro

In deze opdracht staat fictie centraal.

Maar wat is fictie? Dat wordt in de volgende video uitgelegd.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen wat fictie is.
  • bij teksten onderscheid maken tussen fictie en non-fictie.
  • voorbeelden van fictie en non-fictie in teksten en andere media vinden.
  • zelf fictie schrijven op basis van informatie.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het lezen van de kennisbank kan ik vragen beantwoorden over fictie.
Stap 2 Ik kan in een tweetal oefeningen aangeven of de voorbeelden fictie zijn of geen fictie.
Stap 3 Ik kan van verschillende media-elementen benoemen of er sprake is van fictie of non-fictie.
Stap 4 Ik kan van verschillende films aangeven of ze zijn gebaseerd op feiten of niet.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht A Als ik kies voor eindopdracht A schrijf ik een fictietekst naar keuze.
Eindopdracht B Als ik kies voor eindopdracht B schrijf ik een non-fictietekst naar keuze.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

Tijd
Je hebt 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Fictie: Wat is fictie?

 

Stap 2: Wel of geen fictie?

Wanneer is iets wel fictie en wanneer niet? 
Maak de volgende twee oefeningen.

Stap 3: Fictie en media

Alle boeken, films en andere media zijn te verdelen in fictie en non-fictie (non = niet). Dat lijkt een gemakkelijke verdeling, maar er zijn ook 'grensgevallen'.
Bedenk zelf maar eens een voorbeeld van een tekst of een film waarin verzonnen en niet-verzonnen onderdelen door elkaar worden gebruikt.

Media kan voorkomen in fictie of non-fictie. Maak de volgende oefening.

Stap 4: Fictie gebaseerd op feiten

Veel schrijvers van fictie gebruiken ware gebeurtenissen of feiten in hun verhaal.
Films en boeken zijn dan gebaseerd op ware gebeurtenissen.
Je ziet dit vaak terug in geschiedenisfilms en bij films over personen die echt (hebben) bestaan.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht.

Fictie: Wat is fictie?

Eindopdracht A: Fictie schrijven

Je gaat nu zelf een tekst schrijven over een onderwerp dat je interesseert.
Als je kiest voor eindopdracht A, dan kies je fictie.

Kies je fictie?

Dan moet je je fantasie gaan gebruiken!
Ga naar www.pixabay.com
Zoek een foto die je inspireert tot een mooi,
gek of spannend verhaal.

  • Kopieer de foto.
  • Plak hem in een nieuw document.
  • Sla het document op met de naam 'Fictie'.
  • Schrijf je verhaal.
    ​Denk daarbij aan de volgende afspraken:
    • Geef het verhaal een titel.
    • Zorg voor een indeling in alinea's.
    • Maak goede zinnen en controleer de spelling.
    • Zorg dat je verhaal minimaal 1 A4 en maximaal 2 A4 lang is.

Beoordeling:

Je verhaal laat je beoordelen door je docent.
Je docent beoordeelt je verhaal op:

  • De inhoud: is het verhaal een goed voorbeeld van fictie?
    Sluit het verhaal goed aan bij de gekozen afbeelding?
  • De omvang: is het verhaal niet groter dan 2 A4?
  • De vorm: is het verhaal netjes vormgegeven?
  • Taalfouten: bevat je verhaal niet teveel taalfouten?

Klaar?

Lever het document in bij je docent.

 

Je mag ook een combinatie maken van eindopdracht A en B.

Eindopdracht B: Non-fictie schrijven

Je gaat nu zelf een tekst schrijven over een onderwerp dat je interesseert.
Als je kiest voor eindopdracht B, kies je non-fictie.

Kies je non-fictie?

Dan ga je eerst informatie verzamelen.
Kies een onderwerp waarover je iets hebt te vertellen:
een plek, een film, een game, een sport, een hobby, een dier, een ster, een persoon

  • Bedenk wat je over dit onderwerp wilt vertellen.
  • Zoek aanvullende informatie.
  • Maak eerst een lijstje van dingen die je wilt vertellen.
  • Schrijf nu het artikel. Geef duidelijke informatie, één ding per alinea.
  • Maak goede zinnen en controleer de spelling
  • Onderstreep de feiten in in je artikel
  • Zorg dat je artikel minimaal 1 A4 en maximaal 2 A4 lang is.

Beoordeling

Je docent beoordeelt je verhaal op:

  • De inhoud: is het verhaal een goed voorbeeld van non-fictie?
    Is het gebaseerd op de feiten in het genoemde artikel?
    Zijn die feiten in de tekst onderstreept?
  • De omvang: is het verhaal niet groter dan 2 A4?
  • De vorm: is het verhaal netjes vormgegeven?
  • Taalfouten: bevat je verhaal niet teveel taalfouten?

Klaar?
Lever het document in bij je docent.

 

Je mag ook een combinatie maken van eindopdracht A en B.

Artikel schrijven

Een artikel is een goede manier om informatie te presenteren of een gebeurtenis te beschrijven.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Was het door de video duidelijk wat fictie is of heb je dat tijdens de rest van de opdracht geleerd?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Kende je het verschil al tussen fictie en non-fictie?
    Vond je het lastig om bij de verschillende media aan te geven wat fictie was?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Heb je gekozen voor fictie of non-fictie?
    Of misschien wel een combinatie van beide?
    Kun je goed verhalen verzinnen?

Grammatica - Persoonsvorm

Persoonsvorm

Intro

In deze opdracht staat de persoonsvorm centraal.

Maar wat is de persoonsvorm? In de volgende video wordt het uitgelegd:

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • in mijn eigen woorden omschrijven wat een persoonsvorm is.
  • de persoonsvorm in een zin vinden.

Wat kan ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kan ik aangeven wat de persoonsvorm is en deze vinden in een zin.
Stap 2 Ik kan in een zoekmachine verschillende schema's vinden die mij helpen de persoonsvorm te vinden.
Stap 3 Ik kan moeilijke persoonsvormen in een zin vinden.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank en de begrippenlijst die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht A Als ik kies voor eindopdracht A maak ik een toets over de persoonsvorm.
Eindopdracht B Als ik kies voor eindopdracht B maak ik een schema waarmee ik de persoonsvorm kan vinden.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Grammatica: De persoonsvorm

Maak nu de volgende twee oefeningen:

 

Stap 2: Persoonsvorm vinden

Stap 3: Moeilijke persoonsvormen

Je hebt twee manieren geleerd om de persoonsvorm te vinden in een zin.
Maar sommige zinnen zijn moeilijker. Daarin staan meerdere persoonsvormen.
Dat zie je bij een samengestelde zin. Een samengestelde zin herken je aan een dubbele punt, een komma of één van de woordjes: en, maar, want, als, of.

Voorbeeld:

  • Hij liep op de weg maar draaide zich halverwege nog een keer om.
  • Ik ging te laat naar school, want ik was moe en had me verslapen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank en begrippenlijst die horen bij deze opdracht:

Grammatica: De persoonsvorm

Persoonsvorm (pv):
De vorm van het werkwoord waar ik, jij, hij, enzovoorts bij hoort. De persoonsvorm heet persoonsvorm omdat er vaak een persoon bij hoort, maar er kan ook een dier of ding bij horen.

Werkwoord:
Het zinsdeel dat aangeeft wat je doet. Het geeft dus een activiteit aan. Bijvoorbeeld lopen, fietsen, zingen. Ook laat een werkwoord zien of de zin in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd staat.

Samengestelde zin:
Een samengestelde zin herken je aan een dubbele punt, een komma of bijvoorbeeld het woordje 'en'.
Samengestelde werkwoorden:
Een samengesteld werkwoord is een werkwoord dat bestaat uit twee delen,
die ook apart van elkaar in één zin kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld: gebruikmaken(Hij maakt gebruik van.), aankomen (Hij komt op Schiphol aan.)

Eindopdracht A: Toets

Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets.

Succes!

Eindopdracht B: Schema maken

Als je kiest voor eindopdracht B ga je zelf schema maken.

In het schema laat je op twee manieren zien hoe je de persoonsvorm in een zin kunt vinden.

Werkwijze:

  • Bepaal eerst welke manieren je in je schema gaat verwerken.
  • Zorg dat je bij iedere manier voorbeelden hebt.
  • Bedenk hoe je schema er uit gaat zien.
  • Maak een eerste versie van je schema.
  • Vraag commentaar op je eerste versie aan een klasgenoot.
  • Verwerk het commentaar.

Let op! Kopieer geen schema van internet. Je maakt je eigen versie!

Beoordeling
Het schema laat je beoordelen door je docent.
Bij de beoordeling let je docent op:

  • De inhoud: wordt duidelijk uitgelegd hoe je de persoonsvorm kunt vinden?
  • De inhoud: staan er goede voorbeelden in het schema?
  • De verzorging: ziet je schema er verzorgd uit?
  • De planning: heb je het schema op tijd klaar?

Klaar?
Lever je schema in bij je docent.

 

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Vond je de uitleg in de video duidelijk?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • ​​
  • Inhoud
    Welke manier van het vinden van de persoonsvorm heeft jouw voorkeur?
    Waar heb je meer van geleerd: de informatie uit de kennisbank of de video in de inleiding?
  • ​​
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Heb je gekozen voor de toets of voor het maken van het schema?
    Was je blij met je keuze?

Schrijven - Nieuwswaarde

Nieuwswaarde

Intro

Deze opdracht combineert onderdelen uit de categorie 'Lezen' met onderdelen uit de categorie 'Schrijven'.
In deze opdracht draait het om de volgende vraag:

  • Hoe bepaal je wat er in de krant komt en wat niet?

Bekijk de volgende SchoolTV video: Kidsweek
Welke bronnen gebruikt Kidsweek om zijn nieuws te verzamelen?
Bespreek het met een klasgenoot.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • uitleggen waaruit de hoofdgedachte is samengesteld.
  • aangeven waar ik op let als ik een tekst 'zoekend' lees.
  • omschrijven uit welke onderdelen een tekst is opgebouwd.
  • aangeven wat belangrijk is bij de lay-out van een tekst.
  • drie criteria opnoemen waar een nieuwsredactie op let bij het bepalen van nieuws.
  • aangeven wanneer een artikel hoge nieuwswaarde heeft. Noem drie punten.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de kennisbank kan ik vragen beantwoorden over de verschillende onderdelen van een tekst.
Stap 2 Na het kijken van een video kan ik vragen beantwoorden over nieuwswaarde en beeldvorming.
Stap 3 Ik kan over twee gelezen teksten vragen beantwoorden op het werkblad.
Stap 4 Ik kan de criteria die een redactie hanteert benoemen en verwerken op het werkblad.
Stap 5 Ik kan verschillende artikelen zoeken en van deze artikelen de nieuwswaarde bepalen.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Ik kan waar nodig mijn werkblad bijwerken en lever deze in als eindopdracht.
Extra: schoolkrant

Hele
klas

Ik kan samenwerken in een groep van minimaal 10 leerlingen. Ik maak deel uit van een redactie en door overleg en samenwerking kan ik een schoolkrant samenstellen.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

Tijd
Voor de reguliere opdracht heb je 2 lesuren.
De extra opdracht kost ook 2 à 3 lesuren.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands de volgende onderwerpen:

Lezen: De hoofdgedachte van een tekst

Lezen: Zoekend lezen

Schrijven: Opbouw van een tekst

Schrijven: Lay-out


Beantwoord na het lezen van de kennisbanken de volgende vragen:

Stap 2: Nieuwswaarde

Bekijk nu het volgende filmpje.
Hoe weet een journalist of iets nieuws is of niet? Het antwoord hoor je in de video.

Video: Focus op de maatschappij


Beantwoord nu de volgende vragen.

Stap 3: Nieuwsberichten

De komende stappen kom je elke keer vragen tegen die je gaat beantwoorden op het werkblad Nieuwswaarde.
Sla het werkblad op en bewaar je antwoorden goed.
Het maakt deel uit van de eindopdracht van deze opdracht.

Stap 4: Redactie

Stap 5: Nieuwswaarde bepalen

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbanken en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht:

Lezen: De hoofdgedachte van een tekst

Lezen: Zoekend lezen

Schrijven: Opbouw van een tekst

Schrijven: Lay-out

Eindopdracht: Werkblad

Als eindopdracht van deze opdracht lever je het werkblad Nieuwswaarde dat je in de stappen hebt gebruikt in.

Heb je het werkblad helemaal ingevuld? Lever het dan in.
Zo niet, zorg dan dat het werkblad helemaal af is. Vraag waar nodig je docent om hulp.

Beoordeling:
Je docent zal letten op de volgende punten:

  • Heb je de vragen bij de stappen goed ingevuld?
  • Ziet het werkblad er netjes uit?
  • Er zitten geen taalfouten in de antwoorden.

Klaar?
Lever je werkblad in.

Extra opdracht

Deze extra opdracht is een opdracht die jullie met de hele klas of met een groep van minimaal 10 leerlingen kunnen doen.
Jullie gaan samen een schoolkrant maken.

Groepen maken
Voor het maken van de schoolkrant wordt de klas in vijf groepen verdeeld. Ieder groepje heeft minimaal 2 leerlingen.

Elk groepje maakt een deel van de krant en kiest een eigen chef.
Eén van de chefs is de hoofdredacteur van de hele schoolkrant.

Iedere groep heeft een eigen taak.

  • Groep 1: zorgt voor foto’s en illustraties in opdracht van de andere groepen.
  • Groep 2: zoekt nieuws over recente gebeurtenissen of evenementen op school en schrijft commentaar op ontwikkelingen of gebeurtenissen en formuleert hierover een beargumenteerde mening of een advies aan de schoolleiding.
  • Groep 3: maakt een rubriek voor zogenaamde ingezonden brieven en verzorgt een puzzel- en striprubriek. Groep 1 kan je hierbij helpen.
  • Groep 4: verzorgt een interview met een (nieuwe) docent met een bijpassend portret en verzorgt een rubriek Humor in de klas.
  • Groep 5: zoekt algemeen onderwijsnieuws dat interessant is voor leerlingen en verzorgt een rubriek Wist u dat….

Nieuws verzamelen
Nu is het tijd om het nieuws te verzamelen en de artikelen voor in de schoolkrant te gaan schrijven. Vervolgens lezen jullie alle artikelen en moet worden bepaald welke artikelen wel en welke artikelen niet in de schoolkrant komen. Als de keuze is gemaakt, moeten de gekozen artikelen in de gewenste lay-out worden geplaatst. Tenslotte moeten de artikelen worden samengevoegd tot een complete krant en moet besloten worden hoe de krant verspreid gaat worden. Volg daarvoor de volgende stappen:

  1. Overleggen
    Overleg met je groepje waarover en hoe jullie gaan schrijven. Samen kom je vast tot leuke onderwerpen. Bedenk opdrachten voor de fotografen en de tekenaars.
  2. Schrijven
    Iedereen van groep 2 schrijft een artikel. Zorg voor langere en kortere artikelen. Verzin ook een leuke kop (titel) voor ieder artikel. Schrijf je naam onder het artikel.
  3. Lezen
    De chef verzamelt alle artikelen van zijn groep en laat de artikelen aan de andere groepjes zien. Dat kun je doen door alle groepjes telkens van tafelgroepje te laten wisselen waar de artikelen op blijven liggen. Alle groepjes lezen dus alles van elkaar. Markeer taalfouten.
  4. Afronden
    De chefs bespreken welke artikelen wel in de krant komen en welke niet. Er is ruimte voor slechts 15 artikelen. Er zullen dus stukken af moeten vallen. De chefs bekijken of de artikelen aan de eisen voldoen. Ook maken ze een keuze uit de foto's en illustraties van groep 1. De hoofdredacteur leidt de vergadering en als de chefs het niet eens zijn, beslist de hoofdredacteur.
  5. Verbeteren en opmaken
    Ga met je groepje de artikelen die zijn uitgekozen allemaal nog eens goed lezen en verbeter ze zo nodig. Zorg ook voor een mooie lay-out. De chefs spreken met elkaar af wat voor lettertype gebruikt moet worden en hoe groot ze moeten zijn (hoe groot 'gewone' tekst, hoe groot koppen). Denk om de juiste plaatsing van de foto's en tekeningen. Kijk eens hoe ze dat in een echte krant aanpakken.
  6. Samenvoegen
    De chefs zorgen ervoor dat er een complete krant wordt gemaakt van alle artikelen.
  7. Verspreiden
    Misschien is het wel leuk om de krant te verspreiden over de hele school! Een digitale versie kan natuurlijk ook. Overleg met je docent.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de opdracht in de inleiding.
    Zijn er nog nieuwsbronnen die je wel in deze opdracht hebt gehoord, maar die Kidsweek niet gebruikt?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met dit opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je hebt gehad?
  • Inhoud
    Vond je het handig om de antwoorden op de vragen op het werkblad te noteren?
    Kon je veel nuttige informatie uit de beide video's halen?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Had je het werkblad al af of moest je nog aan de slag?
  • Extra opdracht
    Hebben jullie met de hele klas de extra opdracht gedaan? Ging het goed?
    Was je tevreden over jouw rol?

Woordenschat - Synoniemen

Synoniemen

Intro

In deze woordenschatopdracht staan synoniemen centraal.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • omschrijven wat een synoniem is en voorbeelden van synoniemen noemen.
  • van een woord een synoniem opzoeken.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de Kennisbank kan ik synoniemen vinden van verschillende woorden.
Stap 2 In een tekst kan ik woorden die consequent op dezelfde manier gebruikt worden, vervangen door een synoniem.
Stap 3 Ik kan in twee oefeningen aangeven wat het synoniem van een woord is.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht A Als ik kies voor eindopdracht A, maak ik een toets.
Eindopdracht B Als ik kies voor eindopdracht B, maak ik een kruiswoordpuzzel.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren de tijd.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Synoniemen zijn woorden met dezelfde of bijna dezelfde betekenis.

Voorbeelden:

  • fiets - rijwiel
  • huilen - janken
  • publiek - toeschouwers

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp:

Taal en woordenschat: Synoniemen

Doe nu de volgende oefeningen:

Stap 2: Woorden vervangen

Stap 3: Synoniemen oefenen

In deze stap maak je nog twee oefeningen om synoniemen te oefenen.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Taal en woordenschat: Synoniemen

Eindopdracht A: Toets

Als je kiest voor eindopdracht A maak je een toets.

Succes!

Eindopdracht B: Kruiswoordpuzzel

Je gaat nu samen met een klasgenoot aan de slag met het maken van het eindproduct: een kruiswoordraadsel.

Aanpak:

  • Zoek eerst een kruiswoordpuzzel op in een krant of op internet.  Lees ook hieronder bij 'kruiswoordpuzzel maken' door hoe je aan de slag gaat met het maken van een kruiswoordpuzzel. Zorg dat jullie begrijpen hoe het invullen van een kruiswoordraadsel werkt. Vraag eventueel hulp aan jullie docent.
  • Maak nu samen een lijstje met minimaal 16 woorden met van ieder woord een synoniem.
  • Maak met de 16 woorden een ingevuld kruiswoordraadsel op ruitjespapier.
  • Maak nu het echte kruiswoordraadsel. Schrijf de omschrijvingen (de synoniemen) naast de puzzel.
  • Maak een kopie van jullie kruiswoordraadsel en vraag een andere klasgenoot om de puzzel op te lossen.

Beoordeling
Je krijgt een goede beoordeling voor de opdracht als deze aan de volgende punten voldoet:

  • Het kruiswoordraadsel bevat minimaal 16 woorden.
  • Duidelijkheid: De omschrijvingen (synoniemen) staan op de juiste manier naast het kruiswoordraadsel.
  • Verzorging: Het kruiswoordraadsel ziet er verzorgd uit.
  • Het kruiswoordraadsel is op tijd klaar.
  • Kijk hieronder bij het gereedschapskist item 'Kruiswoordpuzzel' bij het onderdeel beoordeling.
    Welke 'score' zou je jezelf geven voor de verschillende onderdelen? Je docent beoordeelt jou ook op deze onderdelen.

Klaar?
Lever je kruiswoordraadsel in bij je docent.

Kruiswoordpuzzel maken

Bij een kruiswoordpuzzel vul je de letters van woorden in vakjes in.  

 

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de opdracht in de inleiding.
    Zou je nog steeds dezelfde zin maken als je de betekenis van het begrip synoniem moet geven?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met dit opdracht bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je hebt gehad?
  • Inhoud
    Heb je verrassende nieuwe synoniemen geleerd?
    Kon je elke keer snel het juiste synoniem vinden?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Heb je gekozen voor de toets of voor de kruiswoordpuzzel?
    Was je tevreden over je keuze?

Spreken - Aantekeningen

Aantekeningen

Intro

In deze opdracht leer je hoe je aantekeningen kunt maken tijdens de les.

Kijk naar de volgende video.
Daarin zie je alvast stapsgewijs hoe je het beste aantekeningen kan maken.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • op verschillende manieren aantekeningen maken tijdens een les.
  • uitleggen hoe goede aantekeningen mij kunnen helpen bij het leren.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Na het bestuderen van de Kennisbank maak ik een oefening over aantekeningen maken.
Stap 2 Ik kan van aantekeningen die gemaakt zijn, bepalen wat belangrijk is en wat niet en ze zo overzichtelijk maken.
Stap 3 en Ik kan in mijn aantekening verbanden leggen door gebruik te maken van pijlen.
Stap 4 en Ik kan mijn aantekeningen ordenen door gebruik te maken van een tabel.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbank en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Als eindopdracht maak ik vragen bij mijn aantekeningen op het werkblad.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Benodigdheden

Tijd
Je hebt ongeveer 2 lesuren nodig.

 

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer eerst van de Kennisbank:

Spreken/kijken/luisteren: Aantekeningen maken

Maak daarna de volgende oefening:

Stap 2: Overzichtelijk maken

Als je je aantekeningen terugleest, moeten ze wel overzichtelijk zijn.

Wie slim en overzichtelijk aantekeningen maakt, is al bezig met leren!

  • Open nu het Werkblad Aantekeningen.
    Maak een kopie van het werkblad in je eigen omgeving (Bestand - Een kopie maken...) of download het werkblad (Bestand - Downloaden als).
  • Maak opdracht 1.

Verbeter de aantekeningen!
Doe dit op je eigen manier en vergelijk het resultaat met dat van een medeleerling.

Sla je werk op en laat je werkblad openstaan voor volgende stappen.

 

Stap 3: Pijlen

Met pijlen kun je aangeven in welke volgorde iets gebeurt.
Dit kan erg handig zijn bij de uitleg van gebeurtenissen of van processen.
Bij het vak geschiedenis kun je met pijlen aangeven hoe de ene gebeurtenis wordt gevolgd door een andere.
Bij het vak biologie of aardrijkskunde kun je aangeven in welke volgorde iets gebeurt.

Maak opdracht 2 op het werkblad.
Vergelijk jouw pijlenschema met het schema van een medeleerling.

 

Stap 4: Tabellen en schema's

Na afloop van een les kun je je aantekeningen uitwerken in een schema: bijvoorbeeld een tabel met kolommen waar je alle kernwoorden, jaartallen enz. in groepen zet. Je ziet dan heel goed wat bij elkaar hoort.

Op het werkblad vind je opdracht 3 waarbij je gegevens over Caesars leven in een schema zet om snel te zien wie zijn vrienden en vijanden waren in de verschillende periodes van zijn leven. Maak deze opdracht.
Bespreek het resultaat weer met je klasgenoot.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbank en de samenvattingsoefening die horen bij deze opdracht.

Spreken/kijken/luisteren: Aantekeningen maken

Eindopdracht: Vragen maken

Als eindopdracht bij deze opdracht ga je vragen maken bij de
aantekeningen op je werkblad.

Een heel goede manier om je aantekeningen te verwerken is: maak er vragen van!

  • Ga weer naar je Werkblad Aantekeningen.
  • Markeer je belangrijkste aantekeningen waarvan je denkt: daar krijg ik vast vragen over in een toets.
  • Bedenk bij elke belangrijke aantekening een goede vraag.
  • Dat kan een open vraag zijn, maar ook een goed/fout-vraag of een meerkeuzevraag.
  • Je kunt ook een invulschema bedenken over het hele onderwerp.
  • Of je bedenkt een oorzaak-gevolgvraag met pijlen en invulwoorden!

Noteer je vragen op je werkblad onder eindopdracht
Schrijf de antwoorden op een apart blaadje.

  • Wissel je vragen uit met een medeleerling.
  • Maak elkaars vragen en kijk elkaars antwoorden na.

Beoordeling
Je docent beoordeelt je werkblad op de volgende punten:

  • de inhoud: heb je de vragen goed geformuleerd.
  • de inhoud: je hebt de opdrachten op het werkblad goed gemaakt.
  • de netheid: je werkblad is netjes ingevuld.
  • de taalfouten: in je antwoorden zitten bijna gaan taalfouten.


Klaar?
Lever dan je werkblad in en laat je werk beoordelen door je docent.

Terugkijken

Intro

  • Lees de intro van deze opdracht nog eens door.
    Had je veel aan de stappen in de video?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort?
  • Inhoud
    Vond je de verschillende oefeningen om aantekeningen te leren maken nuttig?
    Waarom wel of waarom niet?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Had je alle informatie op je werkblad verzameld?
    Vond je het moeilijk om juiste vragen te verzinnen bij je aantekeningen?

  •  

Afsluiting

Kennisbanken

Eindopdracht: Mailtje met route

Je gaat het thema 'Mijn dagelijkse schoolreis' afronden.

Je gaat als eindproduct een mailtje schrijven aan een vriend of vriendin, waarin je je dagelijkse schoolroute beschrijft.

Een routebeschrijving vertelt je hoe je van de ene plek naar de andere komt.

Van je schoolroute maak je een routebeschrijving. Je geeft aan langs welke plekken je komt. Bij je routebeschrijving plaats je ook enkele foto's.

Aan de slag
Zoek een kaart waar zowel de straat waarin je woont, als je school staat.
Deze kaart maak je als volgt:

  • Ga naar Google Maps.
  • Maak een route van je huis naar school. Kies de fietsroute.
  • Maak een schermafbeelding (printscreen) van je route en plak deze in een nieuw tekstbestand. Sla dit bestand op met de naam 'Route'.
  • Beschrijf je route op een duidelijke manier.
  • Zoek nu vier interessante plekken op je schoolroute.
    Bijvoorbeeld: een bijzonder gebouw, een mooi park, een plek waar jij vaak komt, een zwembad of dergelijke.
  • Zoek (op internet) of maak een foto van de vier bijzondere plekken.
  • Zet de vier foto's onder de kaart.
  • Maak bij elke foto een beschrijving. Hierin vertel je waarom dit een bijzonder punt is.
  • Sla je routebeschrijving op.

Beoordeling
Bij de beoordeling van je e-mail met routebeschrijving let je docent op het volgende:

  • Ziet het geheel er netjes en verzorgd uit?
  • Is de route duidelijk zichtbaar op de kaart?
  • Is de route duidelijk beschreven?
  • Zijn de vier bijzondere punten goed weergegeven?
  • Zijn de vier bijzonderen punten voorzien van foto?

Klaar?
Lever je routebeschrijving in bij je docent.

 

 

D-Toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de opdracht in de inleiding.
    Lukte het om het einddoel van je klasgenoot te vinden? Konden klasgenoten makkelijk jouw einddoel vinden?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 12 à 13 uur met dit thema bezig zou zijn. Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
  • Inhoud
    Wat vond je van de opdracht over aantekeningen maken? Denk je dat je veel aan deze opdracht gaat hebben tijdens je schoolloopbaan? Waarom wel/niet?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?
    Kon je makkelijk een website van een bedrijf vinden met een routebeschrijving?
    Heb je nieuwe bijzonderheden over je schoolroute ontdekt?
    Waar moet je op letten als je een duidelijke beschrijving wilt maken?

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes
naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

Fictie

Grammatica

  • Complete uitleg persoonsvorm.
    www.onzetaal.nl
  • Oefenen met de Leestrainer.
    www.leestrainer.nl
  • Hoe vind je de persoonsvorm?
  • Wat is de persoonsvorm?
  • Leerlingen voor leerlingen

Vaardigheden

Voor het onderdeel Interview is het volgende item geselecteerd.

  • YouTube
    Uitleg in een video over wat een interview is.

Schrijven

  • Hoe schrijf je een goed artikel?
    http://jan.liebregts.eu/schrijven
  • Wat is nieuws en journalistiek (met een stukje geschiedenis).
  • Hoe schrijf je een nieuwsbericht?
  • Leerlingen voor leerlingen

Woordenschat

Spreken

  • Video met uitleg over aantekeningen maken.

 

  • Het arrangement Thema 2 Mijn dagelijkse schoolreis vmbo-kgt12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    28-11-2025 12:35:46
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor vmbo-kgt12. Dit thema bestaat uit vijf opdrachten, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. Zo komt het herkennen van fictie en non-fictie, het herkennen van de persoonsvorm in een zin, het herkennen van de hoofdgedachte en lay-out van een tekst, het gebruik van synoniemen en het maken van aantekeningen aan bod. Om het thema af te sluiten wordt een mail geschreven waarin de dagelijkse schoolroute beschreven wordt. Ook is er een diagnostische toets beschikbaar.
    Leerniveau
    VMBO gemengde leerweg, 2; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 1; VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 2; VMBO theoretische leerweg, 1; VMBO gemengde leerweg, 1; VMBO theoretische leerweg, 2;
    Leerinhoud en doelen
    Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Nederlands; Schrijfvaardigheid; Literatuur; Woordgebruik en woordenschat (Nederlands); Lezen van fictionele teksten en literaire teksten (Nederlands); Leesvaardigheid;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    12 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    aantekeningen maken, arrangeerbaar, fictie, mail schrijven, mijn dagelijkse schoolreis, nederlands, persoonsvorm, stercollectie, synoniemen, vmbo-kgt12

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Fictie - Wat is fictie? - vmbo-kgt12

    https://maken.wikiwijs.nl/61654/Opdracht__Fictie___Wat_is_fictie____vmbo_kgt12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Grammatica - Persoonsvorm - vmbo-kgt12

    https://maken.wikiwijs.nl/61655/Opdracht__Grammatica___Persoonsvorm___vmbo_kgt12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Schrijven - Nieuwswaarde - vmbo-kgt12

    https://maken.wikiwijs.nl/61656/Opdracht__Schrijven___Nieuwswaarde___vmbo_kgt12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdracht: Spreken - Aantekeningen - vmbo-kgt12

    https://maken.wikiwijs.nl/61658/Opdracht__Spreken___Aantekeningen___vmbo_kgt12

    VO-content Nederlands. (2025).

    Opdrachten: Woordenschat - Synoniemen - vmbo-kgt12

    https://maken.wikiwijs.nl/61657/Opdrachten__Woordenschat___Synoniemen___vmbo_kgt12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Mijn dagelijkse schoolreis

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.